Kogels en een brede gracht: het was geen lolletje om de stins bij Warns te belegeren

Het kasteelcomplex dat deze maand bij Warns werd gevonden, was goed verdedigbaar. Rond de stins lag een slotgracht van liefst 12 meter breed.

Langs de Himmelumerdyk hebben archeologen van bureau Raap een uitgestrekt gebied doorzocht. Het ‘eilandje’ waarop de stins in de middeleeuwen stond, heeft een doorsnede van ongeveer 50 meter, zegt Janneke Hielkema van Raap.

Van het gebouw zijn geen fundamenten teruggevonden, maar de resten van de muren zijn wel overal verspreid. Hielkema wijst naar alle kanten: ,,Kijk, daar ligt een dakpan en overal zie je stukken baksteen met mortel eraan.’’

De stins had een grondplan van 8 bij 8 of 10 bij 10 meter, denkt Hielkema. ,,Dat waren vaak de standaardmaten voor zulke gebouwen.’’ De brede gracht was 1,5 tot 2 meter diep. Voor aanvallers was een bestorming dus geen lolletje. Dat klopt met de beschrijving uit de Friese kronieken. Hieruit blijkt dat de slotvrouwe ‘niet kansloos was’. ,,Het is heel bijzonder om een stins te vinden waarvan het verhaal bekend is’’, zegt Hielkema.

'Resten van strijd hebben we heel duidelijk teruggevonden'

De stins van de familie Sytsma kreeg in 1494 een aanval te verduren van de familie Galama, die ook een stins in het dorp had. Na onderhandelingen gaf de familie Sytsma de stins uiteindelijk op, waarna die werd afgebroken. ,,Resten van strijd hebben we heel duidelijk teruggevonden’’, zegt Hielkema.

Het meest opvallend zijn een forse stenen kanonskogel en een iets kleinere ijzeren kogel. De laatste is misschien afgevuurd met een haakbus: een fors geweer, dat gebruikt werd om kastelen te verdedigen. Verder is er een groot aantal kleinere geweerkogels aangetroffen.

De tekst gaat verder onder de foto’s.

loading

loading

Typisch Fries torenkasteeltje

De stins was vermoedelijk een typisch Fries torenkasteeltje, vergelijkbaar met de Schierstins in Feanwâlden. Zulke gebouwen stonden meestal op een een heuvel (wier).

Veel stinzen werden gebouwd tussen 1300 en 1500, toen grote bakstenen (kloostermoppen) gebruikelijk waren als bouwmateriaal. Opvallend is echter dat er nu ook stukken tufsteen opduiken in de grond. Dit dure materiaal uit Duitsland werd na 1250 niet veel meer gebruikt in Friesland. ,,Mogelijk is dit hier hergebruikt uit een ander gebouw’’, zegt Hielkema. ,,We hebben ook ijzeren muurijzers, een scharnier en glas-in-loodstrips gevonden.’’

,,Het zou mij niet verbazen als de stins hier maar een jaar of tien gestaan heeft’’, zegt zij. Dat zou betekenen dat de familie Sytsma de toren pas eind vijftiende eeuw gebouwd heeft. Er is namelijk bijzonder weinig aardewerk en ander afval uit de vijftiende eeuw in de omgeving aangetroffen. Ook waterputten ontbreken tot nu toe. In de gracht kwam wel een bijzondere vijftiende-eeuwse gave tinnen kan met deksel tevoorschijn.

De tekst gaat verder onder de foto.

loading

Oude kaarten onduidelijk

Dat de stins in deze omgeving moet hebben gestaan, was altijd wel bekend, maar de aanduidingen op oude kaarten waren onduidelijk. Riekele Stobbe was met andere amateur-historici uit de omgeving al een tijdje aan het speuren. ,,De stins moest driehonderd schreden ten oosten van de kerk liggen’’, zegt hij op basis van een oud document.

Hij probeerde het uit en kwam ongeveer uit bij de plek waar de archeologen nu aan het werk zijn. Raap was gelijktijdig tot dezelfde conclusie gekomen. Het bureau werd namelijk aan het werk gezet door de gemeente Súdwest-Fryslân. Reden voor het onderzoek is de nieuwe rondweg ten oosten van Warns.

In het gebied zijn in een vroegere middeleeuwse periode zeker boeren aan het werk geweest met de ontginning van de venige bodem. ,,Dat kunnen we zien aan de slootpatronen.’’ Die sloten zijn later overspoeld vanuit de omringende meren. Ze zitten vol met blauwige klei. Bij deze sloten vonden de archeologen aardewerkscherven, mogelijk uit de twaalfde of dertiende eeuw. Het gaat bijvoorbeeld om kogelpotaardewerk, dat vroeger veel voorkwam bij Friese huishoudens.

Helaas is bij de stins geen spoor van een boerderij gevonden. Toch moet die hier wel ergens hebben gestaan. Machtige Friese plattelandsfamilies woonden in de middeleeuwen namelijk altijd op een boerderij. Vanaf de dertiende eeuw lieten zij vaak aan de rand van hun erf een stins bouwen, maar die werd in eerste instantie alleen gebruikt in tijden van nood. Bewoning van stinzen was toen nog niet gebruikelijk.

Protestborden

,,Eind deze week of begin volgende week zijn we hier klaar’’, verwacht Hielkema, die inmiddels drie weken aan het graven is. ,,Gelukkig is het nu wel droog en een stuk warmer dan in het begin.’’ In de eerste week vroor het hevig: ,,De graafmachine zat vastgevroren en moest losgemaakt worden met een vlammenwerper.’’

Hoewel het nieuwe rondwegplan veel historische kennis heeft opgeleverd, zijn niet alle omwonenden er blij mee. Aan de rand van het archeologische terrein hangen protestborden tegen de aanleg.

loading

Je kunt deze onderwerpen volgen
Súdwest-Fryslân
Video
Geschiedenis
Instagram
Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct