Heeft de gemeenteraad van Súdwest-Fryslân terecht de uitbreiding van varkenshouderij Hemelumer Hoeve tegengehouden? De Raad van State doet er over zes weken uitspraak over.

Gisteren diende de zitting. Varkenshouder John Lorist uit Hemelum had beroep ingesteld tegen het niet meewerken van de gemeente aan de wijziging van het bestemmingsplan. Door die wijziging kan zijn bedrijf groeien van 5200 naar 8600 varkens, van 1,2 naar 2 hectare en wordt tevens de geuroverlast teruggebracht van 3,32 geureenheden per kubieke meter lucht naar 2,36 geureenheden.

Een rapport van de GGD, dat de raad bij de afweging betrok, adviseert echter 2,0 geureenheden. Dit is een advies en geen wettelijke norm. Wettelijk voldoet het bedrijf na de uitbreiding aan de geurnormen. Maar, stelde advocaat Ivo van der Meer van de gemeente Súdwest-Fryslân, mag de raad aan zo’n grote uitbreiding, die grote impact heeft op het dorp, geen extra eisen stellen? Dat is de overweging geweest van de meerderheid (er stemden in april 2019 18 raadsleden voor de uitbreiding en 19 tegen).

Volgens Van der Meer kent de gemeente een beleid dat tegen intensieve veehouderij is. Als een bedrijf dan wil verdubbelen, is het volgens hem niet meer dan logisch dat de gemeenteraad daar zelf strengere normen aan mag stellen. ,,Dus de gemeente staat alleen uitbreiding toe als ze daar iets voor terugkrijgt?’’, vatte staatsraad Meijer samen. Ze wilde daarop weten waarom de gemeenteraad de uitbreiding niet toestaat, terwijl de geuroverlast daardoor minder wordt. ,,Zonder uitbreiding is het dorp slechter af wat geuroverlast betreft.’’

De Hemelumer Hoeve is bereid bij uitbreiding zeven niet-verplichte geurreducerende maatregelen te nemen. Heeft de raad dat wel meegewogen, vroeg Meijer zich af. Volgens Van der Meer is de geurreductie een feit, maar dat is voor de raad geen reden dit bedrijf zo groot te laten worden. De raadsman van Lorist reageerde daarop: ,,Hier komt de aap uit de mouw. Ondanks alle maatregelen wilt u gewoon geen groter bedrijf.’’

De zaak spitste zich verder toe op de vraag of het uitbreidingsplan van Lorist als nieuwbouw gezien moet worden, waarbij strengere normen gelden, of als uitbreiding van een bestaand bedrijf. Voor de Hemelumer Hoeve is dat duidelijk. Het bedrijf zit er sinds 1985.

Tegenstanders, zoals omwonenden die via een raadsman aan het woord kwamen, stellen dat ook bestaande stallen vervangen worden door nieuwe en er sprake is van nieuwbouw. Van der Meer vond dat dit niet het belangrijkste punt is, ook al ziet hij alle technische vernieuwingen ook als nieuwbouw. Het draait er volgens hem om of een gemeenteraad bij een afwijking van een bestemmingsplan extra eisen aan geurreductie mag stellen.

Toen de raad tegenstemde, had het college een positief advies voorgelegd. Van der Meer bestreed dat raad en college tegenover elkaar staan in deze kwestie. ,,Het college heeft tenslotte daarna de omgevingsvergunning geweigerd.’’ Hij maakte duidelijk dat het zwaartepunt van de weigering op geurgebied ligt, maar dat er meer overwegingen zijn waarom de gemeenteraad de ontwikkeling tegen wil houden, zoals weerstand van de omwonenden en verkeersoverlast.

Wat de raadsman van Lorist betreft zit de handelwijze van de gemeente na elf jaar onderhandelen op het randje van schending van het vertrouwensbeginsel. De gemeenteraad heeft deze elf jaar dat gemeente en bedrijf met elkaar in gesprek zijn, helemaal niet meegewogen, zei hij. Van der Meer sprak dat tegen: ,,De raad weet daarvan, maar vindt dit een stap te ver.’’

Je kunt deze onderwerpen volgen
Súdwest-Fryslân
Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct