Jantien de Boer.

Chagrijnig

Jantien de Boer. FOTO NIELS WESTRA

Er is niet veel meer voor nodig om me chagrijnig te krijgen. In een supermarkt in Groningen spraken virusontkenners deze week klanten met mondkapjes aan.

Ik weet niet wat ik had gedaan. Ik denk dat ik ze vriendelijk had weggewuifd, maar diep in mijn hart ben ik woedend op alle complotdenkers en o ja, ook op alle mensen (ik houd me in, eigenlijk wil ik idioten schrijven) die achter Donald Trump aanlopen.

,,Ha!’’, riep ik naar de theepot op de keukentafel toen ik een citaat las van Renee Nielsen, de voorzitter van de Republicans Abroad Nederland. ,,Een ding is voortaan duidelijk’’, zei ze over de Amerikaanse verkiezingen. ,,De Republikeinse Partij vertegenwoordigt voortaan de arbeidersklasse.’’

Het is godgeklaagd. Kennelijk wil de Amerikaanse arbeidersklasse een president die vrouwen in hun kruis grijpt, de natuur verkracht, de belasting ontduikt, aantoonbaar liegt en de rechtsstaat ondermijnt.

Nee mijn humeur wordt er niet beter op. Ook omdat ik de documentaire The Social Dilemma zag, over de verwoestende invloed van sociale media op de wereld.

Tijdens het kijken dacht ik aan de natuurkundige Stephen Hawking die al vier jaar voor zijn dood in 2018 zei dat de ontwikkeling van Kunstmatige Intelligentie het einde van de mensheid kan betekenen.

Destijds leek me dat vergezocht, maar kijk nu. Nooit eerder waren ondernemingen zo rijk als de techbedrijven nu. We worden gestuurd door likes. Op internet krijgen we allemaal onze eigen werkelijkheid voorgeschoteld en als we elkaar virtueel tegenkomen, slaan we elkaar de hersens in.

We vechten over mondkapjes, over het virus en over pedofiele netwerken van hooggeplaatste wereldleiders.

Ondertussen worden we steeds onzekerder over ons eigen leven omdat we de hele dag op Instagram, Facebook en Snapchat geconfronteerd worden met plaatjes van beeldschone, intens gelukkige medemensen.

Nee, ik word er niet blijer op. Misschien sprong ik daarom deze week tussen twee vechtende jongens. Vanuit de auto zag ik hoe ze hun fiets neergooiden en begonnen te knokken. Eentje lag op de grond, de ander was duidelijk sterker.

Al mijn chagrijn kwam boven. Ik maakte een noodstop en rende naar ze toe. ,,Heeeee!’’, schreeuwde ik tegen de grootste. ,,Bied je excuses aan! NU!’’ De andere puber, ik schatte hem een jaar of zestien, bleef liggen. ,,Help hem overeind’’, gebood ik.

De lange jongen mompelde sorry en stak zijn hand uit naar het slachtoffer. ,,Kijk dan, hij lacht gewoon hoor’’, zei hij over zijn opponent. Ik tuurde bijziend naar het gezicht van de knaap. ,,Hoe is het?’’, bitste ik. ,,Het doet wel zeer’’, piepte hij.

Houterig kwam hij overeind. ,,Misschien denken jullie wel; waar bemoeit die ouwe taart zich mee’’, preekte ik. ,,Maar ik word hier heel verdrietig van. Dat jullie vechten. Of dat een van jullie gepest wordt. In deze tijd.’’

,,We zijn vrienden hoor’’, wierp de langste tegen. ,,Nou als ik dit nog een keer zie’’, zei ik, ,,dan ben jij niet jarig. Dan ben jij zwaar de sjaak. En geef elkaar nu een hand.’‘

Ze gaven elkaar een hand. Daarna fietsten ze samen verder, zag ik even later vanuit de auto. En op een of andere manier was ik nog treuriger dan ervoor.

Reageren? Jantien.de . boer@lc.nl

Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct