Wieberen Elverdink. FOTO LC

Column Wieberen: Berehap pinda

Wieberen Elverdink. FOTO LC

Eerst keken we elkaar aan. Toen schoten onze ogen naar de klok en daarna weer naar elkaar. Even na halfzes, zondagavond, het kon nog nét. ,,Gaan’’, zei ze. Ik had aan één woord genoeg en schoot in mijn jas.

Er stond al een pan vlees op het vuur. Er lagen al bleke aardappelschijfjes te ontdooien in een schaal. Maar de seconde nadat minister Bruins bekendmaakte dat alle eet- en drinkgelegenheden per zes uur moesten sluiten, veegden we de maaltijdplannen van tafel.

Naar de snackbar. En snel een beetje. Ik raadpleegde de klok op mijn telefoon: nog 24 minuten.

Ach, de snackbar.

Geelsteens bastion van borrelend vet, waar het dorpsleven zich iedere dag vanaf een uur of vijf samenbalde, op die oncomfortabele houten wachtbankjes, de leesmap in de hoek, de steriele vitrine waar de frikadellen in dozen wachtten, de telefoon die onophoudelijk overging tot Jing, de in China geboren eigenaar, met zijn diepe veldwachtersstem een eind aan het getingeltangel maakte: ,,Jaaaa, zeggema!’’

Registeraccountants. Verpleegkundigen. Juffen. Behangers. Veehouders. Mensen die elkaar misschien wel niet hadden gekend, elkaar nooit hadden begroet of gesproken als ze niet tot de vaste clientèle van de cafetaria hadden behoord, maar nu – zolang hun avondeten in Jings frituur lag te sissen – een paar minuten tot elkaars sociale vaardigheden waren veroordeeld.

,,Goeie dei hân op it wurk?’’

,,Is jim Sjoukje hast útrekkene? Watte? Oh, Fróukje, sorry.’’

Wat kon ik genieten van die sessies in het frietlokaal. Soms bleef het ongemakkelijk, afhankelijk van de samenstelling van de wachtenden. Dan vormden zich na het obligate spel van vraag en antwoord vastkoekende stiltes die zelfs Jian, Jings zonnige wederhelft, niet losgekeuveld kreeg.

Andere keren ontsponnen zich felle debatten die het Britse Lagerhuis tot theekransje degradeerden. Ik herinner me discussies over anticonceptie, over de noodzaak van een zebrapad in de Weibuorren, over al dan niet falend landbouwbeleid, over de overgang van winter- naar zomerjas en één keer – en dit is geen grap - belandde ik een verbaal spierballengevecht over de vraag of men den dampenden berenhap in een mayo- dan wel pindasausbadje neme.

Met nog 21 minuten op de klok betrad ik de snackbar, waar ik ontgoocheling op de gezichten van Jing en Jian verwachtte. Maar de zojuist door Bruins afgekondigde onheilstijding was kennelijk nog niet binnengedrongen. De televisie aan de muur stond niet afgesteld op het nieuws, maar op een sportkanaal, waar een wielerkoers gaande was.

Meer mensen druppelden binnen, meer impulssnackers die normaal ook niet op zondag kwamen, maar met de zojuist afkondigde bamischijfloze weken in het vooruitzicht nog éénmaal een vette bek wilden halen. Nog één keer de kassa van de friettent wilden spekken. Nog één keer ,,jaaaa, zeggema!’’

We keken elkaar aan. We wisten het allemaal. En we zwegen erover.

Goed. Dat was zondag.

Intussen weet ik dat de snackbar voorlopig tóch open mag blijven, waarvoor driewerf hoera. Maar het A4’tje bij de ingang vermeldt dat er alleen nog telefonische bestellingen worden aangenomen. Groepsgewijs wachten op de houten bankjes is niet toegestaan.

Discussies zijn er niet meer bij.

Rotvirus.

Dan maar even zo een duit in het zakje: een berehap hoort natuurlijk met pindasaus.

wieberen.elverdink@lc.nl

Twitter: @WElverdink

home
net-binnen
menu