Terschelling, blij met ‘bodgosten'

Blij met ‘bodgosten'

In het hoogseizoen telt Terschelling vier keer zo veel bewoners als daarbuiten. Dat is niet alleen maar leuk. ,,Soms voel je je gast in je eigen huis.'' Toch beseffen de eilanders maar al te goed dat ze niet meer zonder de toeristen kunnen.

In 't Wakend Oog wemelt het meestal van de sterke verhalen. Maar toch is het geen café, al lijkt het er wel op. Dit is een koffiehuis, eigendom van de gelijknamige watersportvereniging. De bijzondere naam dankt het gebouw aan het gestileerde oog boven de deuropening, turend over de havenmond van West-Terschelling, kortweg West.

'Ik ben het Wakend Oog, mijn blik blijft rustig staren' staat gebeiteld in een gedenksteen. 'Gericht steeds over zee, let ik op de gevaren. En al wordt onder mij, van ouds af veel gelogen, aan hulp of redding ook, vindt men zich niet bedrogen.'

Het alziend oog is een bekend symbool van de Vrijmetselarij – stichter Gerard Joachim Eschauzer was vrijmetselaar – al wordt het dan in een driehoek gevangen en niet in een visserstouw zoals hier.

Alleen enkele vissers zitten deze donderdagochtend, even na negenen, te keuvelen aan de smalle stamtafel. Niet zelden ploffen gasten hier neer om direct weer op te veren als blijkt dat er geen alcohol wordt geschonken. ,,Er zijn er die willen om negen uur al aan de borrel'', zegt mede-eigenaar Lars Schoustra (35). Hij kijkt niet zo snel ergens van op, runt de zaak al vijftien jaar, samen met zijn vrouw Roelie Terpstra (30) en vader Sytse Schoustra (63).

Snelboot de Koegelwieck is net binnengevaren. Nieuwe gasten melden zich. ,,Mag ik een broodje hamburger speciaal?'', vraagt een van hen. Dat staat namelijk wel op de menukaart. ,,Om negen uur 's morgens?'', laat Lars zich ontvallen. Hij beent fronsend naar de bar. ,,Graag'', antwoordt de klant. Na enkele minuten keert de baas terug met een zeer royaal belegd broodje.

HYPNOTISEREND

loading

Achter verschillende patrijspoorten in het Wrakkenmuseum zijn bijzondere restanten te zien van schepen die in de golven verdwenen.

Sytse rolt intussen de zware parasolhouders vanuit de tegenovergelegen kelder van rederij Doeksen naar het terras. Het regent zachtjes en zo zitten de gasten ten minste droog onder het stevige tentdoek. ,,Als het echt hoost klapt het er door'', weet Lars, ,,maar een klein buitje kunnen de parasols wel hebben.''

Het mooie van Terschelling is dat het de nieuwe gasten vrijwel direct omarmt met de gezelligheid van het grootste dorp. Alleen moeten bezoekers eerst nog even langs het nogal troosteloze rederijgebouw en het naastgelegen parkeerterrein. Wie wil, kan in oostelijke richting flaneren over de boulevard, een terrasje pakken in het centrum, of ten westen van de haven banjeren over het Groene Strand.

Misschien wel het mooiste uitzicht van Terschelling ligt op enkele minuten loopafstand. De veranda van strandpaviljoen De Walvis biedt een wijds panorama. Bijna alle stoeltjes zijn bezet tegen een uur of elf. Hier en daar hippen musjes tussen de koffiekopjes op de zachtgele tafeltjes, terwijl de gasten staren naar het betoverende schouwspel. Het is alsof een onzichtbaar penseel het wad steeds opnieuw kleurt met horizontale streken in vele tinten groen, blauw, grijs en geel, die moeiteloos in elkaar overvloeien.

Het spel van de zon en de passerende wolken zorgt voor continu wisselende belichting van het dan weer spiegelgladde, dan weer kabbelende water. Sluiers van opstuivend zand, krijsende meeuwen, stille zeilbootjes in de verte. Een mystieke sfeer, hypnotiserend bijna, of zou het allemaal toch te danken zijn aan de zweverige panfluitmuziek uit de speakers?

Hoe dan ook, Margreet Grunmeijer (71) uit Zeist is helemaal verkocht. Het lijkt wel een soort Panorama Mesdag vindt ze, maar dan bewegend. ,,Iedere dag is het anders. Ik ben helemaal verliefd op deze plek. Je hoeft niks te doen, niks te zeggen, alleen maar kijken.''

Met haar man, overleden in 2007, was ze een keer op het eiland geweest en toen ze alleen achterbleef besloot ze toch weer een huisje te boeken. Sindsdien keert ze elk jaar terug.

,,Ik wist eerst bij God niet hoe ik me zou voelen. Ja, eenzaam uiteraard, maar inmiddels heb ik veel nieuwe mensen leren kennen en voel ik me enorm thuis. Als de boot de haven in vaart, laat ik alles van me afglijden.''

loading

Ondanks het massatoerisme biedt het eiland genoeg plekjes waar je je alleen waant. VVV-directeur Roelan Schroor onderweg met een legale fuik.

In een rode Suzuki-terreinwagen, voorzien van butsen rondom, maar volledig roestvrij van onderen, scheurt VVV-directeur Roelan Schroor (40) in oostelijke richting over de Midslanderhoofdweg. Als hij vrij is trekt hij graag de natuur in om te jagen en te vissen. Ondanks het massatoerisme biedt het eiland genoeg plekjes waar je je alleen waant.

KWALLEN

De open laadklep wipt op en neer. Een pas schoongespoten visfuik steekt uit de laadruimte. Met negen andere eilanders beheert Schroor ter hoogte van het dorpje Hoorn de enige legale fuik van Terschelling voor het Koninklijk Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee (NIOZ). De bedoeling is dat de mannen dagelijks de gevangen vissen, kwallen en krabben tellen, zodat het instituut een duidelijk beeld houdt van de populaties.

Flang Cupido (52), van kookstudio Flang in de Pan , heeft de fuik pas geleegd en schoongemaakt. De meeste vis wordt teruggezet, maar soms nemen de heren een maaltje mee naar huis. ,,Alleen de sneue gevallen'', beweert Cupido met een mysterieuze glimlach, ,,vissen die door een krab gegrepen zijn bijvoorbeeld.''

De laatste keer was het net vooral gevuld met zeesla, maar ook daar weet Cupido wat lekkers van te maken. ,,Je kunt het heel goed gebruiken voor sushi.''

Elf jaar geleden keerde Schroor terug naar zijn geboorte-eiland. ,,Veel eilander jeugd komt, net als ik, op latere leeftijd terug om op het eiland iets te ondernemen. Kennelijk zijn het ondernemersklimaat en het leefklimaat goed. We kampen dan ook niet met vergrijzing, zoals bijvoorbeeld op Schiermonnikoog.''

loading

Grote delen van de oude straten van West-Terschelling, zoals de Commandeurstraat op deze foto, werden verzwolgen door de golven.

Ook jongeren die eerder met hun ouders op het eiland vakantie vierden zien de eilanders vaak op latere leeftijd weer terug. Schroor spreekt van generatietoerisme. ,,Dat hebben we nooit echt gemeten, maar we gaan binnenkort wel beginnen met een onderzoek onder passagiers van de veerboten.''

‘FOT MET FET'

In het gebouwtje van de jachthaven op West nipt amateurhistoricus Teunis Schol (72) aan zijn koffie. ,,Op Terschelling spreken we niet van toeristen of vakantiegangers, zegt hij, maar van ‘bodgosten'.'' Het klinkt geaffecteerd, maar daar is Schol het type niet naar. Hij bedoelt gewoon badgasten. ,,Dat zeg ik, ‘bodgosten'.''

Het zal de invloed zijn van een van de drie dialecten die het eiland rijk is: Westers, Aasters en Meslânzers. Dat levert wel vaker verwarrende situaties op. Schol vertelt een anekdote over twee jutters die een vat met vet vonden, de een zou het vet krijgen, de ander het vat, zo spraken ze af. Duidelijk, ten minste, dat dachten ze. En toch was een van de jutters na de verdeling ontevreden: ,,It fot is toch for mi?'' Een vat met vet is namelijk in het Meslânzers ‘fot met fet', in het Aasters ‘fet mei fot' en in het Westers ‘fet mei fet''.

ALMANAK

Schol weet zo'n beetje alles van het eiland. Een wandelende almanak. ,,Historicus met een kleine letter en amateur met een hoofdletter'', relativeert hij. Hij is een echte eilander, in de oorlog geboren op West.

Hij verzamelde persoonsgegevens van vrijwel alle Terschellingers sinds 1813, het jaar dat de burgerlijke stand werd ingevoerd. Altijd neuzen in oude geboorte-, doop- trouw- en overlijdensaktes. ,,Ik verzamel dooie mensen'', grapt hij.

Het leukste is de bijvangst, de verhalen achter de dode letters, ook al zijn ze soms minder geschikt voor publicatie. ,,Ik ben sprokkelaar van smeuïge zaken.'' Ongehuwde moeders bijvoorbeeld, zwanger geraakt van de buurman of een andere eilander, gaven hun kind – om de verwekker te bestraffen – vaak de naam van hun biologische vader, of een verbastering daarvan. Daar werd verder niet over gesproken, alleen de afwezige vader wist het.''

loading

Zijn hoofd zit vol verhalen, maar de tijd is beperkt. Eentje nog dan. Zeevaarder en ontdekkingsreiziger Willem Barentsz (ca. 1550-1597), die schipbreuk leed bij Nova Zembla, zou geboren zijn op het eiland, in Formerum om precies te zijn. Weliswaar liet deze Amsterdammer zich Willem Barentsz van der Schelling noemen, wat mogelijk wijst op familiaire banden met het eiland, maar er is geen enkel bewijs dat zijn wieg hier stond, stelt Schol. ,,Verschillende genealogen hebben de link niet kunnen leggen.''

Zijn gevoel zegt dan ook dat het een verzinsel is van meester Pieter Johannes Wichers, die eind negentiende eeuw hoofd van de openbare lagere school was op West. ,,Die heeft wel meer verhalen uit zijn duim gezogen. Er is destijds – driehonderd jaar na dato – zelfs een raadscommissie bij het huis wezen kijken waar Barentsz geboren zou zijn, maar dat bleek van veel later datum.''

Het verhaal ging een eigen leven leiden. ,,Sommige zaken zijn gewoon niet uit te roeien.'' Inmiddels zijn een straat, een kade, een hoeve, een fonds en de bekende zeevaartschool op West naar deze historische figuur genoemd.

GERED

De zeevaarder kreeg ook een standbeeld bij zijn geboorteplaats, onthuld door prinses Margriet. Schol kan er best mee leven, de mythe heeft het eiland bepaald niet geschaad. ,,Maar weet je wie echt een standbeeld verdient? Arie Kuik uit Werkendam, ontwerper van de strekdam die West-Terschelling van de ondergang heeft gered, maar van hem heeft niemand ooit gehoord.''

De geschiedvorser wijst in de verte over het wad. ,,Zie je die verste strekdam? Daar lag vroeger de grens van het eiland. Alles is weggeslagen.'' Grote delen van de oude straten, zoals de Commandeurstraat (vroeger Langebuurtstraat), verdwenen in zee en ook de voorloper van de huidige Brandaris – oudste vuurtoren van Nederland en icoon van het eiland – werd verzwolgen door de golven. De dam was gereed in 1758 en later kwam er nog eentje bij. Een ingenieuze constructie begeleidt het zeewater zo dat er geen kustafslag meer plaatsvindt.

De eerste toeristen kwamen in de jaren twintig van de vorige eeuw naar het eiland. Het was een select groepje welgestelden dat zich een hotel kon veroorloven. Verder waren het vooral mensen die vanwege hun werk de overtocht moesten maken.

De plaatselijke VVV werd in 1909 opgericht, het eerste strandpaviljoen verrees in 1916 bij paal 8. In de jaren dertig kwamen de eerste zomerhuisjes bij het strand.

De meeste Terschellingers werkten toen nog als boeren of zeelieden. Pas in de jaren vijftig en zestig nam het toerisme echt een vlucht, een die het eiland voor altijd zou veranderen.

Van de aanvankelijk tweehonderd boerenbedrijven zijn nu nog dertien over en inmiddels werkt 90 procent van de volwassen eilanders in de toeristische sector. ,,Het heeft dit eiland veel goeds gebracht'', zegt Schol, ,,zoals wegen en fietspaden, talloze eetgelegenheden en andere voorzieningen. Huizen zijn prachtig opgeknapt. Maar er zijn natuurlijk ook nadelen. Soms voel je je gast in je eigen huis.''

