Bitgum en Bitgummole delen straks een dorpstuin die het adellijke stateterrein van Groot Terhorne weer moet laten groeien en bloeien. Het plan grijpt terug op hoe het was en biedt wat in de toekomst nodig is.

‘No, hjir sawat.” Doeke de Jong, Sybe Bloem en Peter Groothoff scharrelen het drassige oefenveldje op bij sportcomplex It Bosk in Bitgummole. ,,Hjirre moat er stien ha”, zegt De Jong resoluut. ,,Flak efter de goal fan it haadfjild.” Groothoff wijst naar de toegangspoort die nog op exact dezelfde plek staat. En Bloem gebaart naar ‘de kûm’, de vijver verderop die nog altijd een soort van intact is gebleven. De Jong: ,,En dan rint dêr ek noch san boochsleatsje. Dat wie in siersleat, ek orizjineel.”

De dorpsbelangmannen van Bitgum en Bitgummole kijken met een historische blik naar de groene grasmatten en sompige aardappelvelden rondom het sportcomplex. Ze zien in de paar restanten de glorie van lang vervlogen tijden. Toen de lap grond aan de oude zeedijk nog niet het thuis was van voetballers of akkerbouwers, maar van de edellieden van state Groot Terhorne.

Groot Terhorne

Tot het eind van de negentiende eeuw stond hier de sierlijke kasteelachtige state Groot Terhorne in een fraai parkgebied. De naam zegt het al. Groot Terhorne betekent zoveel als groot stenen huis op de hoek. Het stateterrein ligt tegen de oude dijk aan, aan de andere kant van de straat klotste ooit de Middelzee. Hier resideerde de adellijke familie Thoe Schwartzenberg en Hohenlansberg.

Het was een state zoals er meer stonden in de omgeving. Denk aan het huidige Poptaslot in Marsum, Dekemastate in Jelsum of Martenastate in Koarnjum. Adellijke families wilden niet voor elkaar onderdoen. Ze wedijverden met elkaar wie de aanzienlijkste buitens bezaten. De tuinen rondom hun residenties speelden daarbij een belangrijke rol.

Rond Groot Terhorne lag eerst een bescheiden tuin die gericht was op consumptie. Later werd de nadruk meer gelegd op ‘verpozen’ en legden de Thoe Schwartzenbergen een hof in Franse stijl aan. Een kaart uit 1725 van de buitenplaats laat strakke lijnen zien. De Friese adel raakte er destijds door aangestoken door de Franse tuinarchitect Daniël Marot, opperbouwmeester aan het Friese Stadhouderlijk Hof.

Roodbaard

Later toen de mode veranderde werd het stateterrein ingericht in Engelse landschapsstijl met slingerpaden, hoogteverschillen en waterpartijen. De bekende tuinarchitect Roodbaard maakte het ontwerp. Op een kaart uit 1866 zijn de bossen, tuinen en landen behorende bij het slot ingetekend. Het is een complex met een toegangspoort, een hertenkamp, appelhof, boomkwekerij, oranjerie, bloementuinen, kastanje- en lindenlanen, elzen- en eikenbosjes, een moestuin en een grote vijver.

,,Fan dy Ingelske tún fan doe, binne no noch altyd elementen te sjen”, zegt Doeke de Jong. Hij is voorzitter van plaatselijk belang Bitgummole en bestuurder van de Van Aismastichting, de club die eigenaar is van de 7 hectare voormalig stateterrein. Die restanten zijn het uitgangspunt voor de nieuwste plannen.

loading

Lang was het stateterrein geen onderwerp in beide dorpen. De Van Aismastichting had een pachter die bieten, aardappelen en graan verbouwde op de grond. Prima. Toen de pachter zijn pachtcontract beëindigde en de laatste ontbrekende lap grond kon worden aangekocht ontstond de mogelijkheid om het gebied aan te pakken

Beide dorpen hebben nieuwbouwwensen. Moest dat dan gebeuren op Groot Terhorne? Maar zegt Bloem gelijk over die gedachte: ,,Wy wolle ek gjin Gytsjerk en Oentsjerk wurde. Dat sit mei de kombuorden tsjin elkoar oan.”

De Van Aismastichting legde de vraag bij de dorpsbelangen neer, die de bewoners raadpleegden. Het leverde een helder antwoord op. Een ingestelde werkgroep moest zorgen dat de cultuurhistorische elementen behouden blijven en zelfs worden versterkt.

Verbinding

Het drie mannen kijkt naar een grote kaart die ze hebben uitgevouwen op een tafel in de voetbalkantine. Het is de tekening van de slottuin anno 2021, gemaakt door landschapsarchitect Ilse van Zuilen die nota bene woont in Bitgummole. Een droom op papier gezet. Dit is wat de dorpsbelangen voor ogen hebben met hoe het stateterrein weer invulling krijgt.

Een hof die beide dorpen verbindt. Een groot groen hart, waar eten wordt verbouwd. Een parktuin waar wandelaars welkom zijn. Een plek waar bezoekers weer leren over de oorsprong van ons voedsel. Een lap grond waar een biologisch tuinder een boterham kan verdienen.

 

De statetuin, de natuur, ons eten en de dorpelingen samenbrengen. De schetsen zijn gemaakt. Het idee leeft en is omarmd door de dorpen. Landschapsbeheer Friesland schrijft nu aan een masterplan. Daarmee gaan de Bitgumers en Bitgumermoolsters de boer op voor subsidies. En ondertussen zijn ze oriënterend in gesprek met een wellicht potentiële tuinder die de lap grond wil bebouwen.

,,Wy binne aardich fan it padje, as it giet om hoe wy mei ús iten omgean”, zegt De Jong. ,,Wy litte beantsjes ynfleane út Kenia.” Groothoff en Bloem knikken. Beide mannen hebben een volkstuin. ,,Ik krij soms guon yn desimber oan de doar. Sybe, hasto ek farske beantsjes fan’e tún? Safier binne we fuort rekke fan de basis.” Deze tijd vraagt om ,,in nij soarte fan ferheffing”, vindt De Jong. Misschien wel de belangrijkste functie van de nieuwe hof.

 

Napoleon sloopte de state

Eigenlijk is het Napoleon geweest die ervoor zorgde dat Groot Terhorne in de versukkeling raakte en uiteindelijk werd gesloopt. De Franse overheerser veranderde de erfenisregels. Daarvoor ging een familiehuis met de grond in zijn geheel over in handen van één erfgenaam, vaak de oudste zoon. Hierdoor bleef het bezit bij elkaar.

In 1838 werd dat verboden. Hierdoor kregen alle erfgenamen een deel, waardoor het bezit versnippert. Adellijke families konden daarna hun buitenverblijven niet langer onderhouden met de opbrengsten van de landerijen. De machtige stinsen en states brokkelden in de loop van de eeuwen letterlijk en figuurlijk af.

In 1879 werden de gebouwen en de brug van Groot Terhorne op afbraak verkocht. De tuinen en de landerijen bleven in het bezit van de familie Thoe Schwartzenberg. In 1882 werd het terrein door het kadaster opnieuw opgemeten. De gebouwen binnen de slotgracht waren toen al weg. In 1923 was ook de rest van het terrein ingrijpend veranderd blijkt uit kadastrale kaarten. De grachten en de vijver zijn deels gedempt. In 1967 verkochten kleinkinderen van de laatste bewoners de terreinen aan de gemeente Menameradiel en de Van Aismastichting. Daarna werd het sportterrein erop aangelegd en de rest als weide en bouwland verpacht.


Wie waren de adellijke bewoners?

Hessel van Martena is de oudst bekende eigenaar van Groot Terhorne, een van de grootste states die Friesland heeft gekend. Hij werd omstreeks 1460 geboren in Koarnjum en stamde uit een bekend hoofdelingengeslacht dat daar aan het eind van de middeleeuwen een stins bezat. Hessel woont later in het Martenahuis in Franeker. Het is zijn dochter Lucia die het kasteel in Bitgum erft als hij op een bedevaartsreis naar Palestina op het Griekse eiland Rhodos overlijdt.

Lucia treedt in het huwelijk met een Saksische edelman: Frederick von Grombach die in het gevolg van de Hertog van Saksen naar Friesland was gekomen en belangrijke functies bekleedde. Hun dochter Maria is de volgende generatie en zij trouwt met Johann Onuphrius vrijheer zu Schwarzenberg, een voorname familie uit Frankenland.

Hun zoon Georg Wolfgang werd een vermogend man en stond in hoog aanzien. Hij zat in de Staten van Friesland en was gedeputeerde en beschikte over veel land en boerderijen. Na zijn dood is het zoon Georg Frederik baron thoe Schwartzenberg en Hohenlansberg die bij de verdeling van de boedel Groot Terhorne krijgt toegewezen.

Een latere nazaat met dezelfde voornamen was kamerheer van de koning in buitengewone dienst. In die functie ontving hij in 1837 koning Willem I en in 1852 Willem III op de state in Bitgum. Van hem stammen alle latere slotbewoners af. Bij de kerk in Bitgum legde de machtige adellijke familie een grafkelder aan. Daar zijn ruim twintig familieleden bijgezet.

 

Tún fan Ljouwert

Groot Terhorne ligt midden in een landschap dat de Tún fan Ljouwert wordt genoemd of De Lytse Wâlden. Een coulisselandschap met karakteristieke sloten, houtsingels en hagen bij Berltsum, Bitgum, Bitgummole, Ingelum en Marsum. Bewoners van de dorpen maken zich al jaren zorgen over de teloorgang en aantasting van het half-besloten landschap in het voormalige tuinbouwgebied. Boeren en grondeigenaren verwijderden karakteristieke landschapselementen voor een efficiëntere bedrijfsvoering. Sloten werden gedempt en bomen gekapt.

Gemeente Waadhoeke beloofde meer bescherming en werkt daarin samen met grondbezitters, LTO Noord, Landschapsbeheer Friesland, de Dorpsbelangen en de Stichting Ringsom Great Terherne die aan de bel trok om in actie te komen.

 

 

Je kunt deze onderwerpen volgen
Waadhoeke
Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct