Column Anne Goaitske Breteler: Welkom in de feesttent

Anne-Goaitske Breteler. FOTO NIELS WESTRA

Maandag word ik vierentwintig en vanavond vier ik dat met mijn vrienden. Al weken keek ik daarnaar uit. Niet zozeer naar mijn verjaardag, vooral naar de gelegenheid waar ik dankbaar gebruik van ging maken. De Nacht fan Ferwert zou de aftrap van mijn tentfeestseizoen worden, maar tot mijn grote verdriet wordt het vanwege het coronavirus afgelast.

Sinds ik ‘op stap’ ga, hoort daar ieder jaar minstens een tentfeest bij. Zelfs tijdens mijn studententijd waar techno-dj’s in jungleclubs de norm waren, haalde niets het bij de sfeer van een nacht flink doorhalen in een Van Kammen-tent. Liters alcohol, biertrays en bierdouches over de hoofden van het publiek, veel te luide coverbands en – tegen het eind van de avond – overal zoenende stellen. Je zou denken dat de chaos afschrikt, maar niets is minder waar.

Tentfeesten spreken mij niet alleen persoonlijk aan, vanuit mijn vakgebied is het evengoed een interessant fenomeen. Ook al komen de meeste feestgangers er voornamelijk met het idee om gezamenlijk ‘naar de tering te gaan’ – zoals mijn vrienden dat formuleren – toch is zo’n nacht ook een maker van identiteits- en collectiviteitsgevoel. Het zou gezien kunnen worden als een ritueel binnen het geloof in een gemeenschappelijke sociale noemer. Laat dat in dit geval ‘plattelanders’ of ‘buurtgenoten’ zijn. Een tijdelijke plek waar iedereen zich verzamelt om een wanordelijke avond te beleven. Daar, binnen de tentdoeken, is leeftijd, achtergrond of klasse ondergeschikt.

De tegenstrijdigheid van het ritueel, de chaos, zorgt uiteindelijk voor sociale orde in de toekomst. Bij het tentfeest hebben we het dan bijvoorbeeld over ‘slaanderij’ of vreemdgaan. Daarmee wordt niet alleen de heersende structuur van de groep blootgelegd, maar tegelijkertijd zorgt het ritueel ervoor dat die samenstelling kan veranderen. Het is niet ongewoon dat een tentfeest na afloop zorgt voor conflicten in de relaties van koppels of vriendengroepen.

Net als bij ieder ritueel vinden er vaste handelingen plaats tijdens een tentfeest. Acties die zich eerst vaak vanuit praktisch nut aandoen, vervolgens herhaald worden en dan herkenningspunten vormen voor de volgende keer. Enkele voorbeelden noemde ik al, maar eigenlijk begint het al van tevoren: de verzameling taxibusjes uit alle windstreken, de fietsers die hun entree maken en van wie er altijd eentje door vroegtijdige dronkenschap in de sloot belandt. Dan het ontvangen van een polsbandje – dat daarmee ook een symbolische functie vervult –, het ophangen van de jassen, aanschaffen van de muntjes, het zoeken van een geschikte plaats om te kunnen meezingen met de klassiekers (lees: Links Rechts van de Snollebollekes) en vooral ook het meedansen, het stiekem roken buiten de rookruimte, of bij wijze van pauze even wildplassen tussen de geparkeerde auto’s.

Rond een uur of twee in de ochtend spuwt de tent de grote menigte weer uit. Het ritueel gaat nog kort door: waar mogelijk wordt een snackje gescoord en dan rijden de taxi’s hun routes weer terug om de bezwete, aangeschoten bezoekers thuis af te leveren. Misschien te bedwelmd om een daadwerkelijk collectiviteitsgevoel te ervaren, maar toch sfeer genoeg om een volgende keer weer te gaan.

Reageren? agbreteler@gmail.com