Kunstenaar Theo Jaasma uit Sneek laat zijn stripfiguren Kloris & Ko zuiver Snekers praten.

Nieuw taalbeleid voor zestalig Súdwest

Kunstenaar Theo Jaasma uit Sneek laat zijn stripfiguren Kloris & Ko zuiver Snekers praten. FOTO NIELS DE VRIES

Fries, Hylpers, Stavers, Snekers, Nederlands en Bolswarders. De gemeente Súdwest-Fryslân is groot in talen. Donderdagavond geeft de raad een klap op een nieuw taalbeleid met daarin speciale aandacht voor Frysk, Hylpers en Stedsk.

Met een hartelijk ,,Harré!’’ begroet burgemeester Arno Brok (dit speelt in 2005) van Sneek voor de camera’s Sinterklaas, die dat jaar de Waterpoortstad uitkiest voor de landelijke intocht. Sympathiek toch, zo’n Sneker begroeting van de goedheiligman? Nou, bij veel televisiekijkers in Bolsward staan de tenen acuut krom in de schoenen, weet Bolswarder Bauke Wielinga. ,,Wy ûntploften. Dat Brok yn Snits oan de haal gong mei dizze Boalserter útdrukking: oef, in soad minsken wienen bot yn ’e wjuk sketten.’’

Vanavond legt de raad van Súdwest-Fryslân een nieuw taalbeleid vast. Het is na de herindeling in 2011 de tweede keer dat de gemeente een strategie uitzet om de meertaligheid onder de bijna 90.000 inwoners aan te moedigen. Los van de gebruikelijke goede intenties (‘Sichtber meitsje dat wy in twatalige gemeente binne’) pakt Súdwest dit keer steviger uit. Niet alleen het Fries verdient promotie, ook de rijkdom aan streektalen zoals het Hylpers en het Stadsfries (met daarbinnen de varianten van het Snekers, het Bolswarders en het Stavers) krijgen een zetje in het programma met de titel ‘Frysk... en mear!’.

Het toewerken naar een veelvormig taalgebied is meer dan een nobel streven. Zo liggen er bestuurlijke afspraken met de provincie dat het Fries er voor de inwoners van de voormalige, Frysksinnige gemeente Littenseradiel niet op achteruit mag gaan. Het college van burgemeester en wethouders heeft al vastgesteld dat er van gelijkwaardigheid helaas nog geen sprake is. ,,Wy sille wat dwaan moatte om it Frysk sichtberder te meitsjen en foarút te helpen.’’

Er zit wel wat spanning op de de balans tussen die wettelijke verplichting van een taalbeleid en de praktische realiteit. Uit een gemeentelijke enquête onder bijna 9000 inwoners in 2018 komt naar voren, dat bijna alle inwoners graag willen dat het Fries en het Stadsfries over een eeuw nog bestaan, maar op bemoeienis met het taalgebruik door de gemeente zitten zij niet echt te wachten. ,,Oer it generaal fine se dat je grutsk wêze meie op it Frysk, mar dat je it net optwinge moatte.’’

De spreektaal leeft

Wat de peiling ook uitwijst: de streektaal leeft volop. Bijna iedereen kan het Fries in elk geval verstaan en de waardering voor het Stads is groot. In Bolsward bijvoorbeeld, spreekt dik 60 procent Stads op straat. Wielinga: ,,Ik tink earder 90 prosint! Mei Frysk komme jo hjir net fier.’’ Hij timmert aan de weg als tekenaar (een serieuze hobbyist, zeg maar) van de stripkabouter Mukkes, die puur Bolswarders spreekt. En de belangstelling voor Mukkes’ stadse grappen groeit. ,,It hat wat mei mienskipssin te krijen ast itselde dialekt sprekst. Dat gefoel is hiel wichtich.’’

Dertig kilometer verderop in Stavoren (zelf zeggen ze Staveren) ligt de eigen taal de inwoners net zo na aan het hart. Daar aan de boorden van het IJsselmeer houdt de bevolking het Stavers fier overeind. ,,It wurdt hjir noch in hiele bult bezigt. Alle gewoane minsken op strjitte prate it en ek op sosjale media wurdt it in soad brûkt. De jeugd skriuwt ek Stedfrysk’’, zegt Klaas Zwaan van het Stavers Krantsie. Het Stadsfries in Stavoren heeft veel overeenkomsten met de streektaal in Dokkum en op Ameland. ,,Wy sizze ‘wy’ en net ‘wij’.’’

Er zit wel wat pijn in de stad als het om de erkenning en de waardering van het Stavers gaat. Zwaan: ,,It is hiel lang ferjitten en negeard.’’ Het streekdialect is bijvoorbeeld in 2017 niet opgenomen in de Atlas van de Nederlandse taal, het standaardwerk van onderzoeker Mathilde Jansen (verbonden aan het Meertens Instituut) over het Stadsfries en de Hollands-Friese mengdialecten. Zwaan, droogjes: ,,Dat is dus niet myn friendin...’’

De uitgebrachte woordenlijst van de Fryske Akademy was daarentegen weer een opsteker en Zwaan broedt op het plan om ooit een Stavers woordenboek uit te brengen.

Stavoren was twee jaar geleden ook afgevaardigd op de eerste ‘Groate dach fan ut Stadsfrys’ in Franeker, een actiedag voor de kleinere streektalen. Anne Popkema van Taalburo Popkema was de organisator. Of het twee jaar later gelukt is om het Stadsfries meer schwung te geven? Zeker, zegt Popkema. ,,Fral de gemeente Waadhoeke is hiel warber om it Stedfrysk foarút te helpen. En yn Dokkum is sûnt dy tiid sels in genoatskip foar taalbehâld oprjochte.’’

Wat dat betreft valt er in Súdwest-Fryslân iets te winnen, merkt Popkema. ,,Dêr mei wat mear gebeure.’’ Zeven van de elf Friese steden hebben een eigen stadstaal (de schatting is dat er ongeveer 30.000 sprekers zijn) en bijna de helft daarvan ligt immers in Súdwest-Fryslân. Overheden, benadrukt Popkema, hebben de wettelijke plicht om die talen te waarborgen. ,,Sjochst faak dat de lytse talen wat ‘stiefmoederlijk’ benadere wurde. Ik hoopje dat se konkrete ideeën achter sa’n belied formulearje en net allinne passyf stimulearje.’’

loading

Voorvechter van het Snekers

Kunstenaar Theo Jaasma uit Sneek heeft wel een concreet idee over hoe de gemeente de charme van het Snekers kan aanwakkeren: op scholen. Met workshops voor kinderen bijvoorbeeld. ,,Dat ha ik earder ek wol dien en dat wurket hiel goed. As ik tekenlessen jou, bliuw ik gewoan Snitsers praten, al freegje ik earst al efkes oft se it fersteane kinne. Noait in probleem.’’

Als een soort ridder te voet is kunstenaar Theo Jaasma uit Sneek een standvastige voorvechter van het Snekers, de taal waarmee hij thuis opgegroeid is. Hij spreekt andere mensen in de stad consequent aan in het Snekers en vindt het mooi wanneer hij diezelfde taal terugkrijgt. Jaasma blijft ook in zijn kunstenaarschap dicht bij zijn gevoel: hij werkt momenteel aan een nieuw album van zijn stripreeks Kloris&Ko vol slapstickachtige humor in het – jawel – Snekers.

Helemaal gerust op de toekomst van het Snekers is-ie niet. ,,Ik bin wol hiel bang dat it ferwettert. Dat it op de lange termyn ferdwynt. De kienders op straat prate hieltyd mear Hollânsk. We soenen folwoeksenen stimulearje moatte om Snitsers tsjin de bern te praten.’’

In Hindeloopen – een verhaal apart – doen ze dat met verve. Meer dan een stadsdialect is het Hylpers een volwaardige streektaal met een eigen woordenboek. Tineke Blom (haar oom Gosse Blom is de auteur van het Graet Hylper Wordebook) is de bevlogen juf op basisschool De Skulpe in Hindeloopen. Iedere week krijgen alle schoolkinderen bij toerbeurt les in het Hylpers van haar. Dat is geen vrijblijvend project, maar een gesubsidieerde onderwijsdoelstelling om het voortbestaan van de taal te waarborgen.

loading

Wisselend draagvlak van het Huylpers

Hoe het met het draagvlak van het Hylpers gesteld is? Dat is behoorlijk wisselend, stelt Blom vast. De ene keer zitten er meer Hylpers-sprekende kinderen in de groep dan de andere keer. ,,Wy ha fansels in soad ymport en Nederlânsktalige bern. Mar se pikke it goed op.’’ Het hangt er nogal van af in welk taal de ouders elkaar aanspreken. ,,We ha hjir in generaasje hân dy’t fûn datst de bern goed Nederlânsk leare moatst. Dan giet de taal hurd fan jo ôf. Mar oarsom bart ek: net-Hylpers dy’t it ek leare wolle.’’ Puntje van zorg is de kinderopvang. Organisaties als Sintrum Frysktalige Berne-opfang (SFBO) en onderwijskoepel Cedin constateren dat tweetaligheid in de opvang, vooral in steden, geen gewoonte is. Meer kinderen blijven Nederlands praten, ook al willen hun ouders het Fries graag doorgeven. Dat komt doordat ze naast de thuissituatie minder Fries om zich heen horen. Het plan is om ‘memmetaalsprekkers’ in te zetten die af en toe een praatje komen maken met de peuters. In Hindeloopen speelt iets vergelijkbaars, zegt Blom. ,,Yn de opfang leare se hurd Nederlânsk. It moaiste soe wêze dat ek dêr ien út Hylpen wurkje soe.’’

Tot slot: of ‘harré’ echt een Bolswarder uitspraak is, durft lexicograaf Pieter Duijff van de Fryske Akademy niet met zekerheid te stellen. ,,De Stedfryske farianten hawwe frij wis in mienskiplike basis: Hollânske fariëteiten fan de sechstjinde iuw. It is dus hiel goed mooglik dat sa’n groet al lang yn – dit gefal – de beide stêden foarkomt. Wa’t de foarm eventueel earst hie, sil wol net nei te gean wêze. Tusken stêden is altyd wol wat fan kompetysje, dat de claim fan Boalsterters is ek wol wer hiel goed te begripen.’’

Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct