Wieberen Elverdink.

Buren

Wieberen Elverdink. FOTO MARCEL J. DE JONG

Dat briefje, een paar dagen eerder, waarin ze zich excuseerden voor het uitblijven van een laatste buurtborrel (want ja, corona) en de straat alvast waarschuwden voor de vrachtauto die misschien voor overlast kon zorgen; het was attent, maar niet nodig.

We wisten toch al dat ze zouden gaan, al maanden.

Onze buren.

Toch viel het rauw op ons dak, vrijdag vroeg, toen we bij het openzwaaien van de gordijnen dat gevaarte al op de stoep aantroffen. De zware verhuiswagen, waaruit drie mannen met identieke sweaters tevoorschijn sprongen. Opstroopte mouwen. Stoïcijnse blikken. Korte commando’s, die ik kende van mijn vroegere vakantiebaantje als verhuizer.

,,Stekwein!’’

Het voelde wat onbestemd, dat donkere, verlaten onderkomen naast ons

,,Sliepkeamer!’’

,,Kwartslach draaie!’’

Koele, zakelijke kreten, waarmee ze het hele emotionele proces van verhuizen verbaal in dikke bruine transportdekens wikkelden.

Want droevig, dat wás verhuizen, ongeacht welke grotere, mooiere, nieuwere woning er ook aan de andere kant van de hele operatie wachtte. Hoe meer dozen, huisraad, gereedschap en kleding de kerels door de miezer naar buiten torsten, des te meer ontdeden ze het huis van de buren van zijn eigenheid, karakter en warmte.

Ze sleepten in feite geen spullen naar buiten, maar herinneringen, verhalen, geuren, geschiedenis. Met elke minuut, elke zeulronde, brachten zij het huis verder terug naar de dode verzameling bakstenen die het eigenlijk was.

Dat vond ik destijds als veel te onhandige vakantiesjouwer al lastig. Waar mijn collega’s toen met zwetende nekken en natrillende lijven stonden te glunderen bij de aanblik van een vakkundig leeggetrokken appartement, voelde ik door mijn verzuurde onderarmen ook altijd een beetje spijt.

(Of angst, dat kan ook. Angst voor de stellingkast in de bergruimte, die ik met mijn twee linkerhanden had gedemonteerd, maar straks, op het nieuwe adres van de klant, weer in elkaar moest zetten, zonder enige clou hóe, zonder enig idee in welke doos ik de schroeven had gestopt.)

Maar goed, in de dagen na vrijdag voelde het wat onbestemd, dat donkere, verlaten onderkomen naast ons.

Het nachtlicht aan de garagegevel dat aansprong als hun katten passeerden. Het vertrouwd brommende geluid van hun centrifugerende wasmachine. Buurvrouws aanstekelijke, bulderende lach aan de andere kant van de schutting.

Dingen die zo gewoon waren geworden dat ik ze jarenlang al niet eens meer bewust waarnam, maar nu miste ik ze.

Tot er gisteren ineens een onbekende auto naast die van ons parkeerde. Twee mensen stapten uit, jonger dan wijzelf. Bewonderend en trots keken ze omhoog langs de gevel, hún gevel – ze kwamen net van de notaris.

En sindsdien is het een komen en gaan van voertuigen vol inboedel en vol verwachtingen.

Nieuwe buren. Nieuwe verhalen. Geluiden over de schutting. Licht achter de vensters. Zo moet het zijn.

Al zal ik die bulderlach van buurvrouw blijven missen.

wieberen.elverdink@lc.nl

Twitter: @WElverdink

Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct