Jantien de Boer.

Arme wij

Jantien de Boer. FOTO NIELS WESTRA

,,Kom jij nu voortaan bij de statenvergadering?’’, vroeg de commissaris der Koning me deze week. Ik schudde van nee. Ik viel alleen maar in voor een collega.

Een eerlijk gezegd zat ik erbij als een kip die naar het onweer keek. De vergadering van Provinciale Staten begon om tien uur ’s ochtends en eindigde ’s avonds laat.

Toen volgde ik de bijeenkomst al thuis, via een internetverbinding. Ik hapte kouwe doperwten, belde tussendoor met mijn chefs, typte alvast een stuk en consulteerde een collega.

Want wat las ik nou eigenlijk in de ‘Startnotysje Oanpassing Nota Behear en Skeabestriding’? ,,Wil jij hem ook even bekijken?’’, vroeg ik aan kenner C., die voor de Tour de France zat.

Wie moest ik nu, dertig jaar later, bellen over de ondoorgrondelijke startnotysje die voorlag?

Het college van Gedeputeerde Staten wil meer armslag geven aan jagers, begreep ik. En het CDA vond, met veel andere partijen, dat diersoorten die eieren en kuikens in de weidevogel-kerngebieden opvreten ‘ruimer en flexibeler bestreden’ moesten worden.

Kan dat zomaar, vroeg ik aan C. Nee, zei C. Dat mocht niet zomaar.

Ondertussen, in de statenzaal, vroeg Hanneke Goede van de SP hoe de christendemocraten eigenlijk dachten over grote landbouwmachines die eieren en kuikens vermalen.

Maar Attje Meekma van het CDA zei dat het grootste deel van de eieren en de kuikens verloren gaat door predatie. En daarom vroeg ze om een effectiever beheer van vossen, zwarte kraaien, huiskatten, wilde katten, marterachtigen, roofvogels en ooievaars in weidevogel-gebieden. Volgens haar is dat de enige snelle knop waar de provincie aan kan draaien om de grutto nog te redden.

Ik suisde terug naar de late jaren tachtig, toen ik als beginnend verslaggever bij een vergadering over de melkquotum-regeling zat. VVD-kamerlid Frits Bolkestein hield een ingewikkeld verhaal en ik deed ontzettend mijn best, ik luisterde ingespannen, maar ik begreep er geen fluit van.

Daarom trok ik hem in de pauze aan zijn deftige jasje. ,,Meneer Bolkestein’’, zei ik. ,,Ik moet een verhaal schrijven voor het Agrarisch Dagblad maar ik snap uw toespraak niet.’’

Ik schaamde me dood, maar Frits Bolkestein legde alles lief uit en maakte er zelfs op een servetje een tekening bij.

Wie moest ik nu, dertig jaar later, bellen over de ondoorgrondelijke startnotysje die voorlag? Gelukkig vond ik het telefoonnummer van Robbert de Vries, de secretaris van de Faunabeheereenheid Fryslân waarin jagers, boeren, grondeigenaren, terreinbeherende organisaties en agrarische natuurverenigingen verenigd zijn.

Ja, zei hij. Door het dramatisch verlopen broedseizoen van dit jaar is de politieke druk om meer te gaan schieten en verjagen inderdaad enorm. Maar eigenlijk, vond Robbert die ergens in een jachthaven rondliep, is die aanpak zinloos. Als je de weidevogels echt wilde helpen, wist hij, moest je ze grotere en betere leefgebieden geven.

Ik dacht aan het CDA, dat zei dat de komst van grotere leefgebieden te lang zou duren. Ik dacht aan alle notities, die al jaren en jaren en jaren geschreven worden over het belang van kruidenrijk gras, en later maaien, en een hoger waterpeil en een ander landbouwsysteem.

En nu is het dus niet vijf voor twaalf, zoals het CDA zei, maar tien over twaalf. En nu moet bijna alles dus dood of weg om bijna dooie weidevogels in te kleine reservaten te redden. Dat krijg je van een gebrek aan visie en daadkracht.

Arme vogels. Arme wij.

j antien.de.boer@lc.nl

Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct