De fabel loopt slecht af voor de kolibrie

De kolibrie uit de fabel levert zijn aandeel. Maar het is onvoldoende. FOTO SHUTTERSTOCK

Hoe gaan we om met de ecologische crisis? Individueel denken we soms dat we goed bezig zijn door ons aandeel te leveren. Maar dat is een gevaarlijk idee.

Het is echt te laat. De opwarming van de aarde zal in de komende decennia ten minste 2 tot 3 graden bedragen, mede door de mislukking van de klimaatconferentie van Parijs (2015). Dat betekent dat op het land de temperatuur met gemiddeld 6 tot 8 graden toeneemt, aangezien de opwarming van het zeewater minder snel gaat. Deze ontwikkeling is niet meer tegen te houden, met als gevolg droogte en verwoestijning, overstromingen, door zeewater verzwolgen metropolen, hongersnoden, een schreeuwend tekort aan drinkwater, (regionale) oorlogen, ziekten, migratiegolven, enzovoort. Een deel van het aardoppervlak wordt zo onbewoonbaar.

Wat er nu moet gebeuren is dat we ons voorbereiden op deze eerste fase van de klimaatopwarming. Tien wetenschappers, met als coördinator filosoof Dominique Bourg, hebben daartoe een boek geschreven: Retour sur Terre . Het bevat 35 voorstellen om de aarde voor zo ver mogelijk ‘leefbaar’ te houden. De politiek moet eindelijk de moed hebben om drastische maatregelen te nemen, om verdere opwarming die het einde van de menselijke beschaving inluidt, te voorkomen. Maar veel mensen willen niet aan deze realiteit. We doen toch allemaal ons best om deze ramp te voorkomen?

Bijdrage leveren

De traditionele indiaanse fabel van de kolibrie past goed bij onze houding tegenover de ecologische crisis. Een grote brand heeft het bos in zijn greep, alle dieren vluchten voor deze catastrofe. Allemaal, behalve een tropisch vogeltje, zo klein dat je het gemakkelijk zou verwarren met een insect: de kolibrie. Deze vliegt onophoudelijk heen en weer. Dat stoort het gordeldier, dat de kolibrie geërgerd vraagt wat de reden is van deze opwinding. De kolibrie laat hem weten dat hij steeds naar de rivier vliegt om zijn bek met een paar druppels water te vullen, die hij vervolgens op de brand laat vallen. Het gordeldier zegt dat deze paar druppels niets aan het brandende bos veranderen. ,,Dat weet ik ook wel”, zegt het vogeltje, ,,maar dit is mijn bijdrage om de brand te bestrijden.”

‘Het leveren van jouw bijdrage’ ( Faire sa part ) is de slogan van de Franse organisatie Colibris, in 2007 opgericht door de charismatische Pierre Rabhi. Het idee van deze organisatie is zeer aantrekkelijk. Zij gokt op de morele moed van een paar mensen, op de ethiek van individuele acties, op voorbeeldgedrag en de mogelijkheid om anderen te inspireren. Helaas bewijst onder meer de Covid-pandemie dat ‘het leveren van jouw bijdrage’, hoe prijzenswaardig ook, verre van voldoende is.

De wereldwijde pandemie heeft ongeveer 4 miljard mensen wekenlang geïsoleerd. Deze lockdown van bijna de helft van de mensheid, inclusief het stilleggen van grote delen van de economie, heeft uiteindelijk maar een beperkte impact op het klimaat gehad. De daling van de uitstoot van CO2 uit fossiele brandstoffen is weliswaar ongekend groot, schrijven klimatologe Corinne Le Quéré en anderen. ,,Toch is deze uitstoot gebleven op het niveau van 2006.” De hervatting van de economische activiteiten zal deze daling van de uitstoot van CO2 weer tenietdoen.

Mooi idee, maar vatbaar voor manipulatie en gevaarlijk

De door Colibris gepredikte soberheid, zelfs als de hele mensheid daartoe bereid zou zijn, heeft een zeer beperkt effect. De reden daarvan is, zo verklaart milieu- en klimaatdeskundige François Gemenne, dat de klimaatverandering vooral afhangt van de grote structuren die de basis zijn van de mondiale economie. De energie- en voedselproductie zijn sterk bepalend voor de uitstoot van broeikasgassen. Een eenmaal gebouwde steenkoolcentrale levert zo’n veertig jaar lang zijn elektriciteit aan de omgeving, zelfs als de bewoners besluiten hun energieconsumptie te verminderen.

‘Het leveren van jouw bijdrage’ is zeker een mooi idee, maar het is ook voor manipulatie vatbaar en gevaarlijk. Het kan leiden tot de gedachte dat een groot aantal individuele acties voldoende zou kunnen zijn. Een groot deel van onze hedendaagse bevolkingen hebben het gevoel ‘hun bijdrage te leveren’ door afval te sorteren, het gebruik van plastic te beperken en meer de fiets te gebruiken. Zeer lofwaardig, maar collectief gezien schiet dat volledig tekort.

De voorstanders van deregulatie en van de vrije markt zien heil in het promoten van deze gedachte. De ideeën van de Colibris kunnen ook worden opgediend met een neoliberale saus. Waar de individuele gewetens de vraag doen veranderen, worden de productiewijzen immers deugdzamer. Het collectief, de politiek, dwingende regels: nergens voor nodig, de wet van de vrije markt zorgt voor alles. Talrijke grote bazen (distributie, voedingsmiddelenindustrie, fast food, enzovoort) hebben veel op met de ideeën van de Colibris, evenals politici uit de rechts-liberale hoek.

Niemand wil de status quo handhaven, iedere ‘kolibrie’ hoopt dat het totaal van de individuele gewetensacties op den duur de zaken drastisch zal veranderen. Hoe nobel ook, het is niet alleen totaal onvoldoende, het is daarvoor ook al veel te laat. Als de kolibrie zich tevredenstelt met ‘het leveren van zijn bijdrage’, dan is bij deze het einde van de fabel geschreven: het bos brandt, de dieren zijn dood en met hen ook de kolibrie.

Jan de Boer – oud-Leeuwarder – is publicist en woont in het Franse Limoux.

Je kunt deze onderwerpen volgen
Opinie
Opinie