Akkerbouwer houdt historische erwt in stand: 'Haal voedsel uit je eigen klimaatzone en eet wat seizoenen te bieden hebben'

Piet Hoekstra heeft gezorgd voor de terugkeer van de Dik Trom-erwt in het Waddengebied. FOTO GRIET HOEKSTRA-HOITSMA

Ruim vijf jaar geleden zorgde akkerbouwer Piet Hoekstra uit Sint Jacobiparochie voor de terugkeer van de Dik Trom-erwt. Hoe staat het er anno 2021 voor met dit waddenproduct?

Het huis en erf van Piet en Griet Hoekstra vormen een eilandje te midden van akkervelden. Het is de plek waar Piet 72 jaar geleden is geboren en waar hij slechts acht jaar niet heeft gewoond. ,,Maar toen woonden we om de hoek, aan de straat. Later ruilden mijn vader en wij van woning.”

Terugloop peulvruchten

In zijn jonge jaren was het voor hem en vele anderen een vanzelfsprekendheid: alles wat thuis werd gegeten, werd in de omgeving verbouwd. ,,Tot de jaren zestig, zeventig. Supermarkten gingen meer aanbieden, waaronder producten van ver, en lokale producten raakten in de vergetelheid.”

Daarnaast begon de mechanisatie in de landbouw. ,,Niet alle gewassen waren daarvoor geschikt. Ook hierdoor verdwenen bepaalde gewassen, waaronder erwten en bonen.”

Deze verandering voelden ze waarschijnlijk ook in het Groningse Westpolder. Dr. R.J. Mansholt’s Veredelingsbedrijf N.V. had in de jaren vijftig een nieuw erwtenras ontwikkeld: de Dik Trom. Vanwege zijn ‘dikkige’ uiterlijk vernoemd naar de mollige kinderboekenheld. Het was een veel verkochte erwt, maar ook die verdween uit de akkervelden.

Cultuurhistorische streekgewassen

In 2005 werd Hoekstra lid van het huidige Platform Friese Rassen en Gewassen. Hij had namelijk een nieuwe hobby: het telen van cultuurhistorische streekgewassen.

,,Dat kwam door een man in Kollum. Hij teelde bruine erwten in zijn tuin en zei: kun jij dat niet proberen in de klei?” Sindsdien teelt Hoekstra de Kollumer zoete grauwe erwt. ,,Een soort kapucijner, maar met meer smaak.”

Een aantal jaar later gingen de leden van het platform op excursie naar Wageningen. Daar liggen in een genenbank alle oude gewassen opgeslagen. In de vijftiger jaren teelde de vader van Piet conservenerwten en de rasnaam Dik Trom was bij Piet blijven hangen. Hij vroeg of ze die daar hadden. Dat bleek het geval.

Niet veel later besloot hij deze erwt zelf te gaan telen. Hij nam contact op met de genenbank en kreeg een paar erwten.

loading

Geen groei

Na drie jaar had Hoekstra genoeg Dik Trom-erwten om via groothandel Greydanus te verkopen. Ongeveer zeshonderd kilo Dik Trom-erwten en evenzoveel Kollumer Zoete Erwt teelde hij toen. Zijn verwachting was dat deze hoeveelheid na vijf jaar wel vertienvoudigd zou zijn, maar eigenlijk zat er helemaal geen stijging in de afzet.

,,Het belangrijkste voor consumenten is snelheid. Ze willen vaak niet te lang in de keuken staan.” En het weken van bonen voor je ze in een gerecht kunt gebruiken, duurt langer dan het openen van een blik.

Spliterwten daarentegen zijn wel een populair ingrediënt, met name voor het maken van snert. ,,Die zijn in tweeën gesplitst en hebben geen velletje meer. Daardoor hoef je ze niet te weken en zijn ze snel gaar. Maar doordat het velletje er niet meer omheen zit, ben je ook voedingsstoffen en smaak kwijt.”

Voedsel uit eigen klimaatzone

Hoewel het telen van de twee soorten erwten geen groeiende tak blijkt, vindt Hoekstra het belangrijk dat dergelijke cultuurhistorische gewassen blijven bestaan. Daarnaast is hij groot voorstander van lokaal voedsel.

,,Ik heb altijd al gezegd: je kunt het beste voedsel uit eigen de uit eigen klimaatzone halen. Daar is het lichaam op aangepast. Je moet eten wat de seizoenen te bieden hebben. Anders heeft het voedsel bewerkingen nodig, wat afbreuk doet aan het gewas en de gezondheidseigenschappen.”

Zijn vrouw vult aan: ,,En dat gesleep met eten over de hele wereld is bovendien ook niet echt goed.”

Lokale alternatieven

Maar lokaal is vaak wel duurder dan eten uit supermarkten. ,,Zo lang die alleen de goedkoopste willen zijn, verandert er niks.” De magazines die supermarkten uitgeven, mogen wat Hoekstra betreft trouwens wel wat kritischer worden bekeken.

,,Is het thema ‘vegetarisch’, dan staan er gerechten in waarvoor je bijvoorbeeld amandel, olijfolie en avocado nodig hebt. Dat moet allemaal van ver komen. Dat is óók niet goed voor het milieu.”

Liefst ziet hij dat supermarkten vaker producten uit eigen land aanprijzen. ,,We hebben genoeg alternatieven. Koolzaadolie is net zo goed te gebruiken als olijfolie.”

Tegelijk doen supermarkten niets anders dan inspringen op de vraag. Hoekstra geeft toe dat de consument bepaalt. ,,Die moet zeggen: ik wil dit niet meer. Dan volgt de omslag vanzelf.”

Kopen bij boeren

Hoopvol is hij wel. Hij ziet een nieuwe trend ontstaan: mensen die rechtstreeks bij de boer kopen. ,,Dan moet je alleen wel langs meerdere stalletjes die langs de weg staan. En je moet kleingeld hebben. Maar je hebt wel verse en pure producten. En de boer krijgt de volle winst, in plaats van slechts een klein percentage.”

Wat dit gaat betekenen voor zijn erwten? De toekomst zal het weten. Hoe het ook zij: het plezier van het erwten telen wordt er voor hem niet minder om. ,,Je bent met de natuur bezig en met eten. Wat wil je nog meer?”

,,Maar je bent er toch ook wel trots op dat je een oud en verdwenen ras nieuw leven in hebt geblazen”, zegt Griet. Piet geeft toe dat dit wel zo is.

,,Wat ik nog niet heb verteld”, zegt hij tot besluit, ,,elke avond zetten we een emmer met geoogste erwten op tafel om ze handmatig te sorteren. Elke Dik Trom-erwt die op iemands bord belandt, heb ik onder ogen gehad. Dat is ook wel mooi.’’

Je kunt deze onderwerpen volgen
Waadhoeke
Eten & drinken
Waddengebied