In juni vorig jaar slaagde mijn broer voor zijn rijexamen. En ook al rijdt hij nog niet zo lang – en ik al zes jaar, heeft hij geen eigen auto en ik wel – heeft hij me qua kilometers al ruimschoots ingehaald. Het liefst zit hij altijd achter het stuur. Dat komt mij goed uit, want ik doe dat liever niet.

Terwijl ik vorige week op mijn gemak door het autoraam zat te turen, hoorde ik ineens naast me: ,, Wow!! A-G, moatst sjen!’’. Ik zag niet wat hij bedoelde. Hij wees enthousiast: ,, Jonge, dat is in dikke Porsche! Of nee, in Ferrari!’’

Eerlijk gezegd begrijp ik niets van zijn enthousiasme. Zulke auto’s lijken mij alleen maar lastig, laag bij de grond en überhaupt heel onpraktisch. Maar ik weet heel goed dat er veel meer zijn wiens hart sneller gaat kloppen bij het spotten van zo’n sportwagen. En al kunnen al die dure bakken mij niet zoveel schelen, de mensen die zo veel liefde koesteren voor auto’s dan weer wel.

Een van de meest fanatieken die ik ken, is Willem, een oud-klasgenoot. Hij schafte er zelfs een spiegelreflexcamera voor aan , om noch ris werom te sjen nei sa’n moaie BMW’’. Zijn hobby deelt hij met kameraden, met wie hij tripjes maakte naar Monaco, Londen en de beruchte Nürburgring Nordschleife – de bolide hotspots van Europa. Ze spreken een voor mij onbegrijpelijke taal vol met codes als ‘GT3, M3’s, M3 E30’ en vertellen met trots over de eigen – ietwat minder extravagante – exemplaren, die ze desondanks zorgvuldig onderhouden.

Al kunnen al die dure bakken mij niet zoveel schelen, de mensen die zo veel liefde koesteren voor auto’s dan weer wel

Omdat ik zo benieuwd ben naar waar die passie vandaan komt, ga ik even uit van een gegeneraliseerde meerderheid; procentueel gezien zullen het vooral mannen zijn die dit onderzoeksveld domineren. Dan kom ik dus terecht bij wetenschappelijke artikelen over masculiniteit, ‘Car Culture’, en ‘Boys on the Road’.

Eerst maar eens kijken naar de biologische achtergrond van die passie. Los van mannelijkheid of vrouwelijkheid lijkt testosteron het codewoord. De sportauto’s kunnen heel snel, dat maakt het rijden risicovol en dat is precies de bedoeling, want doordat het hormoon ‘GAS!’ roept in de hersenen, volgt een verslavende adrenalinekick. Zelfs al is het misschien niet eens de eigen voet op het gaspedaal.

Als we overgaan naar de culturele kant van het verhaal, dan komen we volgens die artikelen uit bij de auto als successymbool, als manifestatie van kapitaal en van status. Bovendien geeft die testosteronopwekkende bolideliefde een stempel van masculiniteit. Het idee dat het échte mannen zijn.

Maar als ik Willem zo hoor, heb ik het idee dat er nog een heel belangrijk aspect meespeelt: ,,Al doe’t ik hiel jong wie, hie myn heit my al besmet mei it autofirus. En myn jongste broerke is ek in echte fan.’’ Een gedeelde passie verbroedert, niet alleen tussen vrienden, maar ook binnen een gezin.

En ook al heb ik dat persoonlijk totaal niet met vervoersmiddelen, toch herken ik dat gevoel wel: de bevlogenheid die van iedere geoefende hobbyist bezit neemt. Ilja Pfeijffer zei in Zomergasten : ,,Een mens is het mooist als hij gelooft”, en laat dat in deze context dan het geloof van een autoliefde zijn.

agbreteler@gmail.com

Je kunt deze onderwerpen volgen
Opinie
Column
Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct