,,Met het aanbod om in 2030 bijna 7 procent van ’s lands binnengaatse zonne- en windstroom op te wekken, maken de twintig Friese overheden een goede beurt."

Commentaar: Zuinigheid met vlijt

,,Met het aanbod om in 2030 bijna 7 procent van ’s lands binnengaatse zonne- en windstroom op te wekken, maken de twintig Friese overheden een goede beurt." FOTO JACOB VAN ESSEN

Met het aanbod om in 2030 bijna 7 procent van ’s lands binnengaatse zonne- en windstroom op te wekken, maken de twintig Friese overheden een goede beurt. In tegenstelling tot veel voorgaande energiedoelen is de elektriciteitsparagraaf van de Friese ‘energiestrategie’ geen luchtkasteel.

Het benodigde productievermogen aan zonnepanelen en windturbines is er al voor een groot deel. De rest staat in de steigers. Hierdoor zal de geraamde hoeveelheid elektriciteit van beide weersafhankelijke opwekmiddelen al over een jaar of vijf beschikbaar zijn.

Boter bij de vis dus, als je het afmeet aan het nationale klimaatpolitieke doel op dit punt. Dertig energieregio’s moeten over tien jaar samengeteld 35 miljard kilowattuur stroom van zon en wind leveren.

Dit totaal wordt dan toegerekend aan het totale verbruik in 2030 van particuliere huishoudens en de dienstensector (winkels, kantoren, ziekenhuizen en zo meer). Maar niet elke regio heeft het even gemakkelijk als het aankomt op ruimte voor turbines en zonneparken.

Volgens studies die louter op geschiktheid (vrij zonlicht, windaanbod, geen bebouwing) letten, beschikt het relatief dunbevolkte Friesland over meer dan 14 procent van het landelijke potentieel. In de Randstad figureert dit gegeven als wenkend perspectief in powerpointpresentaties op provincie- en gemeentehuizen.

Maar de coalitie aan de Tweebaksmarkt (CDA, PvdA, VVD en FNP) kiest wijselijk een ander vertrekpunt. Het concept-stroombod uit Friesland is het dubbele van zijn geraamde eigen verbruik. Het is daarmee vrijwel een afspiegeling van de huidige situatie. Het Friese verbruik in de gebouwde omgeving is nu ook 3 procent van het landelijke totaal en het Friese aandeel hernieuwbare opwek ligt nu ook al op 6 procent.

Daarom kan klimaatgedeputeerde Sietske Poepjes (CDA) het armpjedrukken van na de zomer, met de andere regio’s over de vraag ,,wie doet wat?’’, zelfverzekerd tegemoet. Als Friesland al meer turbines of zonneparken accepteert, dan alleen als de bevolking daar om vraagt in een brede maatschappelijke discussie die – corona en weder dienende – het komend half jaar doorgaat.

Of de bekommernis om het klimaat het in dat debat wint of die om leefbaarheid en landschap – de gekozen volgorde is de juiste. Ook netbeheerder Liander zal wat geduld moeten oefenen. De stroomtransporteur wil graag voor een langere termijn plannen, omdat netverzwaring ook dan al kostbaar genoeg is.

Dat het degelijke Friese stroombod conservatief is, verschaft de ‘mienskip’ ook ruimte om de morele plicht tot pure energiebesparing na te komen. Het klimaatprobleem is immers ontstaan door vlijt zónder zuinigheid.

Het commentaar is een dagelijkse rubriek waarin de Leeuwarder Courant reageert op actuele ontwikkelingen. Reageren? Gebruik de reactiemogelijkheid onder dit artikel of mail naar commentaar@lc.nl .

Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct