Een van mijn minder hebbelijke gewoonten, vindt mijn vriendin dan, is dat ik festivalbandjes langer om mijn rechterpols laat zitten dan strikt noodzakelijk. Zij knipt de boel hooguit de volgende dag al af, ik blijf er dagen, weken soms mee rondlopen. Deels laksheid, deels trots, deels nostalgie.

Ik staar nog af en toe met wat heimwee naar het bandje van Le Guess Who?, al speelde dit prachtige festival zich al weer een week of twee geleden af. Vier dagen, of liever: vier avonden en nachten was Utrecht, en niet alleen het centrum maar ook de hippe buurten in de periferie, bezaaid met bijzondere zaken op het gebied van muziek, dans, performance, beeldende kunst – en de snijvlakken daarvan. Maar vooral muziek, en dan niet van die voordehandliggende namen die je op elke festivalwei tegenkomt, maar een even breed als diepgaand scala van namen die er ook echt toe doen. Zeker in hun niche.

Het is beslist hard werken om zo’n festival door te komen. Dat begint al bij het doorgronden van de blokkenschema’s. Vol namen die zelfs de lezer van underground-muziekblad The Wire (zoals ik dus) niet altijd iets zeggen. Maar dan kom je ook de mooiste, bijzonderste zaken tegen.

Ik ril nog bij de gedachte Ensemble ONCEIM in de Domkerk, een Frans ensemble dat de minieme nuances aan de drones van Eliane Radigue en Stephen O’Malley ontlokt. Ik schud nog na bij Katey Red, een even boomlange als transseksuele rapper annex vertegenwoordigster van het zwaar geseksualiseerde bounce- genre uit New Orleans. Compleet met hitsige danseressen en participerend publiek, diep in de nacht in dat nette TivoliVredenburg-complex. Ik moet nog bijkomen van de aardschuddende frequenties waarmee The Bug zijn dancehall-ritmes opschudt.

Ik wrijf mijn vriendin in dat ze niet van wereldmuziek houdt, en toch razend enthousiast is over de opruiende percussie-orgies van BCUC uit Soweto. Ik verbaas me over de vitaliteit van legendarische freejazz-helden Art Ensemble Of Chicago, terwijl vriendin verder trekt – er zijn grenzen, vindt ze. We worden het weer eens over jazz bij de wonderbaarlijke, vier drummers sterke bezetting van Sons Of Kemet. Samen fietsen we op de vroege zondagmorgen (nu ja, tegen half een ’s middags) naar een industrieterrein, waar we ons laten hypnotiseren door de manier waarop ons geliefde bandje Endless Boogie weet ik hoe lang kan doorrocken op één en hetzelfde akkoord.

Dat was lang niet alles en ik verzeker u: de lijst van de dingen die we gemist hebben is nog vele malen imposanter, want zo’n soort festival is het. Zoals het ook louter juichreacties krijgt van hen die het weten kunnen, onder wie elk jaar weer meer buitenlanders. Zo’n festival, zonder oogkleppen en zonder hoogtevrees (want erg diepgaand), waar het echt gaat om intrinsieke muzikale waarde en niet om marketingtoestanden, kan niet zonder wat subsidie.

Maar dan kun je altijd rekenen op de VVD om de pret te bederven, in de persoon van Tweede-Kamerlid Thierry Aartsen, die pleit voor minder subsidie voor zulk soort zaken en meer voor volkscultuur. Een even domme als schandalige vorm van verdeeldheid zaaien. Volkscultuur houdt zichzelf wel in stand, anders is het die naam immers niet waard. Ik zeg niet dat de niche van Le Guess Who? belangrijker is, maar die is wel kwetsbaarder. En het verdient steun, juist om het vele waardevolle dat daar te zien is – en iedereen kan erheen, zo duur zijn die kaartjes ook weer niet.

En nu de schaar erin.

JACOB HAAGSMA

jacob.haagsma@lc.nl

Je kunt deze onderwerpen volgen
Opinie
Column
Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct