Muziekdocente en blokfluitiste Ellen Postma uit Bolsward heeft focale dystonie (muziekkramp) en is onder behandeling van het kenniscentrum.

Draaihals dwarsboomt een leven vol muziek voor dwarsfluitiste Ellen Postma

Muziekdocente en blokfluitiste Ellen Postma uit Bolsward heeft focale dystonie (muziekkramp) en is onder behandeling van het kenniscentrum. Foto: Niels Westra

Dwarsfluitiste Ellen Postma uit Bolsward is genekt door een blessure. Muziektherapie bracht haar er weer bovenop. ,,Dat kind in mij dat er zin in heeft, is er weer.’’

Het was een melodietje van niks. Twee akkoorden, meer niet. Eerst waren er alleen maar klanken. En neurieden ze samen. Ogen dicht. Muziektherapeute Gerdien begon, fluitiste Ellen viel bij. Samen één in een gebouwtje van Revalidatie Friesland in Beetsterzwaag.

Na twee weken kwam er tekst bij: ‘Blijf bij mij, maar wees zacht’. Het raakte Ellen diep. Ze brak. Maandenlang zat ze op slot – letterlijk en figuurlijk – nu kon ze zich eindelijk ontspannen. Laten gaan. Door een melodietje, een liedje, een zinnetje dat sinds die dag haar mantra is.

Het is mei 2018 als Ellen Postma (55) uit Bolsward tijdens haar dagelijkse yogaoefeningen vaststelt dat er iets mis is. ,,Mijn lichaam is altijd heel erg in balans, maar na de meditatie voelde de ene kant zwaarder. Ik zat recht voor mijn gevoel, maar mijn hoofd stond verkeerd. Scheef.’’

De huisarts, een vervanger, kan niets vinden. Er zijn geen afwijkingen te zien op de foto’s die gemaakt worden van Ellens nek. Haar eigen dokter vertrouwt het niet en overlegt tijdens een koffiepauze met een collega. Die oppert dat het wel eens dystonie kan zijn.

Zoeken op internet

Een eerste zoektocht op internet is voor Ellen een feest der herkenning. Wikipedia meldt: ‘Dystonie is een vrij zeldzame neurologische aandoening die zich kenmerkt door motorische stoornissen, aanhoudende samentrekking van spieren of spiergroepen en/of herhaalde bewegingen. Soms kan een lichaamsdeel als gevolg van de aandoening een onnatuurlijke stand aannemen.’

Ellen weet, ze voelt: dit heb ik. En het blijkt te kloppen. Via een revalidatiearts in het Antoniusziekenhuis in Sneek, komt ze terecht in Beetsterzwaag. Bij de gespecialiseerde polikliniek van Revalidatie Friesland die sinds april dit jaar officieel ‘revalidatie expertise centrum voor muziek en dans’ heet.

,,Het was net of ik weer 10 was en met een glimmende fluit onder de arm naar de muziekschool ging’’, vertelt Ellen in de kantine van het revalidatiecentrum waar ze dertig weken therapie volgde. Ze is voor het interview even terug. En, heel gek, ze voelt meteen haar nek iets stijver worden.

In Workum, waar Ellen opgroeide, kreeg ze muziekles in de oude landbouwschool. Naast Huize Lyndenstein, het statige kantoorpand van Revalidatie Friesland, volgde ze muziektherapie in zo’n zelfde soort gebouwtje.

Stralend: ,,Ik vond het echt geweldig als kind, fluitles en muziekles. Ik was in Beetsterzwaag op dezelfde manier weer zo blij. Toch hebben we bij muziektherapie eigenlijk nooit fluit gespeeld. Heel bijzonder dat je om te helen je eigen instrument niet nodig hebt.’’

Het neuriën, het zingen van steeds hetzelfde melodietje was als deinen op de zee. ,,Je hoofd wordt leeg, je vergeet alles, maar je voelt des te meer.’’ Door haar beperking was het musiceren een stressvolle gebeurtenis geworden, bij Gerdien in het muzieklokaal leerde ze er weer van te genieten. Kwam het grote speelplezier weer terug.

Vanaf haar achtste draait Ellens leven al om muziek. Na de lessen algemene muzikale vorming koos ze voor de dwarsfluit. ,,Mijn opa speelde viool, als amateur, en mijn vader dacht dat ik dit ook wel zou willen. Maar ik wist allang wat ik wou. Tijdens onze zondagse ontbijtjes, als we met het hele gezin naar klassieke muziek luisterden, had ik de dwarsfluit al gekozen, alleen wist ik eerst nog niet hoe het instrument heette.’’ Het was de tijd net voor de hype die Berdien Stenberg begin jaren tachtig veroorzaakte en iedereen op dwarsfluitles wilde en net nadat Thijs van Leer van de populaire band Focus uitgefloten was. ,,Ik was een eenling, uniek, en heb daarom altijd veel kunnen spelen. Later, tijdens Stenberg, kwamen er hordes fluitisten bij.’’

Sinterklaascadeautje

Na de havo in Bolsward ging Ellen naar het conservatorium dat toen nog in Leeuwarden zetelde. Ze wist al heel jong dat ze later fluitjuf wilde worden en die kans kreeg ze toen Piebe Bakker – muziekleraar en dirigent – haar een jaar of twee na haar diplomering belde. Het was op 5 december 1990. ,,Hij ging weg bij de muziekschool waar ik zelf ook altijd les had gehad, kunstencentrum Atrium heet het tegenwoordig, en wilde dat ik er kwam werken. Een sinterklaascadeautje.’’

De eerste jaren gaf Ellen enkel fluitles op de muziekschool, later kwam daar ook algemene muzikale vorming bij. Daarnaast werkte ze als vakleerkracht en muziekdocent op verschillende scholen. De afgelopen vier jaar gaf ze alleen nog les op het Marne College in Bolsward.

Altijd combineerde Ellen het doceren met musiceren – alleen of met koren, korpsen en ensembles – want dat is waar haar hart ligt. En vooral in december had Ellen het steevast smoordruk. Op school, met de jaarlijkse kerstproductie. Maar vooral ook als freelance muzikant, met het repeteren voor de concerten op en rond de feestdagen. Dat waren er elk jaar zeker een stuk of acht.

Nu liggen er geen mapjes met bladmuziek verspreid in Ellens woonkamer, haar concert-agenda is leeg. Ze heeft er vrede mee, maar dat was vorig jaar wel anders. Toen was ze echt heel erg boos.

Omdat het fluitspelen niet ging. Omdat ze niet kon werken. Geen auto kon rijden.

Het was confronterend, zo’n lege agenda ineens. ,,Er bleef voor mijn gevoel niets over van mezelf. Ik kon me nergens meer achter verschuilen. Ik had geen werk om voor te bereiden, geen concert om voor te oefenen. Wie ben je nog als je niet meer kunt zeggen: ‘Ik had het zo druk op m’n werk, maar nu moet ik weg hoor want ik moet vanavond repeteren’. Mijn leven bestond uit revalideren en doodmoe op de bank hangen vanwege een aandoening waar ik nog nooit van had gehoord.’’

Verbroken relaties

Dystonie bestaat in verschillende vormen. Ellen heeft torticollus spasmodica, ook wel cervicale dystonie of draaihals genoemd. Ze kan haar hoofd, die in een abnormale dwangstand staat, niet meer vrij bewegen. Of de aandoening door het fluitspelen komt, is onduidelijk. Zelf vermoedt Ellen dat stress de trigger is geweest. ,, Ik heb pittige periodes gekend met twee verbroken relaties, mijn vader die overleed aan leukemie en mijn moeder die vasculaire dementie kreeg.’’

Ze had beter om zichzelf moeten denken, weet Ellen nu. ,,Ik ben een optimistisch mens. Bij tegenslag dacht ik altijd: dit is hoe het is en – hup – nu weer verder. Ik had vaker moeten zeggen: stop, dit is eigenlijk best wel heel pittig. Maar ik dacht: je gaat toch niet mauwen als je vader zo ziek is? En je gaat je zeker niet ziek melden. Je hebt toch maar een halve baan, dit kun je er wel even bij doen.’’

Nee dus. ,,De dystonie heeft me letterlijk en figuurlijk genekt’’, stelt Ellen droog vast. ,,Deze aandoening gaat nooit meer over. Eerst zat ik er heel erg in van: ik ga de eerste worden die het wel gaat overwinnen. Nu weet ik: dat is een illusie.’’

In Beetsterzwaag is Ellen vooral psychisch geheeld. Natuurlijk heeft ze ook veel aan de fysio- en de ergotherapeut gehad. En aan de gesprekken met revalidatiearts Kees Hein Woldendorp, een van de grondleggers van het revalidatie expertise centrum voor muziek en dans. Maar het was de muziektherapie die haar er weer bovenop hielp, die tot haar rust bracht.

Blijf bij mij, maar wees zacht.

,,Vroeger moest ik van alles, had ik altijd een idee. Ik heb geleerd om af te wachten en dan komt er vanzelf een moment dat je er klaar voor bent. Ik heb vertrouwen op een goede afloop. Mijn innerlijke criticus, die bijvoorbeeld zegt ‘waarom kun je wel 5 kilometer wandelen, maar niet naar school’, kan ik steeds vaker tot zwijgen brengen. Van kinds af aan was mijn instelling: ik kan alles zelf. Liet me ook niet troosten. Ik heb geleerd om hulp te vragen, te erkennen dat ik iets niet kan. Ben milder voor mezelf en rustiger van binnen.’’

Ruim een jaar zit Ellen nu thuis. Ze heeft haar hoop gevestigd op de botuline injecties die ze een keer in de drie maanden in haar nekspieren gespoten krijgt. Het goedje moet ervoor zorgen dat de spieren minder samentrekken. ,,Het is een heel gezoek in welke spieren ze moeten spuiten. Waar zit de meeste spanning? En als je de ene spier plat spuit, moet een andere weer meer doen. Het komt heel precies. Mijn klachten verbeteren, maar of ze helemaal kunnen verdwijnen valt niet te voorspellen.’’

Voor de klas staan gaat waarschijnlijk nooit meer lukken. In een gesprek met een leidinggevende op het Marne College werd daar al voorzichtig op vooruit gelopen. Er vielen woorden als ‘niet betrouwbaar’, afkeuren en arbeidsongeschikt. Dat was wel even iets om te verwerken.

Berustend: ,,Mijn leven is nu wat ik er vroeger naast deed. Ik schilder een keer per week, ik wandel zo vaak mogelijk in de natuur, ik lees als het lukt. En ik fluit.’’

Maximaal een kwartiertje, bijgehouden met een zandloper

Bijna elke dag pakt Ellen haar instrument wel even en speelt ze een aantal keren maximaal een kwartiertje, bijgehouden met een zandloper. Gewoon op haar eigen fluit, zonder vreemde hulpstukken. Het gebogen kopstuk, aangepast aan de stand van haar hoofd, dat ze kreeg in Beetsterzwaag probeerde ze uit, maar beviel voor geen meter.

Ook hier werd ze boos van. ,,Ja, shit man, dan had net net zo goed een ander instrument kunnen spelen. Een dwarsfluit heeft open kleppen, je vingers voelen de lucht trillen. Je wordt één met het instrument. Met dat gebogen kopstuk kreeg ik dat niet voor elkaar.’’

Pijnloos gaat het spelen niet. En vermoeiend is het ook. ,,Ik steek het kleine beetje energie wat ik heb in mijn passies. Ik doe waar ik blij van word. De pijn neem ik voor lief.’’

Ellen speelt hoe ze zich voelt, van een moeilijk stuk van John Rutter tot een of ander Disney-lied. Voorzichtig musiceert ze weer samen met pianist Peter Wagenaar met wie ze sinds 2014 Duo à la Carte vormt. Hun repertoire is geïnspireerd op hun eigen muzikale herinneringen – Ellens opa die op de viool voor oma Humoresque van Dvořák speelde – en de speellijst wordt bepaald door het publiek dat voorwerpen kiest waar een verhaal en een muziekstuk bij horen.

