Op 28 oktober 2013, bijna zeven jaar terug, fietste ik ’s ochtends de gebruikelijke 11 kilometer naar school. Met een stevige zuidwester in de zij, vanaf onze boerderij Grut Winia (1768) in Nes, vlak langs Donia Sathe (1803) in Oosternijkerk, richting de Bolstienpleats (1862) bij Aalsum met het zicht op de Stinstra State (1810) naar Dokkum toe.

De reis naar huis ging anders, want de wind ontwikkelde zich in de loop van de ochtend tot de heftigste storm in jaren. De schade door heel Nederland was gigantisch. Op de terugweg in de auto van mijn vader, zag ik dat de monumentale boerderijen niets meer in hadden te brengen. De orkaankrachten zouden in de loop van de middag dakpannen, uilenborden, eeuwenoude ornamenten en zelfs complete rieten daken van ze aftrekken.

Een ramp voor de toonbeelden van de agrarische cultuur in Friesland. Gelukkig kon het meeste door de verzekering weer hersteld worden. Maar er zijn ongetwijfeld ook boerenbedrijven geweest die minder rouwig waren om de instorting van de toch al vervallen bijgebouwen op hun boerenerf. Een sta-in-de-weg voor de grote boer die zijn ligboxstallen graag wil uitbreiden of het erf met nieuwe loodsen wil verrijken.

Stormschade zal waarschijnlijk een van de laatste financiële mogelijkheden bieden om de oude agrarische gebouwen in originele staat terug te brengen. In het recent verschenen boek ‘Cultureel erfgoed op it Fryske boerehiem’, lezen we over de welvarende boer in de negentiende eeuw. Bepalend voor de inrichting van het boerenerf zoals we die, als we geluk hebben, nog terug kunnen vinden. De boer had, naast een moderne pleats, vaak ook houtopstand – bomen, fruitbomen, struiken en hagen –, misschien een brugje of een poort, een stookhut, húske, hooiberg, koetshuis, varkenshok of theekoepel.

Het geheel zorgde voor een functionele, onmisbare symbiose tussen boerderij, bijgebouwen en tuin. En hoewel een monumentale boerderij vandaag de dag nog wel op wat onderhoudsfinanciering kan rekenen, bestaat er geen subsidiemogelijkheid voor het behoud van de rest van het boerenerf.

Stormschade zal waarschijnlijk een van de laatste financiële mogelijkheden bieden om de oude agrarische gebouwen in originele staat terug te brengen

Daarmee ligt de verantwoordelijkheid voor dat belangrijke stuk nationale erfgoed volledig bij de eigenaren zelf. En veel factoren beletten de eigenaren om te investeren in de restauratie van hun authentieke boerehiem; denk aan de ruimte die het inneemt op het erf, de besteedbare onderhoudsuren, de mate van interesse voor die geschiedenis, maar bovenal de kosten. Soms zijn er uitzonderingen: zoals de familie Terpstra, van de Bolstienpleats bij Aalsum. De boerderij die ik mijn middelbare schooltijd dagelijks voorbijfietste. Zij behielden alle oude elementen op hun erf, voegden zelfs verdwenen aspecten weer toe zoals de fruithof, maakten een klein museum erbij en runnen er nu een succesvolle Bed and Breakfast .

Onze agrarische sector is te groot; warme sanering moet het mogelijk maken om een deel te laten stoppen. Zouden we van 1 procent van die 350 miljard euro voor de komende zeven jaar niet een deel van dat ‘nieuwe boeren’ kunnen vormgeven? Door te investeren in de oude boerenerven, hét campagnebeeld van onze agrarische geschiedenis waar we altijd zo mee pronken. Er zal een nieuwe wind moeten waaien over de Nederlandse landbouw, maar laten we hopen dat díe storm het oude erf behoudt.

agbreteler@gmail.com

Je kunt deze onderwerpen volgen
Opinie
Column
Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct