Asing Walthaus

De Bommelstudie

Asing Walthaus FOTO: ANNET EVELEENS

Bijna tachtig jaar geleden, in oktober 1941, verscheen voor het eerst een artikel over stripfiguur Olivier B. Bommel, in De Telegraaf .

Haast drieënvijftig jaar later, in februari 1994, schreef ik voor het eerst iets over Bommel in deze krant, vanwege de autobiografie van Marten Toonder. Omstreeks die tijd lag Klaas Driebergen in het ziekenhuis met een blindedarmontsteking. Zijn vader bracht hem daar een boek uit zijn verzameling Bommelstrips. Die had Driebergen als jongetje wel doorgebladerd, de geheimzinnige sfeer op de plaatjes trok hem aan ,,met al die bomen’’, maar de verhalen las hij niet. Nu was het ,,een schot in de roos’’, vertelt Driebergen als we hem bellen.

Vandaar dat hij met Hugo Klooster heeft uitgezocht wat er allemaal over Bommel is geschreven, door wie, en waar het verscheen. Op basis daarvan hebben ze de Bommel Literatuurgids samengesteld, die loopt van 1941 tot afgelopen zomer. Tachtig jaar Bommelstudie is de ondertitel.

Zo te zien is niks aan hun aandacht ontsnapt. Alles wordt genoemd, een rede van Arnold Heertje, het collectief onderbewuste van Carl Gustav Jung, stukjes van LC -collega Wiebe Pennewaard en mij, tot en met een ingezonden brief van professor Zbigniew Prlwytskofsky in NRC , 1972, toen Toonder ziek was en de strip even stopte.

De lijst is de hoofdzaak, maar de opsomming is verlevendigd met plaatjes en teksten uit de strip die over het lezen van boeken en kranten gaan. Het valt op hoe vaak personages somber worden van het lezen van hun ochtendblad. Hm.

Maar petje af voor al dit noeste werk. En voor de vader van Driebergen, die destijds precies het juiste boek heeft gebracht.

asing.walthaus@lc.nl

loading

Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct