Commissaris van de Koning Arno Brok bladert door het boek over de tocht van palingaak Korneliske Ykes II naar Londen.

Respect voor 'ielmannen’ op palingaak Korneliske Ykes II

Commissaris van de Koning Arno Brok bladert door het boek over de tocht van palingaak Korneliske Ykes II naar Londen. FOTO SIMON BLEEKER

Niets dan respect hebben de bemanningsleden van palingaak Korneliske Ykes II voor de ,,ielmannen’’, krachtpatsers die vroeger met dit soort schepen voeren. Zaterdag verscheen een boek over de reis die de vrijwilligers vorig jaar maakten naar Londen.

Op het grootste meer van Friesland, het Hegemermar, koerst de Korneliske Ykes II zaterdag 12 september langzaam richting het Statenjacht van de provincie. Als de schepen eenmaal rustig zij aan zij liggen neemt commissaris van de koning Arno Brok het woord. De provincie droeg zo’n 5 ton bij aan de bouw van de replica die ruim elf jaar geleden ongeveer 1,5 miljoen euro kostte.

Essentieel voor de provinciale bijdrage is geweest, aldus Brok, dat dit soort initiatieven door de bevolking gedragen worden. ,,Dizze provinsje libbet fan erfguod, mar it inisjatyf moat al komme fanút ús alve stêden en fjouwerhûndert doarpen.’’

De mienskip wordt er sterker door, stelt de commissaris. ,,En dy wurdt net allinnich foarme troch minsken dy al sân generaasjes yn it selde doarp wenje. Eltsenien is sa grutsk as in bok of noch gever: sa grutsk as it skythûs fan Grins.’’

In de voetsporen van de palingvissers

Bemanningslid en palingvisser Freerk Visserman draagt met een schepnet het eerste exemplaar van het boek ‘Met de Korneliske Ykes II naar Londen’ over aan de commissaris.

Voor het eerst sinds tachtig jaar ging in juni vorig jaar de Tower Bridge weer open voor een Friese palingaak met 100 kilo levende paling. Eeuwenlang dreven palinghandelaren vanuit Heeg, Gaastmeer en Workum een levendige handel met de Britten.

Lees ook | De palingaak uit Heeg is terug in Nederland na bijzonder bezoek aan Londen

Mocht het houten zeilschip nog eens uitvaren naar Londen, dan zou Brok graag mee gaan, opperde hij. ,,Al wie it allinnich mar om de ielpastei ris te probearjen.’’ Op de vraag of hij voor zichzelf ook nog een zinvolle taak aan boord ziet, antwoordt de commissaris. ,,Dan help ik dy frou wol mei itensieden.’’

Die vrouw is José Arbon uit Amersfoort. Ze vond het geen probleem om als enige vrouw de tien mannen aan boord te voorzien van een natje en een droogje. ,,Integendeel, ik krijg vooral kippenvel als ik er aan terugdenk. Zo mooi was die reis.’’

De pannen met stamppot andijvie of kapucijners met spek stonden op een hangend gasstel dat meedeinde op de golven. ,,Ik vond het vooral heel bijzonder’’, gaat Arbon verder, ,,dat we in de voetsporen van de palingvissers mochten treden, dat we samen zo een bijzonder stukje geschiedenis in stand kunnen houden.’’

Een slag apart

,,Mijn vader, skûtsjeschipper, sprak altijd met respect over de ielmannen’’, vertelt bemanningslid Johannes Hobma. ,,Dat was een slag apart. Simsons krachten, Salomo’s wijsheid en Jobs geduld. Die kwaliteiten moesten ze hebben. Er werd echt behoorlijk tegenop gekeken.’’ Meestal waren er destijds slechts drie bemanningsleden aan boord die wel een jaar van huis waren.

Hoe zwaar het handmatige werk aan boord kan zijn, hebben de opvarenden aan den lijve ondervonden al is er tegenwoordig volgens Hobma iets meer luxe. ,,Wij kunnen bijvoorbeeld terugvallen op een grote motor. Dat konden zij niet. En de zeilen – toen van katoen en getaand, nu van een soort polyester – waren veel zwaarder.’’

Witte zakdoekjes

De uit Amsterdam afkomstige Frank Ratelband kijkt met plezier terug op de tocht die in totaal drie weken in beslag nam. ,,Wat ik bijvoorbeeld zo mooi vond was dat je duidelijk merkte dat de inwoners van Heeg de aak in hun hart meedragen. Het vertrek was adembenemend. Heel Heeg stond aan de kant met witte zakdoekjes te zwaaien.’’

Ook zal hij niet vergeten hoe onstuimig het was vlak voor de Engelse kust. ,,We kregen behoorlijk op onze donder. Harde wind, hoge golven, regen. Dan komt het er op aan dat je als bemanningsleden op elkaar ingespeeld bent. We waren enorm trots op onszelf toen we de klus geklaard hadden. Als je dan bedenkt dat ze het vroeger met zijn drieën deden, kun je alleen maar groot respect hebben.’’

Aantal vaarten gehalveerd

De replica wordt tegenwoordig vooral ingezet voor de pleziervaart. Door de coronacrisis is het aantal vaarten gehalveerd, vertelt voorzitter Jan Willem Hoorn van de stichting De Palingaak. Eerder voer de replica ook ook zaterdag en zondag uit, nu alleen nog op dinsdag en donderdag.

,,Normaliter hadden we in tien weken tijd zo’n 500 man aan boord. Dat aantal is gehalveerd. Veel bedrijven zijn toch wat huiverig geworden. Maar we gaan nu niet lopen klagen. We zijn gelukkig een hele gezonde vrijwilligersorganisatie. En het goede nieuws is dat het kabinet onlangs nog 15 miljoen euro voor het behoud van de bruine bruine vloot beschikbaar heeft gesteld.’’

Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct