Kieken en kuren op Borkum

Kieken en kuren

Steeds meer noorderlingen gaan 's zomers een dagje naar Borkum. Als de trein over twee jaar doorrijdt van Roodeschool naar de Eemshaven, komt het Duitse Waddeneiland nog dichterbij te liggen.

Peter de Buhr is gids op Borkum. Zijn Büro Natur Pur is gevestigd tegenover het busstation in Borkum-Stadt. Een klein gezellig hok, waarvan de deur op deze zonovergoten dag wijd openstaat. Het hangt vol met posters en andere snuisterijen van het eiland.

Met zijn forse postuur, blonde haarkuif en onverschrokken voorkomen oogt hij als een rots in de branding. Op zijn onderbeen een tatoeage van een doodskop met twee gekruiste zwaarden.

loading

Nederlandse oorsprong

De naam De Buhr is een Duitse vertaling van De Boer. ,,Dat is al zo sinds 1599. Tot zo ver heb ik mijn voorouders kunnen traceren. Van origine komen ze uit Oost-Friesland, terwijl de meeste Borkumers van Nederlandse oorsprong zijn.''

's Zomers gaat hij bijna elke dag met toeristen het wad op. Er komt net een gezin uit Emden zijn kantoortje binnenwandelen. De man vraagt hoe laat ze vandaag met hem op stap kunnen. Als ze zijn vertrokken, zegt De Buhr gekscherend: ,,Vroeger waren we een volk van zeevaarders, nu melken we toeristen uit.''

loading

Toeristen

Aan toeristen geen gebrek op Borkum. De eerste voorbode daarvan is zichtbaar op de kolossale parkeerplaats in de Eemshaven, naast de terminal van rederij AG Ems aan het Doekegatkanaal, waar je op de veerboot stapt. We zien een zee van Duitse nummerborden, met slechts hier en daar een geelzwarte kentekenplaat.

Veel toeristen uit het westen van Duitsland vertrekken liever vanuit de Eemshaven dan vanuit Emden. Vanaf hier duurt de overtocht 50 minuten, vanuit de Duitse havenstad zijn ze – als ze niet de duurderde catamaran nemen – ruim twee uur onderweg.

Als de boot om 10.15 uur vertrekt, zit het bovendek bomvol. Er zijn te weinig zitplaatsen, dus hangen veel mensen over de reling. De schoorsteen spuwt gitzwarte rookpluimen. Een peuter die net kan praten kijkt gebiologeerd naar het baggerschip dat langszij de vaargeul uitgraaft.

,,Kijk, een boot met een zwembad'', wijst het jongetje naar de modderbak aan boord. Ook op de golven naast het schip kolken bodemkluiten naar boven.

loading

Eemshaven

Als de boeg van de veerboot het Doekegat insteekt krijgen we een prachtig zicht op de Eemshaven, die schuilgaat onder een woud aan windmolens. We zien de bedrijvigheid rond de containerterminal van de firma Wijnne Barends, de moutfabriek Holland Malt en de energiecentrales van Nuon en RWE.

Zelfs bij aankomst in de haven van Borkum, tekent het industriële silhouet van de Eemshaven zich nog steeds af aan de horizon.

Van de veerboot kunnen we meteen overstappen op de trein. Het ritje van 7,5 kilometer naar Borkum-Stadt is inbegrepen bij de prijs van het bootkaartje. De Borkumer Kleinbahn, in 1879 begonnen als paardentram, is de grootste verrassing van het eiland.

loading

Vakantietrein

De gekleurde retrowagons achter de locomotief nemen je romantisch mee terug in de tijd. Dit is ook niet zomaar een trein, dit is een vakantietrein. Die verwacht je alleen aan te treffen in mediterrane oorden. Nu het zulk schitterend weer is zoeken de reizigers het balkon op om de zilte lucht op te snuiven en onderweg te genieten van de duindoornstruiken langs het spoor, die onmiskenbaar verraden dat je op een eiland bent gearriveerd.

De trein stopt middenin Borkum-Stadt. Rond het station is het een drukte van belang. Veel toeristen verdringen zich bij de fietsverhuur. Anderen slaan de hoek om en lopen de Bismarckstrasse in, een winkelpromenade die naar het Nordstrand voert, slechts tweehonderd meter verderop.

Kledingwinkels, toeristenshops en horecagelegenheden rijgen zich aaneen. Hier kun je ‘kieken en kopen', zoals een gidsje over het eiland vermeldt. Maar je kunt er ook terecht voor je ‘Natt en Drög'.

loading

Zeeboulevard

De gebouwen op Borkum zijn gemiddeld een stuk groter dan op ‘onze' Waddeneilanden. Er staan prachtige villa's van rond de vorige eeuwwisseling tussen, als stille getuigen van de welvaart op het Duitse eiland. Het is er minder popperig dan op Terschelling of Schiermonnikoog, maar daardoor ook minder schilderachtig.

Op Borkum is al in de negentiende eeuw een bad- en strandcultuur tot ontwikkeling gekomen. De hoofdplaats heeft daardoor meer overeenkomsten met Zandvoort en Scheveningen, waar van oudsher ook veel Duitsers op afkomen, dan met de badplaatsloze Nederlandse Waddeneilanden.

Dat is prachtig te zien aan de zeeboulevard waar veel hotels en kuurklinieken zijn gevestigd in pompeuze, vooroorlogse praal-gebouwen en grijze blokkendozen van recentere datum. Vanuit het Nordsee Hotel hebben de gasten aan de voorzijde een geweldig uitzicht op zee. In het ouderwetse hotel wijst de gerant hen 's ochtends bij het ontbijt hoogstpersoonlijk naar een zitplaats. Waar vind je dat nog?

Als je de boulevard oversteekt en een trap afdaalt kom je terecht op een promenade met kledingwinkels, restaurants en een openbaar toilet. In het fraaie ronde paviljoen brengen bandjes evergreens ten gehore. Muziek voor de badgast.

Het strand is op sommige plekken wel 500 meter breed. Het Nordstrand voor de grote hotels is gevuld met fel gekleurde strandkorven en -tenten, die je per dag of week kunt huren. Veel Duitsers hebben hier leefkuilen gegraven. Er wordt meer pootje gebaad dan gezwommen in het koude zeewater.

In de drukke Bismarckstrasse zitten de terrassen aan het eind van de middag vol met bier drinkend strandvolk. De zon brandt fel op hun vlezige lichamen. Sommigen hebben al meer zonnestralen genoten dan goed voor hen is.

loading

Gewone man

Het zijn vooral inwoners van Noordrijn-Westfalen die op Borkum komen. Meer dan de helft van alle Duitse toeristen op het eiland is afkomstig uit die deelstaat, die zelf een kust ontbeert. Jongeren ontbreken, het zijn vooral gepensioneerden en gezinnen met kinderen.

Borkum is echt het domein van de gewone man of Otto Normalverbraucher, zoals Duitsers dat zo prachtig noemen. Rijke Duitsers hebben een voorkeur voor het naastgelegen Waddeneiland Juist, dat autovrij is, of voor Rügen aan de Oostzee.

Niet vreemd dus dat de restaurants in Borkum-Stadt vooral zijn afgestemd op het massatoerisme. Verwacht geen verrassende kaart, culinaire hoogstandjes of bijzondere aankleding. Degelijkheid voert de boventoon. Dat we op een eiland zijn zullen we weten.

Een prima viskraam vlakbij zee aan de Bismarckstrasse heeft een breed assortiment met broodjes garnaal en diverse soorten matjes, ingelegd in sherry, zoetzuur of gewoon zout zoals we thuis zijn gewend.

De restaurants serveren veel gebakken vis met dito aardappelen en koolsalade. Er zijn ook een Griek, een Turk, een Italiaan en een Balkanrestaurant. Wie snel wil snacken kan bij een Imbiss terecht, dat behalve de geijkte Brat- en Currywurst ook patat met mayo op de menulijst heeft staan.

Voor de mooiste etablissementen moet je Borkum-Stadt verlaten. Te voet of per fiets kom je via schitterende paden door een uitgestrekt duinlandschap. Als je de laatste bebouwing bent gepasseerd wordt het stil om je heen. Dan hoor je alleen nog de wind door de bladeren fluisteren, insecten zoemen in het struikgewas en het hoge gekrijs van wadvogels. Zo rumoerig Borkum-Stadt, zo rustig is het omliggende natuurgebied.

loading

Tweeling

Borkum ligt dichter bij Nederland dan bij Duitsland. Het valt toe aan Duitsland, hoewel het ten westen van de Eems ligt. Opmerkelijk genoeg bestond het tot 1863 uit twee afzonderlijke eilanden: het Westland en het Ostland, van elkaar gescheiden door een kreek.

De tweeling is in 1805 mooi in kaart gebracht door Karl Ludwig von Le Coq. Anders dan onze Waddeneilanden is Borkum, net als zijn Oost-Friese buren, geen oud fragment van het vasteland. Het eiland is vermoedelijk rond het begin van de jaartelling ontstaan als zandplaat. In 1406 wordt voor het eerst schriftelijk vermeld dat er mensen wonen.

Na een fietstocht door de duinen is het heerlijk bijkomen in Strandcafé Sturmeck. Gemütlich binnen als het regent, maar vandaag staan op het terras de tafels met parasols 's ochtends al gastvrij klaar. Vanaf hier kijk je uit op de oneindige zee, hoewel het windmolenpark in de verte niet iedereen zal bekoren.

