Alexander Graham Bell, uitvinder van de telefoon, test de lijn tussen Chicago en New York. Overal ter wereld werd zijn uitvinding overgenomen, zo ook in Nederland.

Hoe Vlieland en Terschelling min of meer per ongeluk 140 jaar geleden als eerste een telefoonaansluiting kregen

Alexander Graham Bell, uitvinder van de telefoon, test de lijn tussen Chicago en New York. Overal ter wereld werd zijn uitvinding overgenomen, zo ook in Nederland.

Min of meer per ongeluk kregen Terschelling en Vlieland 140 jaar geleden de eerste serieuze telefoonverbinding van Nederland. Het Waddengebied was een belangrijke proeftuin voor de telefoon.

Zoals we tegenwoordig wel eens het gevoel hebben dat alles razendsnel om ons heen verandert, zo was het ook in 1879. De kranten stonden al jaren vol van wonderlijke uitvindingen. Eén daarvan was de verrespreker, ook wel telephon of telephoon genoemd. De trilling van je stem kon er tot op tientallen meters mee worden doorgegeven.

Bijna niemand had ooit zo’n ‘toovertoestel’ gezien, maar slimme knutselaars probeerden zulke uitvindingen vrijwel altijd na te maken en te verbeteren, zoals eerder ook met de fiets en andere apparaten was gebeurd.

Een van de eerste Friezen die een telefoon bouwde, was onderwijzer Schaafsma uit Feanwâlden. Op een lerarenbijeenkomst in De Valom gaf hij in 1878 een demonstratie aan nieuwsgierige collega’s. ,,Op betrekkelijk aanzienlijken afstand van buiten naar binnenshuis werden woorden gewisseld of melodieën overgeseind.’’ Die bleken ,,wederkeerig duidelijk verstaanbaar’’.

Het was een klein wondertje, maar Nederland liep niet voorop met de ontwikkeling. Voorlopig draaide hier alles nog om de telegraaf, een communicatiemiddel waarvoor door heel land kantoren en lijnen waren aangelegd.

Experimenten ‘niet bemoedigend’

De Rijkstelegraaf, die de lijnen in het land beheerde, deed wel proeven met de telefoon, maar die waren ,,niet bemoedigend’’, zo valt te lezen in het boek Geschiedenis van de techniek in Nederland. De wording van een moderne samenleving 1800-1890 van H.W. Lintsen.

Rijkstelegraafmedewerker J.M. Collette sloeg aan het experimenteren met Duitse telefoons. Bij een proef per draad in Den Haag bleek echter dat gesprekken ,,verminkt’’ overkwamen. Jammer, voorlopig had je er niets aan, concludeerde Collette in 1878, hoewel de aandacht gevestigd bleef op dit ,,alleszins merkwaardigen toestel.’’

Hem wachtte daarna een lastige klus in het Waddengebied. De telegraafverbindingen tussen de eilanden waren in die jaren nog beperkt en de lijnen braken vaak. Vlieland was in 1866 telegrafisch verbonden met Harlingen en had een ,,rijkstelegraafkantoor met beperkte dagdienst’’, zo valt te lezen in de reeks boeken van Nan Huijsman, waarin hij de Post-, Telegraaf- en Telefoonhistorie van de verschillende Waddeneilanden boekstaafde.

Texel kreeg pas in 1872 een telegraafverbinding, namelijk met Den Helder. In juni 1874 volgde de aanleg van een rechtstreekse verbinding tussen Texel en Vlieland. Dit vergde een dikke zeekabel van 4 kilometer en dunnere landkabel van in totaal 8 kilometer.

Telefoon als alternatief

Vlieland was nu goed voorzien, maar het grotere Terschelling moest het nog jaren zonder telegraaf doen. Dit was bezwaarlijk, want bij de vele zeerampen en reddingsacties was het overleg met de autoriteiten op de buureilanden van groot belang.

In 1879 legde De Rijkstelegraaf vanuit Oost-Vlieland een lijn aan naar West-Terschelling. Ook dit was een hele onderneming. De monteurs op beide eilanden konden immers niet met elkaar communiceren, zolang de verbinding nog niet af was.

Hier kwam de ervaring van inspecteur Collette van pas. Hij besloot een paar telefoontoestellen van Siemens&Halske mee te nemen naar de eilanden, ,,waarvan hij er één bij de directeur van het telegraafkantoor op Vlieland achterliet en het andere toestel meenam naar Terschelling voor de beproeving van de lijn’’.

De telefonische verbinding over de kabel bleek verrassend goed. Collette gaf mondeling het volgende bericht door aan Vlieland, waar vandaan het per telegraaf werd geseind naar de hoofddirecteur der Telegrafie: ‘Dit berigt is per telephon van Terschelling naar Vlieland overgebracht. de gemeenschap is uitstekend, morgen ga ik naar Vlieland om den kabel te onderzoeken. Collette.’

Dit maakte grote indruk en kranten in het hele land publiceerden daarna het volgende bericht: ,,Vrijdag werd de gemeenschap tusschen het eiland Terschelling en het naburige Vlieland geopend door een prachtigen telephoon, in verbinding gebragt met den pas gelegden kabel. Bleek het, dat die kabel, ruim 10,000 meter lang, uitmuntend gelegd was, de proeven voldeden ook uitstekend. Alles werd heel duidelijk op de beide kantoren verstaan. Eerlang zal de gelegenheid om van hier berigten per telephoon naar Vlieland te zenden, van waar zijn dan als telegram verder kunnen worden overgebragt.’’

Telegraafkantoor wordt telefoonkantoor

Tot dat moment was er in de pers nog nooit melding gemaakt van een langeafstandsverbinding tussen twee telefoons in Nederland. Collette stelde voor om het nieuwe telegraafkantoor in Terschelling vast in gebruik te nemen met alleen telefoons, maar dit gebeurde niet, schrijft Lintsen.

Tussen De Cocksdorp en Den Burg werd echter wel een telefoonverbinding aangelegd ten bate van de postdienst. De eilandbewoners vroegen vervolgens om de lijn door te trekken tot Oudeschild en ze wilden de voorziening graag zelf ook kunnen benutten. De rijksoverheid willigde dit verzoek in.

Het leidde tot een landelijke discussie. De regering besloot om een nieuw soort verbindingskantoren te bouwen, zonder telegraaf, maar met telefoon. Dit bleek goedkoop en handig voor kleine dorpen. De telegrafist kon boodschappen dan telefonisch doorgeven aan een telegraafkantoor in een grotere plaats, waar vandaan er alsnog een telegram van werd gemaakt.

Het aantal telefoonkantoren groeide in de jaren daarna stormachtig. In 1894 telde Nederland al meer telefoonkantoren dan telegraafkantoren. Overigens bleef het ‘product’ hetzelfde: burgers verstrekten en ontvingen bij de kantoren altijd een geschreven telegram.

Bellen naar de dokter

Op de Waddeneilanden werden de vernieuwingen op de voet gevolgd, want juist hier konden goede verbindingen levens redden. In mei 1881 vroeg het Terschellinger gemeentebestuur aan de minister om ,,het dorp Midsland telephonisch te verbinden met het telegraafkantoor te Westterschelling’’, zo viel destijds te lezen in de Leeuwarder Courant .

De telefoon was handig voor de handel, maar ook voor de coördinatie bij reddingsacties op zee. Bovendien waren de wegen zo slecht dat de ,,postlooper’’ Midsland soms niet kon bereiken. Ook was er ,,in de uitgestrektheid van ruim 4 uren slechts één doctor.’’ Als Midslanders hem in West-Terschelling zouden kunnen bellen, bespaarde dit veel moeite en kosten.

Ook de particuliere telefonie kwam snel op. In 1882 werd in Amsterdam een telefooncentrale in gebruik genomen voor tachtig abonnees. Andere steden volgden, maar voor de meeste Nederlandse burgers bleef een ‘eigen telefoon’ voorlopig te duur. Zij bleven nog decennialang telegrammen afgeven en ontvangen via de Rijkstelegraaf.

Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 4,99 per maand. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct