Wieberen Elverdink. FOTO LC

Column Wieberen: Wachten

Wieberen Elverdink. FOTO LC

V anuit een amper zichtbare kerktoren luidde de klok van Holwerd twaalf.

Een smerige, aanhoudende miezer drukte zwaar op de dag, op de kleuren in de kwelder, op de Waddenzee die daarachter moest liggen, daar waar het grijsgroene van het laatste slijkgras overging in het niets.

Onbedoeld verried een uitbundig urinerend dijkschaap de windrichting: aflandig.

Behalve mezelf en zo’n stel glazig kijkende herkauwers bevond zich verder niemand met een hartslag op de Nieuwe Zeedijk.

Wel stonden daar de twee naakte vrouwen van kunstenaar Jan Ketelaar. De dikke – of fatsoenlijker: de volle – en de dunne, beide van staal en een meter of 5 hoog.

Samen vormen ze het kunstwerk Wachten op hoog water , hun armen iets gespreid, eerder mediterend dan wachtend.

Voor die twee beelden was ik naar deze plek gereden. De plaatsing van het tweede exemplaar, dat van de magere dame, eerder deze maand, had me gefascineerd.

Op de foto’s die de krant van haar afdrukte trof mij het spichtige, het hoekige. Die eindeloze vlerken met knokige lange vingers, waarin E.T. en Tante Sidonia verenigd leken. De gezichtsuitdrukking van zo’n levend standbeeld in een winkelcentrum: roerloos en doods, maar klaar om de kleuter die net een kwartje in de hoed gooit met een plotse beweging de stuipen op het lijf te jagen.

Ik hoop niet dat Ketelaar zich beledigd voelt, maar ik vond haar, anders dan haar buurvrouw die ik meer voor een goeiig gembertheetype hield, een beetje eng.

Maar nu ik zo pal voor de wachtende, iets voorovergebogen spriet stond ( face your demons , ha!), verwaaide mijn vrees voor haar onbuigzame voorkomen. Het was alsof de septemberregen haar een beetje zachter, een beetje vrouwelijker had gemaakt.

Dikke, glanzende druppels meanderden in frivole patronen kietelend langs haar roestige, stijve laslichaam naar beneden. In mijn hoofd rukte ze zich los van haar lasverbindingen, veegde ze het zand van haar billen, gooide ze haar denkbeeldige haar los om lenig als een impala de branding tegemoet te dansen.

Wachten op hoog water? Kom nou!

Niet veel later bevond ik me opnieuw tussen wachtenden, in de restauratie van de veerhaven. Met beslagen brillen en platgemiezerd haar zetten passagiers voor de boot van 2 uur zich aan de tafeltjes bij het raam.

Vóór mij zat een jong stel met een kereltje van een jaar of 4, een onderzoekende kleuter die om de halve minuut zijn gloeiende hoofdje dichter bij het venster bracht om te zien of uit de loodgrijze leegte al een veerboot tevoorschijn kwam.

Steeds ongeduriger werd hij en alsmaar verder schoof hij naar het puntje van zijn stoel, tot het onvermijdelijke gebeurde.

Bam!

Daar lag hij, brullend en met gebalde vuistjes languit onder de tafel. ,,Stomme bohóóóóót!’’

En nu vraag ik mij af of Jan Ketelaar nog een restje staal over heeft voor een derde beeld op de Nieuwe Zeedijk, van een gevloerde, loeiende kleuter.

Ik zou Wacht op een boot later een goede naam vinden.

wieberen.elverdink@lc.nl

Twitter: @WElverdink

Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 4,99 per maand. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct