In het Huis van Eysinga, het achttiende-eeuwse woonhuis in Leeuwarden dat afgelopen weekeinde op proef open was, zijn 21 mensen geweest. Meer hadden een kaartje gekocht, maar die konden niet meer bij de verplichte sneltest van tevoren terecht.

Wat geen van de bezoekers besefte, was dat het er 140 jaar geleden drukker was: op 12 april 1881 was dat pand voor het eerst open als museum. Voluit: Het Museum van het Friesch Genootschap van Geschied-, Oudheid- en Taalkunde te Leeuwarden.

Een paar jaar eerder had dat Friesch Genootschap een tentoonstelling van Friese geschiedenis en nijverheid georganiseerd in het Stadhouderlijk Hof. Die was zo’n succes dat er geld over was, dat in een permanent museum werd gestoken.

Op die eerste openingsdag – een dinsdag – mochten alleen leden van het bestuur een kijkje komen nemen. ‘Met hunne dames’, want dat bestuur bestond natuurlijk uit heren, ‘aan wie eenige ververschingen werd aangeboden’, berichtte de LC.

De woensdag ging het open voor publiek. Voor het gemak werd het Museum genoemd, later: Fries Museum. Het was elke dag geopend, voor 25 cent kon men naar binnen.

Hoe belangrijk het Museum werd gevonden, bleek toen in oktober de eerste catalogus verscheen. De complete inhoudsopgave stond op de voorpagina van de Leeuwarder Courant , van een dorre opsomming van steensoorten uit het diluvium tot en met de veertien onderdelen van ‘Huiselijk Leven’.

Of het museum meteen een groot succes was, melden de kranten van toen niet. Bezoekerscijfers waren destijds minder van belang. Dat je erheen kon, daar ging het om. Net als 140 jaar later, eigenlijk.

asing.walthaus@lc.nl

Je kunt deze onderwerpen volgen
Opinie
Column
Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct