Wieberen Elverdink.

Carspotting

Wieberen Elverdink. FOTO MARCEL J. DE JONG

Omdat er sinds kort een ijsvogel in het dorpspark woont, trok de 12-jarige me naar buiten, naar de vijver waar hij zijn lievelingsdier een dag eerder in een vlaag van gelukzaligheid had gesignaleerd.

Hij versnelde zijn pas, de fotocamera deinde onrustig tegen zijn borst; voor je het wist had zo’n schichtig vogeltje het hier weer bekeken – geen ondenkbeeldig scenario met al die jonge hengelaars aan de oever – en dan zag je het nooit weer terug.

Zo haastten we ons door de straten, tot achter ons een diep gebulder aanzwol. Een Audi roffelde voorbij, zo’n zakenwagen met sambal onder de motorkap. En ik was alweer 10 meter verder, toen ik vernam dat de 12-jarige was blijven staan.

Glunderend staarde hij naar het schermpje van zijn fototoestel.

Een Lamborghini! In Drachten!

„Zíeke bak”, bracht hij uit. „Zag je die uitlaten?”

„Ga je die op Instagram zetten?”, vroeg ik.

Veel van zijn leeftijdsgenoten deden dat: foto’s van exclusieve wagens delen op de sociale media, voor de likes, voor de digitaal opgetrokken wenkbrauwen, en ook die van ons toonde zich al langer gevoelig voor dat fenomeen.

Een paar weken geleden nog, toen hij veel later dan gebruikelijk was thuisgekomen van school en ik hem bozig informeerde naar de reden. Bleken hij en zijn makker onderweg op de fiets een Lamborghini te zijn tegengekomen.

Een Lamborghini!

In Drachten!

In plaats van het ding in verwondering na te staren hadden ze rechtsomkeert gemaakt en de achtervolging ingezet. En met succes: een uur later troffen ze het object van hun begeerte aan de andere kant van Monaco aan de Drait en schoten ze de geheugenkaarten van hun mobieltjes erop vol: ,,Ziek!’’

Nu is carspotting geen nieuw verschijnsel. Al sinds er auto’s bestaan leggen liefhebbers die graag met de camera vast. Maar sinds een paar jaar is werkelijk sprake van een jeugdsubcultuur. Hordes tieners, jongens vooral, scheppen er genoegen in om beelden te verspreiden van de Ferrari’s, Bugatti’s en Aston Martins die voor hun lenzen opdoemen. Hoe zeldzamer de slee, hoe waardevoller de foto en hoe hoger hun aanzien – alsof ze die auto een heel klein beetje zelf bezitten.

En de ware carspotter kent zijn pretplekjes. In Amsterdam moet je voor een beetje supercar in de PC Hooftstraat zijn, in Rotterdam schijn je op De Meent een wagenpark om van te likkebaarden te kunnen treffen, maar het absolute auto-Elysium is De Brink in Laren.

Vanuit het hele land drommen daar scholieren samen: vakkenvullers, vaatwassers, folderbezorgers, verbonden in hun dromen van Italiaanse spierballen en Brits gebulder. Ik begrijp dat eigenaren van die bolides er speciaal naartoe rijden om gezien te worden.

Dat zou je ijdeltuiterij kunnen noemen, maar dat is te makkelijk gezegd als je zelf een sleetse Volvo van het type Kinderkliko met kauwgom in de bekleding rijdt.

,,Ik denk niet dat ik die Audi op Instagram deel’’, somberde de 12-jarige, na een nadere blik op zijn camera. ,,Hij is denk ik toch niet bijzonder genoeg.’’

En de ijsvogel was er ook al niet.

wieberen.elverdink@lc.nl

Twitter: @WElverdink

Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct