Jacob Haagsma.

De druppel

Jacob Haagsma. FOTO ANNET EVELEENS

Lijstjes, ik hou er niet van. Een ideaal onderwerp voor een column, dus.

Omdat het nog geen tijd is voor de Top 2000, wil ik het hebben over de lijst met de 500 beste albums aller tijden van het Amerikaanse blad Rolling Stone. Een tijdje geleden alweer werd de nieuwe editie van die lijst gepresenteerd.

Dat doen ze om de zoveel jaar: levert kopij op, en publiciteit, en de canon staat niet stil tenslotte. Hoewel zo’n lijst, met dat ronkende ‘ aller tijden’, dat wel suggereert - een van mijn grootste bezwaren tegen canon-achtige fenomenen.

Het nieuws ten opzichte van de eerdere edities, in 2003 en 2012, was dat The Beatles niet langer op nummer 1 stonden, Hun Sgt. Pepper’s Lonely Hearts Club Band moest die positie afstaan aan What’s Going On , het ook al bijna een halve eeuw oude, sociaal bewogen meesterwerk van Marvin Gaye. In 2012 stond die plaat nog op 6. Een teken des tijds: ook elders in die lijst rukten zwarte artiesten flink op.

Op de site van Rolling Stone had een lezer het al over een Black Lives Matter-excuuslijst - waarna die man (althans, dat denk ik) prompt voor ‘racist’ werd uitgemaakt. Want zo gaat dat in 2020, zeker daar in Amerika. Die canon blijkt dus wel degelijk gevoelig voor de tekenen des tijds, ook als het gaat om platen van 49 jaar oud. Eindelijk erkenning voor zwarte muziek, hoera.

Ik moest er even aan denken toen ik een paar weken terug een stukje tikte over de heruitgave van Sign O’The Times , het meesterlijke dubbelalbum van Prince (45 in de Rolling Stone-lijst, zijn Purple Rain staat op 8). En ik vroeg me eventjes af of iedereen deze Prince wel als ‘zwart’ ervaart.

Natuurlijk, de kern van Prince’s muziek is funk, een ondubbelzinnig zwarte stijl, maar Prince kleedde die grooves wel aan met allerlei invloeden, overal vandaan. Plus: Prince had een relatief lichte huidskleur. Michael Jackson en Beyoncé, nog twee grote zwarte muzikanten, trouwens ook.

In het Amerikaanse rechtssysteem, althans dat van een flink aantal staten, had je in de vorig eeuw nog de one-drop rule : als je maar één druppel zwart bloed in de anderen had, één zwarte voorouder die in je stamboom hing, dan gold je als zwart. Kon niet schelen hoe je er verder uitzag. Dus reken maar dat Prince daar wel degelijk als zwart ervaren werd.

Trekken we die one-drop rule even door, dan blijkt dat vrijwel alle muziek eigenlijk zwart is. De gitaar stamt eigenlijk uit Afrika, de banjo warempel ook, de viool stamt af van een Arabisch instrument. Dat maakt de term ‘zwarte muziek’ ogenschijnlijk minder bruikbaar, overbodig misschien, maar helaas (of niet:): ‘zwart’ als kleur, als categorie, is niet te vermijden.

Vraag het Miles Davis, jazztrompettist, muziekvernieuwer en liefhebber van de nogal Teutoonse avantgarde-componist Karlheinz Stockhausen. Zijn zeer donkere huidskleur bracht hem nogal eens in Black Lives Matter-achtige situaties.

Op zijn album Jack Johnson laat hij de bokser van die naam, de eerste zwarte zwaargewicht-bokswereldkampioen, dit zeggen: ,, I’m black. They never let me forget it. I’m black allright. I’ll never let them forget it.” Zwarte muziek, zo wordt dat dus een ding.

Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct