FOTO LC/ARODI BUITENWERF

Gaast, altijd in lockdown

FOTO LC/ARODI BUITENWERF

Ooit was Gaast een dorp van vissers en walvisvaarders. Die tijd is al lang voorbij. Nu moeten de Gaasters naar Bolsward of Makkum voor hun werk en de supermarkt. Hun dorp is een pleisterplaats geworden voor fietsers die een rondje IJsselmeer doen.

,,Ja, wy wenje hjir prachtich’’, zegt Harmen Haagsma in zijn vrijstaande huis aan de rand van Gaast. Het uitzicht is weids – ,,soms sjogge wy hjir reeën of in foks’’–, de tuin ruim.

Echtgenote Anne is er aardbeien aan het plukken.

De ongekroonde burgemeester van Gaast wordt Haagsma wel genoemd. En dat terwijl de 77-jarige niet eens in het dorp geboren is. Hij is hikke en tein in Ferwoude en kwam na zijn trouwen in 1967 in het buurdorp terecht. Haagsma werkte destijds voor timmerbedrijf De Groot in zijn geboorteplaats. Toen dat failliet ging, kon de timmerman aan de slag bij aannemer Dijkstra-Draisma in Makkum. ,,Dat hat my bêst foldien.’’

Vanaf het begin zetten hij en zijn vrouw zich in voor het dorp. ,,Wy wiene al doarpsminsken, dat wy fielden ús gau thús.’’ Hij zat in het schoolbestuur, de begrafenisvereniging, was diaken, jarenlang voorzitter van Dorpsbelang én hij zat veertig jaar in de beheerscommissie die het dorpshuis runt. Daar is hij nu mee gestopt. Officieel dan, want deze middag doet hij nog een klusje in het dorpshuis, gevestigd in de voormalige dorpsschool.

,,Wy fergaderen froeger gesellich, mar no dogge se alles per email. Dat is niks foar my. Ik bin net ien fan ’t papier, ik moat mei de hannen’’, verklaart hij zijn terugtreden. Het lastige is wel, dat er nog altijd geen opvolger is gevonden voor duizendpoot Haagsma.

Net als veel dorpen vergrijst Gaast, maar tegelijkertijd komen er nog altijd jonge gezinnen bij. ,,Dy jonge minsken wolle wol wat dwaan, mar net yn it bestjoer’’, ziet Haagsma.

Als tiener vocht hij nog tegen leeftijdgenoten in Gaast. ,,Dy doarpen binne wat wrokkich. No hawwe wy inoar nedich’’, zegt Haagsma. Hij doelt op de kaatsvereniging Trije Yn Ien die ze samen in stand houden. In 2000 bouwden de leden eigenhandig een kantine bij het kaatsveld. ,,Soms stie ik der op sneon allinnich te wurkjen.’’

In het algemeen vindt hij de jonge gezinnen minder betrokken bij het dorp. Als voorbeeld noemt hij het begin van de coronatijd. ,,It doarpshûs moast abrupt ticht, mar wy hiene de friezer noch fol ‘friet’. Dat wy hawwe patat bakt foar it doarp, mar doe kamen dy jonge gesinnen net. Dat falt my dan ôf.’’

Zeedijk

Het lijkt wel uitgestorven in het dorpje ten zuiden van Makkum, op deze zonnige dinsdag in juni. Behalve een dame die een andere vrouw in rolstoel voortduwt, is er niemand te bekennen op straat. De enige bedrijvigheid is te vinden op de zeedijk; schapen pronken met hun lammeren, een echtpaar houdt even halt met de fiets om boven op het bankje van het uitzicht over het water te genieten en enkele wielrenners snellen voorbij.

,,Froeger wie elkenien op ’e dyk. Doe koest alles ek noch krije hjir en wurken de minsken yn it doarp. No geane se moarns fuort en komme se jûns werom’’, vertelt Uilkje de Boer. Toch is er nog genoeg gemeenschapsgevoel, vindt de 79-jarige vrouw die sinds 51 jaar in het dorp woont. Afgelopen februari overleed haar man, en werd ze overladen met medeleven. ,,Wy hiene in hiel grutte begraffenis, mei wol 275 minsken. It meilibjen is hjir geweldich.’’

Ruli de Boer bewoont het eerste huis op de Buren, bijna tegen de dijk aan. Vanaf haar woonkamer op de eerste verdieping heeft ze een magnifiek uitzicht over het IJsselmeer. ,,Ik bin gjin swimmer, mar ik moat wol wetter sjen kinne, oars fiel ik my opsletten’’, vertelt de zongebruinde vrouw die officieel Ruurdje heet. De geboren Makkumse kwam 55 jaar geleden door haar huwelijk in het dorp terecht. Haar schoonfamilie had er een slagerij, die in 1991 verhuisde naar Makkum.

Haar man is inmiddels overleden, maar de 76-jarige weduwe is nog altijd actief; zo is ze al veertig jaar chauffeur op de buurtbus.

Als het even kan, heeft De Boer haar voordeur open staan. Soms vragen toeristen haar of ze ook ergens koffie kunnen drinken in het dorp. ,,Twa jier lyn wie hjir noch in restaurantsje. Dat hat net lang duorre, se wiene te let iepen tink ik. Fytsers wolle om 10 oere in bakje ha. Soms sitten se no by my op it stoepke. Dan sis ik: jo kinne by my wol in kopke kofje krije hear.’’

Ze mist de saamhorigheid van weleer. ,,Froeger wie it hjir geselliger. No komme der allegear nije minsken.’’

Dorpsdiner

Waar oudere Gaasters de saamhorigheid van vroeger missen, vinden nieuwe bewoners die er juist terug. Zoals Petra Possel (57) die vijf jaar geleden Amsterdam verruilde voor het IJsselmeerdorp. Ze zocht de hele Friese kust af en viel uiteindelijk voor het rode huisje in het Gaaster dorpshart.

Ondanks de enorme overgang na dertig jaar stad voelde Possel zich snel thuis. ,,Gaast is gewoon een ontzettend fijn dorp, echt Fries, maar met een leuke mix van import en Gaasters. Ik werd meteen heel hartelijk ontvangen.’’

Ze verdiepte zich in gebruiken van het Friese plattelandsleven en schreef daar een boek over, De stad uit , dat begin vorig jaar verscheen. Heel bewust nam ze zitting in de beheercommissie van het dorp, die waar Haagsma veertig jaar in zat. ,,Ik heb mezelf verbonden aan Gaast en wilde iets bijdragen aan de gemeenschap.’’

Samen met haar man, die kok is, organiseert ze één keer per jaar een ‘dorpsdiner’. ,,Drie gangen voor 7,50 euro. De opkomst was de laatste keer heel goed, met 65 mensen.’’ Possel is niet zo pessimistisch als het gaat om de inzet van nieuwe bewoners. ,,Je moet gewoon nieuwe dingen bedenken. Niet iedereen houdt van klaverjassen, bingo en biljarten. De maanden voor corona organiseerden we één keer per maand op zaterdagavond een ‘Stuif es in’ in het dorpshuis; een gezellige avond met spelletjes, hapjes en drankjes. Dat was een groot succes.’’

Ook was er laatst yoga in het dorp en heeft zich er een kunstenares gevestigd. Dat niet alle gezinnen komen opdraven bij activiteiten in het dorpshuis, vindt Possel goed voorstelbaar. ,,Ouders werken vaak allebei en zijn de hele dag weg. Dan zijn ze blij als ze ’s avonds even samen op de bank kunnen zitten.’’

Gaast is zeker toekomstbestendig, denkt de radiopresentatrice. ,,Als mensen hier overlijden, zie je dat er dan weer jonge gezinnen komen wonen die elkaar opzoeken. Die doen heus wel mee in het dorp, we moeten gewoon andere dingen verzinnen.’’

Importgezin

Schuin aan de overkant van Possel woont zo’n ‘jong importgezin’, toevallig ook uit Amsterdam. ,,Na 25 jaar in de stad was ik echt toe aan rust’’, vertelt de 51-jarige Luc Overwater, zzp’er in de bouw. ,,Je woont daar feitelijk met je buren. Als die ruzie hebben, hoor je dat allemaal.’’

Met zijn vriendin Vanessa Philips (42) ging hij elf jaar geleden op zoek naar een vrijstaande woning ergens in Nederland. Hun oog viel op Gaast, omdat ze het zo’n mooi plekje vonden en de afstand met Amsterdam nog te overbruggen was. Lang reisden ze nog heen en weer, onder meer voor werk, maar na de geboorte van dochter Amy (3,5) verhuisden ze definitief naar Friesland.

Vooral Philips moest in het begin erg wennen. ,,Ik miste het even koffie kunnen drinken met een vriendin, en het anonieme van de stad. Dat heb je hier niet’’, vertelt ze op het terras van hun huis aan de Dyksfeart. De witte was wappert aan de lijn, in een afgesloten stukje scharrelen drie kippen. Sinds haar dochter er is, voelt ze zich meer thuis. De sfeer is gemoedelijk in het dorp, vindt het stel dat ook meedoet aan dorpsactiviteiten als Sinterklaas en het dorpsfeest. Philips: ,,We hebben het getroffen met de mensen die hier wonen. Ze laten je met rust. We hebben goed contact, maar we lopen de deur niet plat.’’

,,Is het bij jullie nu wel heel lekker?’’, vroegen vrienden uit de Randstad Petra Possel in het begin van de coronatijd. Possel moest er stiekem om lachen. ,,Ik zei: wij zijn hier eigenlijk altijd in lockdown .’’

loading

Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct