Boosheid en verbazing over selfies bij ongeval A6: 'Ik realiseer mij vooral hoe dankbaar ik ben dat ik hier uren mag wachten'

Hulpdiensten in actie op de A6 na het ongeval. Foto: CAMJO media / Jaring Rispens

Afgelopen vrijdag ging het verschrikkelijk mis op de snelweg A6 bij Sint Nicolaasga, met een dodelijk slachtoffer tot gevolg. In een ingezonden artikel, maandag in de Leeuwarder Courant, gaat Aaltje van der Meer uit Oosterzee in op deze gebeurtenis. Zij stond in de file op honderd meter afstand van de ravage. De teneur van dit artikel is: wat bezielt mensen om foto's en filmpjes te maken van andermans leed?

,,Onderweg naar huis kom ik op de snelweg tot stilstand. Een ernstig ongeluk heeft ongeveer 100 meter voor mijn auto plaatsgevonden.

Terwijl brandweer, politie, (kinder)ambulances en traumahelikopter arriveren, zie ik steeds meer mensen uit hun auto stappen en naar het ongeluk lopen. Ook zit ik in gedachten om erheen te gaan, zodat ik wellicht hulp kan bieden, op wat voor manier dan ook.

Wat ik vervolgens zag, raakte mij persoonlijk. De mensen die zich naar het ongeluk hadden verplaatst, pakten hun mobieltjes om foto’s van het ongeluk te maken. Diversen maakten selfies. Terwijl ik om mij heen kijk, zie ik steeds meer mensen die foto’s maken. Naast een vorm van boosheid vraag ik mij vooral af: waarom?

Ik besluit een man die naast mij staat het incident te fotograferen het te vragen, oprecht geïnteresseerd in zijn beweegredenen om mensen in zo’n kwetsbare positie die er niet om hebben gevraagd te fotograferen. De man in kwestie wist zelf eigenlijk ook niet waarom hij foto’s had gemaakt van het incident.

Terwijl ik terugloop naar mijn auto vang ik een gesprek op tussen twee andere mannen. ,,Ach nee, wat een kutdag, nu ook nog wachten. Ik heb hier zo geen zin in...”

loading  

Verbaasd over de ‘zorgen’ die je dan als mens hebt, loop ik ditmaal maar door in plaats van te vragen naar het waarom en deze denkwijze te willen begrijpen.

Terwijl de hulpdiensten ongeveer 100 meter verderop levens aan het redden zijn, besluit ik weer in mijn auto te gaan zitten, met de conclusie dat sommige menselijke gedragingen misschien wel helemaal niet te beredeneren zijn, misschien moet ik het ook wel niet willen snappen.

Inmiddels staan we al twee uren stil en hulpdiensten blijven maar arriveren. Waarna de mededeling komt dat het nog uren gaat duren voordat er iemand verder mag rijden en er eerst onderzoek moet worden gedaan.

Ik realiseer mij vooral hoe dankbaar ik ben dat ik hier uren mag wachten, hoe dankbaar ik mag zijn als mens dat ik niet 100 meter verderop reed.''

Aaltje van der Meer - Oosterzee