WRAKKENMUSEUM

De amateurhistoricus woont naast de roemruchte jongerencamping Appelhof. ,,Dat geeft wel eens wat overlast. Er is kabaal en soms schijten ze in je tuin, maar ik bekijk het liever van de positieve kant: wat fijn dat wij de accu mogen zijn om al die mensen weer op te laden. We moeten ze op handen dragen. Daar is iedereen die een klein beetje nadenkt wel van overtuigd.''

loading

Het verhaal dat ontdekkingsreiziger Willem Barentsz op Terschelling geboren zou zijn is volgens amateur-historicus Teunis Schol uit de duim gezogen.

Tegenover Appelhof, eigendom van Geert van Dieren, ligt nog een drukbezochte attractie: het Wrakkenmuseum dat is opgezet door Hille van Dieren, broer van Geert. Buiten springt de gehavende, bronzen commandotoren van de Engelse onderzeeer E-36 direct in het oog. Het schip zonk op 19 januari 1917 na, waarschijnlijk, een aanvaring met een andere onderzeeër bij Texel.

BARBIEPOPPEN

Achter verschillende patrijs-poorten zijn bijzondere restanten te zien van schepen die in de golven verdwenen, zoals serviezen, parfumflesjes, schoenen, gereedschappen en olielampen.

Daarnaast is een aantal vitrines gereserveerd voor flessenpost en juttervondsten die niet per se van wrakken afkomstig zijn: barbiepoppen, sigarettenpakjes en een enorme dildo met keurmerk: goedgekeurd door Vrouwen van Nu, voorheen de Nederlandse Vereniging van Huisvrouwen.

Een ouwe rot op het gebied van de hulp aan schipbreukelingen is Klaas van der Wielen (87) uit Midsland.

loading

,,Toeristen wienen myn hobby net'', zegt oud-kapitein Klaas van der Wielen van de stoere zeesleepboot Holland, tevens veerboot in de zomermaanden.

Jarenlang was hij kapitein op de oude zeesleepboot Holland, gebouwd door rederij Doeksen in 1951. Vanuit zijn achtertuin kan hij de veerboten nog zien komen en gaan, ,,Sa hâld ik dochs in bytsje kontakt mei de see, mar de Koegelwiek sjoch ik net, dy is te leech.''

Zijn kapiteinspet ligt ergens te verstoffen op zolder. Die draagt Van der Wielen al lang niet meer, maar hij herinnert zich maar al te goed de groei van het aantal toeristen in de jaren vijftig en zestig. Hoewel de Holland het slepen en bergen van andere vaartuigen als hoofdtaak had, was het schip speciaal gebouwd om, als de gewone veerboot vol was, in de zomermaanden ook toeristen naar het eiland te brengen.

Het stoere werkschip – inmiddels volledig gerestaureerd door de stichting Zeesleepboot Holland – telde twee elegante salons, voor eerste- en tweede-klaspassagiers. ,,It seach der prachtig út'', vertelt de oud-Burgumer, ,,in hiel ferskil mei de boaten fan tsjintwurdich.'' Gebrandschilderde ramen, de muren bekleed met het duurste hout en tegelmozaïeken van de Terschellinger dorpen.

Zijn voorkeur ging uit naar het bergingswerk. ,,Dat foarmt jo as minske, it makket jo lyts.'' Andere schepen in nood te hulp schieten bij storm en ontij, donderende golven van soms wel 9 meter hoog. ,,In stjoerhut fol wetter, slaande doaren. Dan sjochst pas dat úteinliks de natoer it lêste wurd hat.''

,,Toeristen wienen myn hobby net'', vervolgt de oud-kapitein. ,,Der fûn ik neat oan, mar it hearde der by.'' Hij weerde ze dan ook stelselmatig van zijn vaste plek op de brug. ,,Oars hawwe jo gjin libben.''

ZESHONDERD MAN

In plaats van slechts zestien bemanningsleden waren er ineens wel zeshonderd man aan boord. Niet zo veel jongerengroepen als tegenwoordig, wel ouderen en gezinnen. ,,Se koenen net omfalle om't se sa stiif tsjin elkoar oan stienen. No soe dat net mear meie, mar dat makke de minsken doe net út.''

Niet zelden dreven de koffers en plunjezakken heen en weer over het achterdek als opgestuwd zeewater met kracht door de lens-poorten spoelde. ,,De minsken stienen dan oan't de knibbels yn it wetter, mar dat waard allegeare akseptearre.''

loading

Het toerisme heeft het eiland veel goeds gebracht, weet Van der Wielen. Toch stoort hij zich aan sommige hotelcomplexen. ,,Dy grutte blokkedoazen'' ontsieren het eiland, vindt hij. ,,Mar wy kinne it net hâlde sa as it west hat. Guon saken moatte jo gewoan aksepteare, want it toerisme is tsjintwurdich al de kurk wêr dit eilân op driuwt.''

Eiland in cijfers

Terschelling ligt op 45 minuten varen vanaf Harlingen, met de sneldienst. De grote veerboot, waarop de auto mee kan, doet er 120 minuten over.

Aantal bewoners: 4.780 (per 1 januari 2014).

Aantal schapen: ca. 4.800.

Terschelling is met 71.298 hectare de grootste gemeente van Nederland, terwijl het eiland zelf 11.575 hectare meet. Een groot deel van het wad, inclusief vogeleiland Griend, behoort toe aan de gronden van de gemeente Terschelling.

Lengte eiland = lengte strand: 30 km. Het strand loopt over de gehele lengte van het eiland (vergelijk: de hele Belgische kuststrook is 60 km). Het strand is tot wel 400 meter breed.

Het eiland heeft vijftien officiële kernen: West-Terschelling, Midsland, Hoorn, Formerum, Lies, Oosterend, Baaiduinen, Hee, Horp, Kaard, Kinnum, Landerum, Midsland aan Zee, West aan Zee en Striep en de drie buurtschappen Dellewal, Halfweg en Midsland-Noord.

Lengte fietspaden: 70 km.

Lengte wandelpaden: 320 kilometer.

Overnachtende bezoekers jaarlijks: circa 520.000; dagjesmensen: 20.000. Tijdens het Oerolfestival in juni worden in tien dagen tijd ongeveer 50.000 gasten naar het eiland gebracht.

Aantal toeristische bedden: 18.000.

Herkomst bezoekers: 91 procent uit Nederland, 5 procent uit Duitsland, 3 procent uit België en 1 procent komt van elders.

Gemiddelde leeftijd toerist: 39 jaar (in de zomervakantie wat lager, buiten de vakantie juist hoger).

(Bronnen oa: VVV, Trend-rapport toerisme, recreatie en vrije tijd en gemeente Terschelling, cijfers uit 2014)

Creaweek op Schylgeralân

Op Terschelling staat de allerlaatste volkshogeschool van Nederland. Van een netwerk van 21 scholen, dat heel Nederland besloeg, is alleen die in Hoorn overgebleven. De Folkshegeskoalle Schylgeralân besteedt veel aandacht aan de Friese cultuur. Er worden taalcursussen gegeven, en er zijn contac-ten met groepen van andere minderheidstalen in Europa.

Naast zomerkampen voor de jeugd zijn er ook activiteiten voor volwassenen. Deze zomer kunnen ouders samen met hun kinderen een week lang meedoen aan de allereerste Creaweek. Iedere dag creatief bezig zijn met materialen uit de natuur, waaronder aangespoelde spullen. Want een dagje strandjutten staat ook op de agenda.

De Creaweek duurt van 26 tot en met 31 juli. Prijzen volpension: volwassenen 500 euro, kinderen (vanaf 6 jaar) 129 euro.

loading

Boze geesten

Ter verdrijving van boze geesten vieren de eilanders ieder jaar op 6 december Sunderum of Sundrum, wat zoveel betekent als Sint-heer-oom. Verkleed in bijzondere uitdossingen zwerven de mannen over het eiland, terwijl de vrouwen en kinderen in huis moeten blijven. Door speciale maskers te dragen en met verdraaide stremmen te spreken, blijven de mannen anoniem. Wie ze wel herkent, mag dit slechts in verhullende termen laten weten. De traditie wordt afgesloten met een dansfeest. Wie het eens wil meemaken kan op 6 december terecht in de dorpen Kaard, Kinnum, Baaiduinen, Midsland en Hoorn.

TEKST: ANDRÉ HORJUS

FOTO'S: NIELS WESTRA