Arts op de spoedeisende hulp: Mijn fiets

Heleen Lameijer.

Spoedeisende hulp (SEH) arts en wetenschapper dr. Heleen Lameijer schrijft, wanneer haar werk het toelaat, in deze column over het hectische leven in het Leeuwarder ziekenhuis MCL in tijden van corona. Vandaag over de treinreis van en naar haar werk in Leeuwarden.

Het gekke is, dat ik naast de schaarste waar ik in een eerdere column over schreef , nu sinds de coronacrisis ook juist veel overvloed ervaar. In de fietsenstalling op het centraal station bijvoorbeeld.

Pre-corona stond deze altijd bommetjevol. In de ochtend was het altijd zoeken naar een plekje, en ‘s avonds kon ik vervolgens mijn fiets juist weer niet terugvinden. Verplaatst, door iemand anders die ook een plekje zocht. Of gewoon vergeten waar ik hem neer had gezet, als mijn ‘vaste’ plekje (links achterin) bezet was. Het is me zelfs eens overkomen dat mijn fiets was weggesleept omdat ik hem niet goed in het rek geparkeerd had. Nou, ik kan u zeggen, na een zware dienst op de spoedeisende hulp is dat een van de laatste dingen waar je behoefte aan hebt. En anders ook niet trouwens.

Normaliter moest ik na het parkeren van mijn fiets haasten voor de trein naar Leeuwarden, waar ik werk. De meeste kans op een zitplaats had je als je tien minuten voor vertrek arriveerde, maar dat kon ik mijzelf om 06:40 uur ‘s ochtends meestal nog niet aan doen.

Na de avonddienst treinde ik vaak terug samen met groepen aangeschoten jongeren, op hun weg naar kroegen in Groningen. Hele soapverhalen speelden zich dan soms voor mijn ogen af. Gratis. Helemaal feest was de terugweg na een nachtdienst. Hiervoor waren twee scenario’s denkbaar. Of ik zat, na een nacht lang werken, in een trein vol luid schreeuwende schoolgaande jeugd waar geen noise cancelling headphone tegen op kon. Of het was zondag, en viel ik vermoeid in de trein in slaap en werd pas wakker terwijl de trein alweer op de terugweg was. Halte gemist.

Sinds de coronacrisis zit ik bijna in mijn eentje in de trein, en tref slechts zelden een medepassagier. Ik loop met anderhalve meter afstand langs de conducteur, en hij prikt met zijn tas in mijn zij wanneer ik in slaap val en mijn halte dreig te missen. Ik val immers op, als enige in de trein.

Bovendien heb ik elke keer direct een plekje voor mijn fiets. Ik vind hem op dezelfde plek weer terug als waar ik hem achterliet, sterker nog, ik zie hem van verre al staan als een van de weinige fietsen in het rek. Of ik hem ook buiten het rek kan neerzetten zonder repercussies heb ik nog niet gedurfd uit te proberen. Je moet het lot natuurlijk ook niet willen tarten .

Dr. Heleen Lameijer is meer dan een spoedeisende hulp arts. Op haar Instagram-account makesciencework laat ze een vaak jong publiek op laagdrempelige wijze delen in haar medische kennis.

Je kunt deze onderwerpen volgen
Opinie
Coronavirus