Over het immens brede strand worden surfwagens als insecten door de wind voortgestuwd. Na een tijdje daalt de rust neer en vallen de ogen spontaan dicht. Dan hoor je alleen maar het ruisen van de zee. Heerlijk, hiervoor kom je naar Borkum.

loading

Kuuroord

Een flink deel van de Duitsers komt eveneens naar het eiland ter verkwikking van lijf en leden. Als een van de weinige Waddeneilanden heeft Borkum een ‘Hochseeklima'. Doordat het eiland relatief ver op zee ligt, schijnt de lucht erg zuiver te zijn en zou deze extra zout bevatten.

Misschien is het Quatsch, maar mensen met huid- en ademhalingsproblemen komen graag op het eiland. Er zijn vier kuuroorden waar de kuurgekke Duitsers tot Erholung kunnen komen. Als je rondfietst door Borkum-Stadt zie je ook opvallend veel bordjes met Kurartz .

Altijd doemt een van de drie vuurtorens op aan de einder. De nieuwe vuurtoren, die in 1879 in bedrijf is gegaan nadat er in de oude brand was uitgebroken, staat op een ronde heuvel midden in de stad. Het lichtschijnsel van de toren, die 65,5 meter hoog is, draagt 38 kilometer ver.

loading

Trap

Wie het aandurft de 308 traptreden omhoog te gaan, wordt bovenin beloond met een fenomenaal uitzicht. Het eiland, waar je hier zelf het middelpunt van bent, ligt klein en overzichtelijk aan je voeten. Vanuit dit standpunt gezien is Borkum-Stadt een schattig dorp met rode daken. ,,Je noemt mij toch wel even, hè'', zegt de behulpzame vuurtorenwachter, die de entreekaartjes verkoopt (volwassenen 3,50 euro per stuk).

Achter de oude vuurtoren is Heimatmuseum Dykhus een bezichtiging waard. Het museum is vooral gewijd aan de walvisvaart, die zijn hoogtijdagen kende in de 18de eeuw. In de grote zaal hangt een skelet van een vinvis, dat vooral op kinderen indruk maakt.

Er is veel antiek scheepstuig te zien, maar ook servies en klederdracht uit vervlogen tijden. Aan een moderne presentatie heeft men in het Dykhus een broertje dood. Alles is op, boven, onder en naast elkaar tentoongesteld en vormt een soort Wunderkammer.

Meest opmerkelijk is een verzameling strandzand in flesjes, vergaard in de meest exotische uithoeken van de wereld. Verzamelen van strandzand, het is weer eens iets anders, maar wel passend bij een eiland dat ervan leeft.

Armoede

Het is te danken aan het toerisme, dat zich vanaf 1834 langzaam ontwikkelde, dat Borkum er economisch weer bovenop kwam. Na het einde van de walvisvaart eind achttiende eeuw verarmde het eiland. Veel inwoners vluchtten naar het vasteland.

In 1811 telde Borkum nog maar 400 inwoners. In 1902 kwam er een nieuwe impuls toen er een militaire basis werd gevestigd. In 1934 volbracht Wernher von Braun er zijn eerste raketlanceringen. Na de oorlog kreeg de Duitse marine een basis in Borkum. Er kwam ook een opleiding voor mariniers, die tot de opheffing ervan in 1996 eveneens veel voor de eilandeconomie heeft betekend.

Momenteel speelt de zeevaart geen enkele rol meer op Borkum. Landbouw is er evenmin. Het bekendste product is de oranje duindoornbes, waarvan heerlijke marmelade wordt gemaakt. In de Bismarckstrasse hoef je geen enkele moeite te doen een potje te bemachtigen. Een winkel is er zelfs helemaal in gespecialiseerd, maar dan betaal je ook wat!

Borkum is tegenwoordig bijna helemaal van de toeristen. Natuurlijk, het is geen Grieks eiland omringd door een azuurblauwe zee met tempels uit een klassiek verleden. Borkum is gewoon Borkum. ,,Of er staat te veel wind, of het regent, of het is te guur of het is te heet, zoals vandaag. Er is altijd wat te klagen, maar mij maakt het niet uit'', zegt wadgids Peter de Buhr. ,,Voor mij is elke dag weer een nieuw geschenk.''

Maar wel wil hij nog iets kwijt aan de Nederlandse journalist. ,,Daar aan de overkant'', hij wijst in de richting van de Eemshaven, ,,Die kolencentrale van RWE: Fürchterlich!''

TEKST: MANNUS VAN DER LAAN

FOTO'S: NIELS WESTRA

Borkum in cijfers

Borkum is met de auto goed bereikbaar: vanaf de Eemshaven duurt de overtocht met de veerboot 50 minuten

Aantal bewoners: 5.175 (peildatum 1 januari 2014)

Aantal zeehonden: circa 350

Oppervlakte land: 31 vierkante kilometer

Lengte: 12 km

Breedte: 9 km

Lengte fiets- en wandelpaden: 130 km

Strand: 26 km lang tot 500 meter breed

Toeristen: 279.931 bezoekers en 2.372.543 overnachtingen (2014)

Herkomst: Duitsland Noordrijn-Westfalen (57 procent), Nedersaksen (18 procent), Hessen (7 procent), Baden-Württemberg (4 procent), gevolgd door Nederland, Zwitserland en Oostenrijk

Gemiddelde leeftijd toeristen: 50 jaar

 

Dienstregeling

In de zomer onderhoudt rederij AG Ems doordeweeks vier keer per dag een veerdienst van de Eemshaven naar Borkum en vice versa. De boten vertrekken uit de Eemshaven om 7.30 uur, 10.15 uur, 13.30 uur en 16.45 uur. Terug: 8.30 uur, 11.30 uur, 14.30 uur en 17.40 uur. In het hoogseizoen varen 's weekends extra boten.

Een retourtje kost 32,80 euro (kinderen 4-11 jaar: 6,40 euro), een dagretour 17,30 euro (8,65 euro) en een weekendretour 27,80 euro (13,90 euro).

Meer informatie:

www.borkumlijn.nl

Borkumlied

Al ver voor de machtsovername door de nationaalsocialisten in 1933 was Borkum in de greep van het antisemitisme. Met slechts enkele onderbrekingen werd er vele jaren lang dagelijks het Borkumlied (1903) gezongen. Daarin worden Joden letterlijk opgeroepen het strand van het eiland te verlaten.

Het antisemitisme op Borkum en de overige Duitse Waddeneilanden was feller dan waar ook in Duitsland. De uitingen ervan gingen voortdurend gepaard met de oproep dat Joden er niet welkom waren.

Een reisgids uit 1910 raadde ‘Israëlieten' een bezoek aan Borkum dringend af ‘omdat zij anders verwachten kunnen door de deels zeer antisemitische bewoners op nietsontziende wijze lastig gevallen te worden'. Door de inspanningen van de Borkumse dominee en jodenhater Ludwig Munchmeyer werd het Borkumlied tot 1939 onder zijn leiding in de straten door kinderen gezongen.

Piraten

Tijdens de Hanzetijd stond Borkum bekend als een piratennest. Een paar eeuwen later kreeg het eiland zelf bezoek van een stel zeerovers. In 1838 strandde op Borkum het zeilschip Brigg Braganza met vijf mannen aan boord: drie Duitsers, een Belg en een Brit.

Ze vertelden de eilandbewoners die hen opvingen en verzorgden, dat hun kapitein het schip had verlaten. Een week later werd bekend dat ze het voor de kust van Portugal hadden gemuit. Daarbij hadden ze de halve bemanning omgebracht. Ze werden gearresteerd en via Emden overgedragen aan de autoriteiten in New York. Daar zijn ze berecht en ter dood veroordeeld.

Drie van hen hebben zich in de cel verhangen. Een Duitse kapitein die dat eveneens deed, schreef voor zijn dood nog een groot aantal brieven over zijn leven. Pas een paar jaar geleden zijn deze in New York boven water gekomen.

 

Rampjaar

Borkum is evenals de Nederlandse Waddeneilanden nauw verbonden met de walvisvaart. Veel Borkumers monsterden in de 17de en 18de eeuw aan op walvisschepen uit vooral Amsterdam en Hamburg. In het rampjaar 1777 vergingen veertien van zulke schepen voor de kust van Groenland.

De vaartuigen werden ‘gekraakt' door kruiend ijs. Van de ongeveer 450 schipbreukelingen, onder wie nogal wat Borkumers, wisten 155 hun vege lijf te redden door in sloepen, dan wel lopend over het ijs Groenland te bereiken. Ze werden opgevangen door Eskimo's.

Er zijn meerdere ooggetuigenverslagen van deze barre tocht overgeleverd, onder anderen van de Amelanders Hidde Dirks Kat en Marten Jansen. Het verhaal gaat dat commandeur Roelof Gerrits Meyer en stuurman Jakob Kieviet uit Borkum na behouden terugkomst in Amsterdam enige tijd in eskimovellen door de stad zwierven.

Ze trokken veel bekijks en zijn destijds over hun hachelijk avontuur in het Poolgebied geïnterviewd. Het stuk werd in datzelfde jaar nog vertaald in het Duits. De belevenissen van de walvisvaarders staan centraal in het net verschenen boek Borkum anno 1777 - Das Todesjahr van Peter de Buhr en Frieder Grävemeyer.