Ilse Kwaaitaal vertelt campinggasten op Stortemelk over Twenty, shampoo waar mensen thuis zelf water aan toe moeten voegen.

Shampoo testen bij het washok: geen festival, wel start-ups op Vlieland

Ilse Kwaaitaal vertelt campinggasten op Stortemelk over Twenty, shampoo waar mensen thuis zelf water aan toe moeten voegen. FOTO DIAN KORS

Tussen de bands en het bier hadden onder normale omstandigheden dit weekend op het festival Into the Great Wide Open op Vlieland de start-ups van Innofest gestaan. Maar corona bepaalde anders. De bands en het festivalpubliek bleven weg. De start-ups kwamen wel.

Zonder festivals geen Innofest. Ten minste, die aanname deed de organisatie tot dit voorjaar. Want festivals, daar draait het concept van de organisatie om. De festivalterreinen, het publiek, de voorzieningen: je vindt er alles uit de gewone wereld in het klein. En dat maakt de evenementen zo’n perfecte plek voor start-ups om hun innovaties te testen.

Maar ja, die festivals werden begin dit jaar een voor een afgeblazen. En dus moesten directeur Linda Vermaat en haar team het roer omgooien. ,,We hebben de ondernemers gevraagd wat ze wilden. Online testen? Het volgend jaar nog een keer proberen? Of buiten de festivals omgaan?’’

En zo proefde het publiek van Oerol eerder dit jaar gewoon thuis op de bank onder meer een drankje gemaakt van algen en een veganistische kaas en gaven online hun commentaar. Andere start-ups testten niet met festivalgangers maar in een virtuele sessie met studenten van de Rijksuniversiteit Groningen.

Vaag begrip

Of ze reisden dit weekend af naar Vlieland. Want er mag dan wel geen Into the Great Wide Open zijn, er staan wel gewoon mensen op camping Stortemelk. ,,En eigenlijk is dat ook niet veel anders dan een festival’’, zegt Vermaat. ,,Mensen zijn een beetje in dezelfde stemming. Ze zijn ontspannen. Staan open voor nieuwe ervaringen.’’

En dus staan bij het toiletgebouw op de camping Mirjam de Bruijn en Ilse Kwaaitaal van Twenty, een Amsterdams bedrijf dat een shampoo op de markt wil brengen waar de consument thuis zelf water bij moet doen.

Dat geeft een flinke milieuwinst, vertelt De Bruijn. ,,Tachtig procent van shampoo, en van eigenlijk de meeste cosmetica, is water. Dat moet allemaal vervoerd en verpakt worden terwijl het bij iedereen thuis gewoon uit de kraan komt.’’

Maar doet die shampoo wel wat de consument ervan verwacht? En moet er een lekker geurtje aan of toch niet? Dat hoopten ze op Vlieland dit weekend te ontdekken door campinggasten ermee te laten douchen. De eerste reacties zijn positief, zegt De Bruijn. ,,Mensen vinden het wel fijn. We horen ook geluiden dat het haar na afloop zachter is. En een geur vinden de meesten toch lekkerder.’’

De Bruijn en Kwaaitaal willen niet alleen ontdekken wat anderen van hun shampoo vinden maar vooral ook hoe ze het zo goed mogelijk kunnen verkopen. Daarvoor experimenteerden ze dit weekend met het verhaal waarmee ze hun shampoo onder de aandacht brengen. ,,Vrijdag presenteerden we het vooral als duurzaam. Maar dat werkte niet zo goed. Duurzaam is toch wat een vaag begrip. Want wat bedoel je daar dan mee? Op zaterdag legden we ons concept uit, dat sloeg beter aan.’’

Mantelzorgers

Voor Twenty was het doorgaan van het festival dus niet direct een obstakel. Voor Cook3r, een project van het lectoraat architecture in health van de Hogeschool Arnhem/Nijmegen, kwam het misschien zelfs wel beter uit. Zij hadden dit weekend de kans om in alle rust hun kookplaat voor mensen met geheugenproblemen te testen. ,,We wilden zo’n dertig mensen spreken’’, vertelt Ivo Maathuis. ,,En dat is ook gelukt.’’

