Bij duikvereniging Ecuador in West-Terschelling staan veel kanonnen, elk met een eigen verhaal.

Terschellinger wrakdeskundige schrijft boek over alles wat er over Nederlandse kanonnen is te vertellen

Bij duikvereniging Ecuador in West-Terschelling staan veel kanonnen, elk met een eigen verhaal. Foto: Neeke Smit

Als ergens langs de Nederlandse kust oude kanonnen worden opgedoken, wordt Nico Brinck gevraagd om de ontdekking te duiden. Veel van zijn kennis is in een boek samengebracht.

Hoe zit een kanon in elkaar? Hoe heten de onderdelen? Al wie zich iets afvraagt over de innovatie of geschiedenis van kanonnen, moet ergens in het dikke boek  Kanonnen van Nederland,  geschreven door Nico Brinck (72), een antwoord kunnen vinden. De Terschellinger is in ongeveer dertig jaar uitgegroeid tot de expert in Nederland op het gebied van kanonnen. Ook in het buitenland is hij binnen de wereld van geschutexperts een bekende naam.

Het naslagwerk, uitgegeven door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, zal in eerste instantie vooral voor wrakduikers en museummedewerkers tot waarde zijn. Het was op aandringen van mensen uit deze kringen en de Rijksdienst dat Brinck vijf jaar geleden begon zijn kennis op te schrijven. ,,Ze vonden dat de kennis bewaard moet blijven’’, zegt de maritiem hobbyist.

Door Sterke Yerke op Terschelling

Rond 1990 werd de interesse voor maritieme archeologie bij hem aangeboord, toen hij begon met duiken. ,,Met een van onze eerste duiken vonden we al een houten schip met allemaal kanonnen. We hebben er met ons duikschip een paar uitgehaald. En toen lagen die dingen op de kant. Iedereen vond het prachtig.’’ De geschutsstukken werden schoongemaakt om te kunnen zien of er wat op stond. En ja, warempel, de merktekens kwamen tevoorschijn. ,,Maar wat alles betekende’’, zegt Brinck. ,,Ik wilde dat uitzoeken.’’ Dus besloot hij zich te verdiepen in geschut en wrakvondsten.

Brinck woont al veertig jaar op Terschelling, maar groeide op aan de wal. Zijn jeugd voltrok zich in Leeuwarden en na zijn diensttijd ging hij in Groningen studeren. ,,Ik heb geprobeerd doctorandus te worden in geografie. Maar ik had het op gegeven moment wel gezien.’’ De zeiltocht van de Sterke Yerke, in 1979, bracht Brinck indirect op Terschelling. Guus Schweigmann, een van de bemanningsleden, ook afkomstig uit Leeuwarden, zat er op de zeevaartschool en werkte in de discotheek, de OKA 18. ,,Toen Guus met de Sterke Yerke meeging, heb ik twee zomers in de discotheek gewerkt’’, vertelt Brinck. ,,Ik leerde mijn vrouw hier kennen. Toen ben ik gebleven.’’ 

Brinck ging ook naar de zeevaartschool, waar zijn broer al op zat. ,,Maar ik was toen al wat ouder. Ik heb de zeevaartopleiding in deeltijd afgemaakt in Enkhuizen.’’

Duiken naar wrakken

Daarna lonkte het leven op zee. ,,Dat gaat makkelijk op Terschelling. Om het huis is er wel iemand die vaart.’’ Brinck belandde bij de koopvaardij. En ook als hij op het eiland was, was hij veel bij zee. 

Met het schip de Ursus, een oude vissersboot met goede vislier, speurde hij bij de duikvereniging Ecuador met grote regelmaat op de zeebodem naar wrakken en haalde van alles uit het water. ,,We trokken alles los van de bodem dat los en vastzat.’’ 

Het boek geeft een opsomming van alle in Nederlandse wateren gevonden oude kanonnen, met detaillistische tekeningen van de gevaartes. Ook technieken voor het vervaardigen van kanonnen, materialen, merken en verhalen over gietfouten komen aan bod. ,,Ik heb geprobeerd bij alle kanonnen het verhaal te vinden’’, zegt Brinck.

Als hij zelf kanonnen onderzoekt, bepaalt Brinck eerst heel secuur de afmetingen, om er dan schaaltekeningen van te maken – schaal 1 op 10. ,,Dan zie je de kenmerken veel beter dan op foto’s. Ook door overleg, met andere  jongens,  kom je erachter waar een kanon gemaakt kan zijn.’’

De meeste wrakken bij de eilanden liggen in de Noordzee. In de Waddenzee liggen de meesten bij Texel. Brinck: ,,Daar ligt alles dwars voor de haven van Oudeschild, waar schepen wachtten voordat ze de Zuiderzee op konden.’’ Zijn interesse en groeiende deskundigheid brachtten Brinck ook op Texel. ,,Alle kanonnen die bekend waren op Texel heb ik bestudeerd.’’

Kanonnen van het admiraalschip

Brinck leerde al gauw dat bronnen vaak onnauwkeurige aanwijzingen bieden over de plek waar historische schepen zijn vergaan. ,, Lost under Texel,  vergaan bij Texel, staat er dan. Want dat kenden ze in Engeland. Maar dan ligt het soms bij Terschelling. Vind je bronzen kanonnen bij elkaar met hetzelfde merk, dan denk je wel: hee, dat is van een bepaald schip.’’

Een aantal kanonnen zegt Brinck naar beroemde Nederlandse schepen te hebben kunnen herleiden. ,,Dan lees je dat een schip ongeveer daar is vergaan. Bijvoorbeeld de Eendragt, de voorganger van de Zeven Provinciën van De Ruyter. Dat is midden in de Noordzee ontploft.’’ 

De Eendragt, een vermaard vlaggenschip van de Republiek, ging ten onder in de zeeslag bij Lowestoft in 1665, tijdens de Tweede Engelse Oorlog. ,,Vissers hebben wel twintig kanonnen opgevist. Zware kalibers, allemaal van brons. Ik dacht, dat moet allemaal van dat schip zijn geweest, en dat bleek ook’’, zegt Brinck.

,,Er was geen enkel schip waar zoveel zware kanonnen op stonden. Het waren kanonnen van de admiraliteit, de marine, en de generaliteit, het leger van Maurits en Frederik Hendrik. In oorlogstijd had het landleger niet zoveel te doen. Dan zetten ze ook wel eens landkanonnen op zeeschepen. Van een aantal schepen is dat bekend, dat is ook weer een aanwijzing.’’ Sommige kanonnen kwamen in musea. ,,Vissers verkochten er ook veel.’’

Zwaarbewapende koopvaardij

De meeste kanonnen op schepen waren van ijzer, tot tien keer zo goedkoop als brons. ,,Voor ijzer zijn hoogovens nodig. In Zweden barstte het van de ijzererts. In Engeland ook.’’

Nederlandse schepen van voor 1630 hadden volgens Brinck uitsluitend Engelse ijzeren kanonnen aan boord. Daarna was dat minder vanzelfsprekend, omdat de Republiek steeds meer in conflict kwam met de Engelsen. ,,We wilden niet afhankelijk van hen zijn. Toen we ruzie met hen kregen, gingen we enorme oorlogsschepen bouwen en waren honderden kanonnen nodig. Daar kwam de Zweedse industrie mee op poten, met Amsterdams kapitaal.’’

,,We hadden maar één schip dat vol stond met bronzen kanonnen. Het schip van de admiraal. De Eendragt. En daarna de Zeven Provinciën’’, zegt Brinck. ,,En er voeren nog een paar duizend koopvaardijschepen rond. De helft daarvan was ook zwaarbewapend. Als je in de handelsvaart zat op Spanje of Frankrijk, moest je langs België, met al die Duinkerker kapers.’’

Geschutgieterij in Leeuwarden

Ook in Leeuwarden was enkele eeuwen een bronsgieterij. Die werd in 1619 in de voormalige kerk van Nijehove ondergebracht, aan het tegenwoordige plein westelijk van de Grote of Jacobijnerkerk. ,,Een mooi zwaar gebouw dat leeg stond, de roomsen waren daar uitgejaagd met de Beeldenstorm. Daar kon je zware gietvormen in zetten.’’

Naast geschut zijn ook de klokken van de Oldehove hier, bij geschutgieters Hans Falck en Jacob Noteman, gemaakt. In de achttiende eeuw sloot de gieterij. ,,Het gebouw is nog een pakhuis geweest. Daarna is het gesloopt.’’

Anders dan scheepskanonnen zijn er bijna geen landkanonnen bewaard gebleven, vertelt Brinck. ,,Nergens in Friesland is een kanon van de oude stadsverdediging over. Leeuwarden had een arsenaal bronzen kanonnen. Die zijn allemaal omgesmolten. Dokkum heeft een paar kanonnen, maar die zijn van de tijd na Napoleon. In Sneek staat een kanon in het scheepvaartmuseum, maar ook van de zeebodem. Het enige dat over is, zijn een paar kanonnen in het rijtuigmuseum in Leek.’’

Nico Brinck,  Kanonnen van Nederland . Prijs: 40 euro. Te bestellen bij de auteur via kanonnenvannederland@gmail.com .

Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct