Anne-Goaitske Breteler.

Better meitsje

Anne-Goaitske Breteler. FOTO LC

Mijn huisarts is een bijzondere vrouw. Naast haar kennis van menselijke kwalen, verdiept ze zich in oude Friese adel, kunstgeschiedenis, poëzie en klassieke muziek.

Mijn huisarts houdt bovendien erg van dieren. Direct naast de praktijk staan haar paarden op stal en rondom lopen verschillende katten rond. Ze is kundig, maar ook erg gemakkelijk in de omgang.

Haar patiënten weten dat een afspraak later begint en eindigt, omdat er naast het diagnosticeren ook tijd is voor een praatje. ,,Sa, no, fertel my earst mar efkes hoe ’t is, mei dy en mei heit en mem.’’ Ze woont en werkt in haar ouderlijk huis, een monumentaal pand, waar haar moeder hetzelfde vak uitoefende. Zo kent ze veel patiënten die al generaties lang de wachtkamer betreden. Door die persoonlijke band, beheerst ze precies de passende omgangsvormen voor haar clientèle.

De druk op de huisartsenzorg in Friesland is enorm. Daarom werkt ook mijn huisarts dagen en nachten om patiënten van zorg te voorzien. Nog een paar jaar, dan kan ze met pensioen. Persoonlijk kijk ik daar tegenop. Ziekte vermijd ik graag, de duiders daarvan nog liever, maar bij haar is het iets makkelijker. Het is lastig een vervanger te vinden, want plattelandshuisartsen zijn schaars.

Vorige week kwam een CBS onderzoek in het nieuws. Op Omrop Fryslân stelt collega-huisarts Dave van den Bremer op basis van de gepubliceerde cijfers dat de komende vijf jaar maar liefst 20 procent van de Friese huisartsen met pensioen zal gaan. De instroom, daarentegen, zal enkel zo’n 10 procent nieuwe dokters opleveren.

Het grote toekomstige tekort maakte dat ik Van den Bremer al twee keer eerder tegenkwam. Eenmaal toen ik gevraagd werd om iets over Friesland te vertellen in een touringbus vol Amsterdamse huisartsen-in-opleiding. Zij zouden naar onze provincie gereden worden, zodat ze gemotiveerd raakten om hier hun praktijken te starten. Uiteindelijk ging de rit niet door; in plaats van de gehoopte vijftig, waren er maar vijf aanmeldingen.

Een tweede keer dat ik Van den Bremers naam hoorde, was toen mijn broertje Hylke bij wijze van ‘snuffelstage’ met hem mee mocht lopen. Het werkte: Hylke wil huisarts worden in Friesland. Maar vooralsnog gaat dat niet, want dit jaar is hij uitgeloot voor geneeskunde. Praktijken genoeg om over te nemen, maar ondanks de motivatie, geen plaats in de opleiding.

Dat brengt mij bij het volgende. Als er een maatschappelijke vraag ontstaat, van levensbelang voor de leefbaarheid op het platteland, dan moet daar een maatschappelijk antwoord op worden gezocht. Als niemand via de stedelijke studies geneeskunde naar Friesland, Drenthe of Zeeland wil, waarom creëren we dan geen opleiding specifiek voor plattelandshuisartsen? Zo zetten we in op een braingain in krimpgebieden, maar bovenal op een toename in kwalitatieve gezondheidszorg.

Want de taal die mijn huisarts spreekt – los nog van het Fries – maakt dat ik me begrepen voel. Als een patiënt hier zegt: ,,It hat wol better west’’, of: ,,It koe minder’’, snapt zij dat het niet goed gaat en door moet vragen. Een opleiding die zowel de diagnostiek, als ook het specifiek rurale contact tussen dokter en zieke behandelt, maakt Friesland een stukje beter.

agbreteler@gmail.com

Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct