Brug over de Skarster Rien is overbodig

‘De Skarsterrienbrug moet nooit weer open’. FOTO ARCHIEF LC

De A6-brug over de Skarster Rien bij Joure is overbodig. Een aquaduct zoals de gemeente De Fryske Marren wil, is daarom weggegooid geld.

Dat geld, minstens 60 miljoen euro, kan de rijksoverheid beter aanwenden bovenop de kosten van een aquaduct bij Spannenburg op de plek van de huidige brug die aan vervanging toe is.

Daar is een dergelijke infrastructuur veel meer nodig. Enerzijds om volop ruimte te bieden aan de groeiende binnenvaart op het Prinses Margrietkanaal en anderzijds voor een onbelemmerde doorstroming van het wegverkeer in vier richtingen: Gaasterland, Sneek, Joure en Lemmer. Een aquaduct verhoogt bovendien de veiligheid daar op weg en water.

Dode beroepsvaartroute

De Skarster Rien is een oude, dode beroepsvaartroute tussen de Langweerder Wielen en het Tjeukemeer. Vrachtschepen meren al jaren niet meer af bij de vroegere Hollandia-zuivelfabriek in Scharsterbrug (nu Vreugdenhil).

Het kanaal wordt uitsluitend gebruikt door de recreatieve vaarders. De brug is ruim 3 meter hoog en moet alleen omhoog voor zeiljachten en torenkruisers met of zonder flybridge. Open zeilboten moeten sowieso mast of gaffel strijken. Alle gewone pleziervaartboten en sloepen kunnen onder de brug door. Vijf maanden per jaar is de brug dan ook gesloten (van november t/m maart).

Er is voor de grote motorjachten en de zeilschepen een alternatieve route tussen de meren via de Janesloot, de Koevorde en de Follegasloot. Gerekend vanaf de middelpunten van de meren is dit vaartraject nauwelijks langer dan via de Skarster Rien en de vaartijd verschilt evenmin.

Alternatieve vaarverbinding

Mocht de gemeente al een zwaarwegend argument hebben om alle pleziervaart doorgang in de Skarster Rien te verschaffen, dan is er altijd nog een alternatief plan van een nieuwe, drie kilometer lange vaart langs de A6 tussen Tjeukemeer en de Skarsterrienbrug waardoor een directe, onbelemmerde vaarverbinding tussen Tjeukemeer en Skarster Rien ontstaat.

Dit plan kost beduidend minder dan een aquaduct. Deze investering wordt namelijk geraamd op zo’n 10 miljoen euro. Met andere woorden: de Skarsterrienbrug moet nooit weer open. Maak er een vaste brug van. Geen lange files meer, geen ronkend stilstaand verkeer en niet langer onveilige situaties nabij het verkeersknooppunt waar de invoegstrook uit de richting Sneek praktisch eindigt voor het brugdek. Winst voor de economie en winst voor het milieu.

Niettemin houden de meeste raadsfracties in De Fryske Marren vast aan het aquaductplan omdat ze dat nu eenmaal zo hebben afgesproken om een lobby richting Den Haag te stimuleren. Echter, minister Cora van Nieuwenhuizen van Verkeer en Waterstaat en ambtenaren van Rijkswaterstaat hebben al laten doorschemeren niets in een duur en nutteloos aquaduct te zien. Er gelden op het departement wel andere prioriteiten op de infrastructuuragenda. Politieke akkoorden lijken evenwel in beton gegoten.

Het zou een gotspe zijn om wel onder de Skarster Rien een aquaduct aan te leggen en niet onder het Prinses Margrietkanaal, dat de hoofdwaterweg van Noord-Nederland is. Dit kanaal is de aorta van de beroepsvaart en de pleziervaart, die bij Spannenburg behoorlijk in elkaars vaarwater zitten. Een aquaduct valt daar te prefereren boven een nieuwe, hogere brug. De verkeersproblemen blijven dan bestaan en de impact op de omgeving is in dat geval groot.

Daar komt bij dat binnen Samenwerkingsverband Noord-Nederland prioriteit wordt gegeven aan vervoer over water. Daar moet meer nadruk op komen te liggen, vinden de drie noordelijke provincies.

Kortom, het wordt tijd dat men binnen De Fryske Marren tot heldere inzichten komt en dat die worden vertaald in doelmatig beleid.

Albert van Keimpema, r aadslid VVD De Fryske Marren

Je kunt deze onderwerpen volgen
Opinie
Opinie