Als het Noorden maar niet gaat klagen

‘De overheid kan wel wat doen aan de bereikbaarheid.’ FOTO ARCHIEF LC

Nog voordat de Tweede Kamer met verkiezingsreces is doet maandag een roedel prominente politici (vanwege corona) in Den Haag mee aan het Noordelijk Lijsttrekkersdebat. Een mooi initiatief van de drie provinciebesturen om al vroeg in de campagne te proberen de noordelingen warm te maken voor de verkiezingen.

Er zit wel een risico aan zo’n gezamenlijk optrekken. Bij de deelnemende politieke partijen kan zo maar het idee ontstaan dat we hier allemaal dezelfde noden en wensen hebben. En, erger nog, noordelingen kunnen er een mooie gelegenheid in zien om weer eens lekker te klagen over wat ons hier allemaal is onthouden.

In het Noorden kunnen de belangen ook lijnrecht tegenover elkaar staan. Het nieuws van deze week had daar een gaaf voorbeeld van. Boeren denderden met hun trekkers door Dokkum om het gemeentebestuur van Noardeast-Fryslân op andere gedachten te brengen.

Uniek werelderfgoed

Wethouder Jelle Boerema was van plan om namens zijn gemeente de ‘Waddenagenda 2050’ te ondertekenen. Dat is een boekwerk van ruim honderd pagina’s waarin wordt geschetst hoe het Waddengebied er over dertig jaar bij zal, kan of moet liggen. Dromen verpakt in vermoeiend ambtelijk proza. ‘We koersen naar een veilig, vitaal en veerkrachtig Waddengebied’ waar ‘dynamiek en rust in balans zijn.’ Zo, daar teken je toch voor?

Nou, daar denken de boeren en de Waddenvereniging heel anders over, om heel verschillende redenen. De boeren vrezen dat ze veel last krijgen van alle zorg voor milieu en natuur. Daarover staan in de Waddenagenda uiteraard vele, mooie alinea’s. Maar wat zijn die waard als de voornemens moeten worden omgezet in concreet beleid? De Waddenvereniging heeft er weinig vertrouwen in. Ze vreest dat de sterke lobby’s van de landbouw en andere economische activiteiten het vaak zullen winnen, ten koste van natuur en milieu.

Het Waddengebied zal maandag ongetwijfeld aan de orde komen in het lijsttrekkersdebat. En de dames en heren politici hebben hun riedel klaar over het ‘unieke werelderfgoed’ waar we moeten zoeken naar ‘een goede balans tussen natuur en economie.’ Niet alleen in het Waddengebied maar in het hele Noorden wringt het tussen natuur en landbouw, tussen natuur en economische activiteiten. Het Noorden wil voorop lopen met duurzame, groene energie, maar veel noorderlingen hebben hun buik al vol van zonneweiden en windparken.

Goede verbindingen

Is er eigenlijk wel iets dat de drie provincies gezamenlijk van Den Haag kunnen vragen? Werkgelegenheid! De hele regio zou erg geholpen zijn met een ruimer en gevarieerder aanbod van banen. Maar juist op dat terrein kan de overheid niet zo veel uitrichten. Ze kan bedrijven niet dwingen zich van Schiphol naar Heerenveen te verhuizen of de Maasvlakte te verruilen voor Delfzijl. De overheid kan wel wat doen aan de bereikbaarheid. Ze kan zorgen voor goede verbindingen over de weg, het water en het spoor.

Zo komen we vanzelf uit bij de Lelylijn, het spoor van Lelystad naar Heerenveen en zo verder langs Drachten naar Groningen. Als de vertegenwoordigers van het Noorden zich daar op concentreren bij het debat, weten de lijsttrekkers wat hen te doen staat.

En maak er dan geen klaagzang van. Niet weer het verhaal dat de Randstad altijd is voorgetrokken en dat ‘Den Haag’ ons daarom die treinverbinding nou eens moet gunnen. De Lelylijn is van landelijk belang. Wil Nederland mobiel blijven, dan heeft het een uitgebreid, doelmatig en snel net van spoorwegen nodig, van noord tot zuid. Daar past de Lelylijn prima in.

Alle treinverkeer naar het Noorden moet nu over Zwolle. Zo’n flessenhals past niet in het spoorwegnet van de toekomst. De Lelylijn is geen gunst voor het Noorden, maar een noodzaak voor Nederland.

Rimmer Mulder, oud- hoofdredacteur Leeuwarder Courant .

Je kunt deze onderwerpen volgen
Opinie
Opinie
Lelylijn