Burgers en politici: vertrouw elkaar

Met een burgerberaad helpen burgers politici besluiten te nemen over complexe thema’s. FOTO SHUTTERSTOCK

Bij complexe problemen kunnen burgers en politici elkaar helpen. Maak politieke besluiten gemeenschappelijk, betoogt cultuurhistoricus Eva Rovers.

Hoe gevoeliger een onderwerp ligt en hoe meer verdeeldheid het zaait, hoe slimmer het is om burgers erover te laten beslissen. Of het nu gaat om het homohuwelijk of abortuswetgeving in het katholieke Ierland, de opslag van nucleair afval in Australië of klimaatwetgeving in Frankrijk: het was telkens een groep gelote burgers die binnen een paar maanden tot een oplossing kwam, terwijl de landelijke politiek op hetzelfde onderwerp al jaren was vastgelopen. Sterker, de besluiten van deze burgers gingen vaak verder dan politici (met de volgende verkiezingen in het achterhoofd) ooit hadden durven voorstellen, en toch veroorzaakten ze geen polarisatie of maatschappelijke onrust. Hoe kregen ze dat voor elkaar? Met een burgerberaad.

Om het meest recente voorbeeld te nemen: de historische zet van president Macron om burgers te laten beslissen over klimaatbeleid. Eind juni maakte hij bekend dat hij 146 van de 149 maatregelen zou overnemen die een groep van 150 Fransen hem hadden aangeboden. Die voorstellen variëren van een verbod op reclame voor vervuilende auto’s tot het opnemen van milieubescherming in de grondwet en het nationaal en internationaal strafbaar stellen van ecocide (het grootschalig vernielen van de natuur – want dat kan helaas nog straffeloos overal ter wereld).

Macron was niet uit zichzelf op het idee gekomen om burgers te laten meebeslissen. Pas na de hevige protesten van de ‘gele hesjes’ besefte hij dat hij iets over het hoofd had gezien: burgers. Hij had de Franse uitstoot van broeikasgassen willen verkleinen door de benzineprijs te verhogen, maar had er niet bij stilgestaan hoeveel Fransen afhankelijk zijn van hun auto, vanwege het slechte openbaar vervoer buiten de steden. Grote onrust in de Franse samenleving was het gevolg.

Macron was niet uit zichzelf op het idee gekomen om burgers te laten meebeslissen

Maar uit die samenleving kwam ook de oplossing, namelijk het voorstel om een onafhankelijk burgerberaad over het klimaat in het leven te roepen, de Convention Citoyenne pour le Climat. Deze groep van 150 burgers vormde een afspiegeling van de Franse bevolking wat betreft leeftijd, opleidingsniveau, culturele achtergrond en woonplaats in stad of dorp. De deelnemers kwamen zeven weekenden samen over de loop van ruim een half jaar. Hun opdracht was om zich te informeren, zich te beraden en samen te besluiten over de vraag hoe Frankrijk voor 2030 de uitstoot van broeikasgassen met 40 procent kan reduceren.

Tijdens de eerste bijeenkomsten werden de deelnemers geïnformeerd over het onderwerp door experts, ngo’s, belangengroepen en ervaringsdeskundigen. Alle perspectieven, ook tegengestelde, kwamen aan bod. Ook konden deelnemers zelf sprekers uitnodigen. De rest van de bevolking kon via livestreams alles volgen. Daarna gingen de deelnemers in kleinere groepen met elkaar in beraad: daarbij gaat het niet om het verdedigen van standpunten, maar het uitwisselen van perspectieven. Dit helpt om voorbij politieke of ideologische verschillen te kijken en het collectieve belang leidend te laten zijn. De uitkomst waren 149 maatregelen op het gebied van transport, gebouwde omgeving, consumptie, werk en voedsel, waarvan Macron 98 procent heeft overgenomen.

Met een burgerberaad helpen burgers politici om oplossingen te vinden voor complexe thema’s. Bovendien versnelt het de besluitvorming, omdat een burgerberaad politici een veel beter beeld geeft van het draagvlak voor bepaald beleid. Zulke gemeenschappelijke besluitvorming vereist wel een cruciaal ingrediënt: wederzijds vertrouwen. Politici moeten erop vertrouwen dat niet alle burgers ‘boze burgers’ zijn, maar dat de meeste mensen graag meehelpen om buurt, regio of land beter te maken. Maar het vraagt ook van burgers dat zij erop kunnen vertrouwen dat politici daadwerkelijk iets met hun aanbevelingen zullen doen.

Vertrouwen geven is vertrouwen krijgen, en dus moet iemand de eerste stap zetten. Gelukkig geeft Friesland het goede voorbeeld. Op 23 augustus vindt hier het eerste ‘Grote Straatberaad’ plaats: alle inwoners kunnen vanuit hun straat meehelpen om de allereerste klimaatverklaring op te stellen. Zo laat de Fryske mienskip zien dat zij samen met de politiek de grootste gemeenschappelijke uitdaging van deze eeuw wil aanpakken. Daar kan natuurlijk geen enkele politicus nee tegen zeggen.

Eva Rovers is cultuurhistoricus en auteur van o.a. Practivisme. Een handboek voor heimelijke rebellen.

Uw mening gevraagd: reageer hier op stellingen