Column Anne-Goaitske Breteler: Moai waar, net?

Anne-Goaitske Breteler. FOTO NIELS WESTRA

Gelukkig kan ik als zzp’er in deze periode thuis doorwerken voor het Wereldmuseum. Af en toe bel ik met mijn collega over de vorderingen in de tentoonstelling, maar ook over de tussenstand van het virus. In Rotterdam valt het nog mee. De ouders van mijn collega bevinden zich echter in het epicentrum: Uden. Zij durven de deur bijna niet meer uit. Ik kan het me nog niet zo goed voorstellen, biecht ik haar op. De angstaanjagende beelden uit de ziekenhuizen van steeds meer coronapatiënten en strijdend zorgpersoneel blijven tot nu toe – godzijdank – beperkt tot de nieuwsberichten op mijn telefoon.

De quarantainetijd, die hier in het Noorden voornamelijk als voorzorgsmaatregel geldt, valt me in die zin ook niet zo zwaar. Mijn vriend verblijft deze week bij mij in Ternaard en samen met de hond maken we dagelijks lange wandelingen langs de zeedijk. Ik ben gewend om tijdens die route vrijwel niemand tegen te komen, maar blijf nu van de ene ,,goeie!’’ in de andere ,,moai waar, net?’’ hangen. Wel op anderhalve meter afstand uiteraard.

En het zijn niet alleen volwassenen die naar buiten gaan. Het gebrek aan prikkels zet mensen aan om in beweging te komen. Misschien juist omdat kinderen nu verplicht worden om hun schoollessen via beeldschermen te volgen, is de behoefte om zich daarna op een andere manier te vermaken groter. Daarbij raakt het klassieke tijdverdrijf weer in trek. Zo zag ik afgelopen week drie jongens met polsstokken door het land struinen, reed ik langs een groep skeelerende meisjes en werd in de familie-WhatsAppgroep het aantal opgeloste puzzels gedeeld.

Het in beweging komen geldt overigens niet alleen voor het lichaam, evengoed voor de mentale gezondheid. Ik heb het idee dat deze quarantaine mij daarom toch iets oplevert. Daarbij wil ik absoluut niet voorbijgaan aan alle ongezonde ellende die corona veroorzaakt. Maar voor mensen zoals ik, die zich nog in een bevoorrechte positie bevinden, kan het een gezondere geest opleveren.

Dit is namelijk hét moment voor introspectie. Normaal gesproken heeft niemand daar ‘tijd’ voor, het hoge tempo eist de laatste decennia immers steeds vaker zijn tol in de vorm van burn-outs of depressies. Nu kunnen we niet anders dan naar buiten gaan, opruimen, klussen en vooral ook nadenken. Over hoe het straks verder gaat, maar ook over het wezenlijke element waar we, zeker nu, massaal mee geconfronteerd worden. Onze samenleving is namelijk steeds verder van de dood af komen te staan.

Terwijl het besef van onze sterfelijkheid volgens de Vlaamse psychiater Damiaan Denys juist precies is wat we nodig hebben voor een gezonde geest. Hij betoogde eind 2019 in een interview in NRC dat we, door de dood dichterbij te halen, een overlevingsmechanisme inschakelen. Daardoor hoeven we niet langer zelf betekenis te geven aan alles om ons heen, maar is overleven het allerbelangrijkste. Denys noemde ons tijdperk toen nog ‘pre-apocalyptisch’. Nu, een paar maanden verder, is dat anders. Misschien dat we in die gedachte, tussen al dit ongeluk, dan toch nog een beetje geluk kunnen vinden.

agbreteler@gmail.com