De kookplaat kan geprogrammeerd worden om de gebruiker door het hele kookproces heen te leiden. ,,De vraag waar we antwoord op wilden hebben, is of mensen het ook echt gaan gebruiken’’, zegt Maathuis’ collega Moniek van Loon. Daarvoor konden ze op Stortemelk niet direct terecht bij de beoogde doelgroep. ,,Maar wel bij dertigers, veertigers en vijftigers die wellicht mantelzorger zijn voor hun vader of moeder. We kregen veel mooie reacties. En ook nieuwe inzichten. Daar kunnen we weer verder mee.’’

Joanna Olszanska moest wel flink omschakelen nu het festival niet doorging. Haar start-up Yoyo wil het afvalprobleem oplossen met een statiegeldsysteem op etensbakjes. En wilde dat op het festival doen met bakjes die net als de hardcups voor het bier, als ze leeg zijn weer ingeleverd moeten worden bij de bar.

loading

Statiegeld op je etensbakje

Maar ja, de foodstands zijn er dit jaar niet. Dus week Olszanska uit naar De Bolder, het café van Stortemelk. Bepaalde afhaalmaaltijden werden er de hele week in de bakjes van Yoyo gestopt in plaats van in wegwerpverpakkingen. Het systeem lijkt te werken maar wel anders dan gedacht. ,,Het aantal bakjes dat terugkomt, stijgt naarmate de week vordert. Blijkbaar bewaren veel mensen ze tot het einde.’’

Het systeem is niet het enige waar Olszanska mee testte. Net als bij Twenty gaat het ook bij Yoyo om de communicatie, ontdekte ze. ,,We hebben ook veel gesproken met gasten van de Bolder. Zij begrepen soms niet waarom we afbreekbare verpakkingen wilden vervangen door verpakkingen van hard plastic.’’

Voor Olszanska is het echter een logische keuze. ,,Ook als je de verpakkingen van afbreekbaar materiaal als suikerriet maakt, verdwijnen ze bij het afval. De afvalberg wordt er niet kleiner van. Terwijl dat juist mijn doel is.’’ Het hele product moet uiteindelijk zo circulair mogelijk worden. ,,Als de bakjes aan het einde van hun levensduur zijn, moeten ze weer terug bij ons komen om gerecycled te worden tot iets nieuws.’’

Yoyo zoekt nog naar een ‘launching customer’, een afnemer die de potentie ziet in Olszanska’s idee en het in de dagelijkse bedrijfsvoering wil gaan gebruiken. ,,Een grote cateraar zou ideaal zijn.’’

Lepeltje van koek

Vlad Mazur van Cupbite heeft al duidelijk voor ogen wie zijn afnemers moeten zijn: ijssalons. Vanaf volgend jaar mogen die geen plastic lepeltjes meer geven bij hun schepijs. Mazur heeft een alternatief waarvoor niet eens een vuilnisbak nodig is: een lepeltje van koek dat je opeet.

Alleen, lukt dat een beetje? IJs eten met een koeklepel? Het komt namelijk nogal precies. ,,De koek mag niet te zacht zijn’’, legt Mazur uit. ,,Dan breekt het lepeltje. Maar ook niet te hard, want dan is het oneetbaar. Daar kwamen we achter bij een eerste test in Utrecht. Vooral oudere klanten kregen het lepeltje niet weg.’’

Bij ijssalon Min12 in de Dorpsstraat moet dit weekend blijken of de receptuur voor het lepeltje goed is en of mensen er mee willen eten. Een eerste test, zaterdag aan het einde van de middag, gaf gemengde resultaten. De een lepelde zijn ijs prima weg, de ander brak het direct op een stuk koek.

Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct