Een krul onder de begroting, maar de last is groot in Súdwest-Fryslân

Het bestjoershûs van de gemeente Súdwest-Fryslân in Sneek. FOTO LC

Met een groot financieel tekort en de klap door corona maakt Súdwest-Fryslân de balans op. Plannen worden voorzichtig gemaakt.

De PvdA ging gisteravond voorop in de discussie over de begroting van 2019. Dat Súdwest-Fryslân het kasboek sluit met een negatief saldo dat groter is dan ooit (9,1 miljoen euro), dat aanvaarden alle fracties. Maar de oppositiepartij liet wethouder Maarten Offinga (CDA) niet glippen met de conclusie dat dat tekort ,,slechts’’ een half miljoen afwijkt van de schatting.

Een groot deel van die geldpijn (3,3 miljoen euro) zit bij de jeugdzorg. Fractievoorzitter Johan Feenstra legde het college over de knie voor de manier waarop de raad te laat op de hoogte gebracht is van de zorgelijke dossiers. ,,De gemeenteraad is pas anderhalve maand geleden geïnformeerd. U maakt mij niet wijs dat u de factuur toen pas had.’’

Ook de Europese aanbestedingsregels (Súdwest-Fryslân opereert aan de grens van die wet) en de hoge kosten voor de inhuur van extra personeel waren struikelblokken. Wethouder Offinga reageerde als door een wesp gestoken op die kritiek op de communicatie. Naar Feenstra: ,,Ik vind het verdrietig dat u de suggestie wekt alsof wij dit tekort bewust zo hebben laten oplopen. Deze wethouder heeft áltijd gewaarschuwd.’’

Er wordt voorzichtig vooruit gekeken. Een motie van de VVD om een topsportfonds op te richten voor jonge sporttalenten haalde het, net als een motie (Poiesz-Zijlstra) voor een duurzaam voedselbeleid. Het was de laatste raadsvergadering van wethouder Offinga. Hij vertrekt naar Hardenberg om daar burgemeester te worden.