Column Anne-Goaitske Breteler: Frysk bloed tsjoch op

Anne-Goaitske Breteler. FOTO NIELS WESTRA

Ik heb me nog nooit zo Fries gevoeld als tijdens mijn studietijd in Amsterdam. Juist in die nieuwe stad dacht ik constant Friezen om me heen te horen – vaak ten onrechte natuurlijk – en lette ik op iedere vlag met pompeblêden . Zelfs in de supermarkt werd ik getriggerd door de merken van zuivelproducten of stroop. Nu ik weer terug ben in Friesland, valt dat me allemaal veel minder op. Vrijwel iedereen om me heen maakt immers onderdeel uit van dezelfde gemeenschap.

Toch merk ik, dat ik maar een stap buiten de provincie hoef te zetten om dat gevoel weer op te roepen. Zo werkte ik twee weken geleden in het Wereldmuseum van Rotterdam. Tussen alle flyers van de eigen tentoonstellingen daar, viel mijn oog juíst op eentje van het Fries Museum. Even later ontmoette ik een nieuwe collega. Ze vroeg waar ik vandaan kwam en toen ik haar vertelde dat dat Friesland is, schoof haar bureaustoel een stukje mijn kant op. ,,Oh wat leuk zeg, ik ben daar ook geboren.’’ Er volgde meteen een gesprek met ,,waar dan precies?’’ en ,,ken je die en die dan ook?’’

Een interessant fenomeen; dat een Fries zich vaak verbonden voelt met een andere Fries, zodra zij elkaar buiten de provinciegrenzen tegenkomen. De antropoloog Benedict Anderson noemt dat Imagined Communities : een ingebeelde gemeenschap op basis van hetzelfde identiteitsgevoel. Het betekent dat de mensen binnen zo’n gemeenschap elkaar nooit allemaal kennen, maar desondanks een diepgaande connectie voelen. Soms zelfs met vergaande gevolgen. Denk maar eens aan een leger waarin twee soldaten in principe vreemden van elkaar zijn. Toch vechten ze samen en zijn ze bereid te sterven voor de bescherming van elkaar en hun gemeenschap.

Ook op dagelijks niveau kunnen we het merken. Culturele fenomenen, zoals taal of nationale symbolen dragen bij aan de vorming van identiteitsgevoel. Zo kan een verdeling gemaakt worden tussen een ‘wij’, ten opzichte van een ‘zij’. Wanneer er een andere identiteit tegenover de eigen staat, dan worden de verschillen versterkt. Neem de continue strijd tussen Friezen en Groningers. Het kleine onderscheid blijkt echter niet altijd prioriteit te hebben. Zodra Nederland speelt tijdens het WK bijvoorbeeld. Dan reikt de verbeelde gemeenschap ineens verder en zijn die onderlinge conflicten niet meer zo belangrijk.

Vooropgesteld is het mooi dat een ingebeelde gemeenschap als basis kan dienen om je als mens te kunnen verhouden tot deze wereld. Als plattelander in een grote stad. Toch ligt het gevaar op de loer dat we gaan geloven in een onveranderlijke definitie van ‘onze’ identiteit. Eentje die bijna vast te pakken lijkt. ‘De Fries’ of ‘De Nederlander’.

Daarvan kan nationalisme een reële consequentie zijn. Dat hoeft niet per definitie slecht te zijn, maar de stap naar actieve verdediging van die gemeenschap wordt minder groot. Voordat we straks met z’n allen de wapens tevoorschijn halen om te strijden voor een ‘frexit’, lijkt een beetje tornen aan cultuur en traditie juist gewenst. Dan zien we in ieder geval dat die gemeenschap toch áltijd een ingebeelde blijft.

Reageren? agbreteler@gmail.com