De meeste zorg op hun zorgboerderij bieden ze zelf, zeggen Keimpe en Nathalie van der Kooi. Dat drukt de kosten, maar zorgt volgens hen niet automatisch voor een hoog salaris.

Net buiten Gytsjerk aan een smal asfaltweggetje staat de boerderij van Keimpe van der Kooi. De biologische melkveehouder had bij het boeren al langer hulp van jongens die naar de middelbare school gingen. Vaak vanuit stages.

Nadat hij 2011 een relatie kreeg met verpleegkundige Nathalie, ging het stel verder professionaliseren. Nu, zo’n tien jaar later, krijgen elf jongens verschillende soorten zorg. Eén dag per week loopt er een orthopedagoog rond, samen met drie jeugdzorgwerkers. Zeven van de jongens overnachten ook in Gytsjerk.

Als ouders

Het leven op de zorgboerderij – een vennootschap – is overzichtelijk. ’s Ochtends vroeg begint de dag, als ‘het grote gezin’ aanschuift aan de keukentafel waar de boterhammen gesmeerd worden voor de dag. De meeste jongeren gaan daarna naar het speciaal onderwijs.

In de middag bij thuiskomst is er het gezamenlijke ‘koffie-thee-moment’. Daarna beginnen de jongens aan de klusjes op de boerderij. De één verzorgt de pony’s, een ander geeft de kippen te eten. Anderen geven de pasgeboren kalfjes te drinken of doen stro in de bakjes. Per persoon wordt naar de mogelijkheden gekeken. Nathalie: „It belangrykste is dat der struktuer yn sit en dat se leare om gear te wurkjen.”

De keuze voor middelbare schoolgaande jongens op de zorgboerderij heeft het stel bewust gemaakt. Een meisje zou de verhoudingen te veel verstoren. Een nieuwe cliënt moet in de groep passen en affiniteit met een boerderij hebben. Zo niet, dan acht Buitenrust het verstandiger ergens anders naartoe te gaan. Groepsdynamiek en duidelijkheid zijn het allerbelangrijkste.

Privé begint in de slaapkamer

De zorgboerderij in Gytsjerk liep de afgelopen jaren zo goed dat dit vorig jaar tot vragen leidde van het Sociaal Domein Fryslân (SDF). Met de hoeveelheid personeel op de boerderij, zal het SDF wel gedacht hebben dat de winst ten koste van de zorg voor de elf jongeren zou gaan, zegt Nathalie er nu over. De drie vennoten van Buitenrust – Keimpe, Nathalie en hun zoon – behaalden in 2019 zo’n hoge winst dat ze de Wet normering topinkomens (WNT), als die in hun situatie zou gelden, elk met zo’n 48.000 duizend euro zouden overschrijden.

Maar die zorg konden ze dus allemaal zelf bieden, zegt Nathalie. „It rûn hartstikke goed. Hienen nergens klachten”. Al heeft Keimpe geen officiële zorgpapieren. „Ús lân is hiel bot rjochte op diploma’s. Mar hast ek natoertalinten”, zegt hij.

Volgens Nathalie kon het SDF niet geloven dat zij dag en nacht aan het werk zijn. „Dat moatst ek meirekkenje.” De winst bij Buitenrust is bovendien niet direct het salaris voor de eigenaren, stelt Nathalie. Van dat bedrag moeten nog een hele hoop kosten en investeringen af. Zo werd de zorgboerderij voor 3 ton verbouwd waardoor er appartementen voor de jongens kwamen. „Ek moat ik bygelyks myn eigen opliedingskosten derfan betelje.”

Met de zorgboerderij gaat het werk altijd door, ook ’s avonds op de bank met de jongens voor de televisie. „Us privee begjint pas yn de sliepkeamer”, zegt Keimpe met een glimlach. „Dat fine wy net slim”, voegt Nathalie toe. „Dat is in manier fan libben. Dêr kieze jo foar. Mar dêrtroch krijst wol in oare blik op wat der fertsjinne wurdt.” Om SDF tegemoet te komen heeft het stel toch drie extra jeugdzorgwerkers aangenomen.

Noordervaart in Franeker: Volle bezetting, dus flinke winst

Een stevige toestroom van cliënten bezorgde zorgroep Noordervaart in Franeker in 2019 ook een stevige winst. ,,Wy kinne it goed útlizze.”

We zijn hier echt niet om te controleren, zegt Sytze-Jorrit Jorritsma. Maar de mede-eigenaar en oprichter van vof Zorggroep Noordervaart in Franeker wil liever wel weten wat ‘hun’ bewoners doen. „Giesto jûn nei de kroech om te biljerten? Hielendal bêst, mar lit it efkes witte. Stjoer in appke. Dan witte wy jûns dat elkenien feilich wer wêrom is.”

Mede-oprichter Paul Bruinsma vindt dat er vooral geen ‘instellingsgevoel’ moet heersen in het begeleid-wonencomplex, maar wil wel dat mensen toch kunnen terugvallen op 24-uurszorg.

De 22 woningen in het complex hebben elk en eigen voordeur. In de appartementen kunnen de bewoners eventueel zelf koken als ze dat willen of kunnen. Anders staat er altijd eten klaar in de gezamenlijke ruimte voorin in het gebouw.

Samen startten Jorritsma en Bruinsma in 2017 het zorgbedrijf voor hulp bij zelfstandig wonen. Vanuit het idee dat zorg kwalitatief anders en vooral vanuit de rust georganiseerd kan worden. Bruinsma: „Dat lytsskalige. It persoanlike kontakt. En dat minsken net in nûmer binne’’.

Alle appartementen bezet

Het jaar 2019 was voor het zorgbedrijf in opbouw een bijzonder jaar. Voor het eerst waren alle 22 appartementen volledig bezet, terwijl het aantal medewerkers dat zorg levert nog gebaseerd was op minder bewoners. Jorritsma en Bruinsma draaiden zelf volop mee en werkten ’s avonds nog aan alle administratie.

De volle bezetting en het nog ondertallige personeel zorgden voor een flinke winst over dat jaar, meer dan de WNT zou voorschrijven. Maar dat jaar geeft volgens de mannen een vertekend beeld. Dat het vragen kon oproepen, wisten ze. Bruinsma: „Wy hawwe it der oer hân mei ús accountant. Wy kinne it goed útlizze en ferantwurdzje.”

De jaarrekening van 2018 geeft een ander beeld, met maar een derde van de winst van 2019. Bruinsma: „Krekt as dy fan 2020.”

Sindsdien namen ze twee extra personeelsleden aan voor de extra bewoners. „Rekkenje mar út. In personielslid is al fluch 40.000 euro.” Daarnaast willen de ondernemers graag een buffer hebben voor onvoorziene omstandigheden.

Zelfstandig wonen

De appartementen worden bewoond door mensen met verschillende problematiek, zoals een psychische beperking, lichte verstandelijke beperking en of een licht lichamelijke beperking. Allemaal via de Wet langdurige zorg. Sommige bewoners zullen daardoor, als ze het hier goed hebben, tot in lengte van dagen kunnen blijven wonen.

Maar de oprichters willen zeker niet achteroverleunen. „Wat is der no moaier as dat immen selsstannich wenje kin?”, zegt Jorritsma. Onlangs waren hij en Bruinsma nog bezig om een bewoner volledig zelfstandig te laten wonen. De woning was al gevonden. Totdat diegene op het laatste moment zei ‘ik bin der noch net oan ta’. Samen wordt nu gekeken of die stap misschien later alsnog gezet kan worden.

Je kunt deze onderwerpen volgen
Tytsjerksteradiel
Jeugdzorg
Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct