Column 'Van Sint tot Kerst': De rede en de dood

Maandagavond, een week voor kerst. Een liedje voor het slapengaan. De jongste (5) giert het uit als enkele zinnen van Midden in de Winternacht door de oudste (7) worden omgevormd. ,,Christus is bevróóóren.’’

Even later, de waterkoker klikt net, de thee kan getrokken. Een gesmoord gepiep klinkt ineens uit de hal terwijl de raadsvergadering van Leeuwarden via de laptop de woonkamer in schalt.

In de deuropening staat de jongste met zijn bruine beer en zijn blauwe Nestléknuffel met gestopt brandgat. Intens verdrietig is die stoere: ,,Ik wil niet dat jij dood gááát en ik wil niet dat papa dood gááát.’’

,,Hoe kom je daar nu zo bij?’’ ,,Van kerst, van Jezus.’’ ,,Maar met kerst wordt Jezus toch geboren.’’ Met de rede bereiken we niets. Diep droevig blijft hij. ,,Jullie moeten honderd worden en dan vind ik het goed, niet eerder.’’

Van boven, ook die rede: ,,Ik weet 70 procent zeker dat je niet eerder dan papa en mama doodgaat’’, probeert de oudste vanuit zijn bed. ,,Ik wil ook niet dóóód’’, schreit zijn broertje, nog wat luider.

Dikke knuffels, kusjes, een warme hand naar boven, naar bed. ,,Dood is niet leuk, daar mag je heel verdrietig om zijn, maar dood gaat iedereen, dood hoort bij het leven.’’

,,Whááá, iedereen gaat dood, behalve Sinterklááás en Zwarte Piet, dat is zóóó zielig. En dan zie ik die nooit meer en ook niet meer de kerstbóóóm. Ik mis dan de kerstbóóóm.’’

De belofte dat we nog heel lang bij hem zullen blijven en heel goed op hem zullen passen, werkt een stuk beter. Aaien, een gaap, een diepe zucht en de ogen vallen dicht. Laat het vooral heel gauw kerst worden.

Toon reacties

Mis niets van het regionale nieuws. Ontvang onze dagelijkse nieuwsupdate, helemaal gratis.

Meer dan 22.249 nieuwsbriefabonnees

Je kunt je op elk moment weer uitschrijven

Lees hier ons privacy statement