Natuurlijk had ze liever geen dystonie gehad, maar – zo concludeert Ellen - de aandoening of eigenlijk de therapie die daarna nodig was, heeft haar op muzikaal gebied wel iets moois gegeven. ,,Ik ben vrijer in mijn spel geworden. Durf te improviseren. Dat is een van de mooiste dingen die de afgelopen tijd gebeurd zijn. Ik heb nu iets van drie keer weer voor mensen opgetreden. Ik sta vrij als een vogel te spelen. Ik heb niets meer te verliezen, lijkt het wel. Dat kind in mij dat er zin in heeft, is er weer. Dat meisje van 10.’’

Expert in muziekblessures

loading

Een muzikant die nog nooit een blessure heeft gehad, dat is pas bijzonder. Toch wordt er zelden over klachten gepraat. ,,Het taboe is groot’’, zegt Kees-Hein Woldendorp van Revalidatie Friesland in Beetsterzwaag. Hier worden musici met kwetsuren sinds 1998 behandeld in de speciale polikliniek muziek en revalidatie, sinds april een revalidatie expertisecentrum voor muziek en dans.

Volgens revalidatiearts Woldendorp die zelf graag Ierse muziek maakt op onder meer viool en gitaar wordt 94 procent van de professionele muzikanten vroeg of laat geveld door een blessure waardoor ze niet langer onbekommerd kunnen spelen. De klachten kunnen een lichamelijke en mentale oorzaak hebben.

Professionele muzikanten presteren op de grens van hun menselijke vermogen, stelt Woldendorp. Ze zijn gedreven, zoeken de grenzen op. Jonge, getalenteerde musici zijn net als topsporters al vanaf jonge leeftijd bezig met het verbeteren van hun prestaties. De verwachtingen zijn hoog, ze staan altijd op het podium, voortdurend onder druk.

Anders dan bij sporters die altijd een warming-up doen en bovendien beschikken over een batterij aan begeleiders als fysiotherapeuten en artsen, beginnen muzikanten vaak zonder inspelen. ,,Hooguit dat ze vooraf eerst nog een toonladdertje spelen’’, zegt Woldendorp. Hij ziet liever dat ze zwaaien met de armen, slingeren met de benen. ,,Beginnen met een warming-up, helemaal als dat eerst zonder instrument is, is haast vloeken in de kerk.’’

Warming-up wordt onderschat

De noodzaak van een warming-up wordt onderschat. Met als gevolg dat in Nederland zeker 70 procent van de professionele musici – in de meeste gevallen zzp’ers – op jaarbasis twee weken werk mist als gevolg van een blessure. ,,De klank die uit hun instrument komt staat centraal. Ze worden opgeleid om muziek te maken, hóe dat is relatief onbelangrijk. Het lichaam moet maar werken.’’

De lichamelijke klachten variëren van huid-allergieën en ademhalingsproblemen tot peesklachten en dystonie (een stoornis in de spanning van een spier). Het bespelen van instrumenten in een asymmetrische houding – waaronder trombone, viool en contrabas – en instrumenten die vragen om veel kracht – basgitaar – of een extreem hoge snelheid – slagwerk – , leiden het vaakst tot problemen.

En dan zijn er nog de spanningen die het vak met zich meebrengen. ,,Ga er maar aan staan: hoge werkdruk, financiële onzekerheid, het constant beoordeeld worden door publiek, recensenten en collega’s tijdens optredens en audities. Muziek is emotie, spelen maakt kwetsbaar. En veel muzikanten zijn perfectionistisch, zelfkritisch en hebben een hoog streefniveau.’’

De klachten worden in eerste instantie genegeerd door de muzikanten. ,,Je hebt toch een smetje achter je naam als je niet kunt optreden. De angst om een solo te verliezen of een plek in het orkest, is groot. Voor jou tien anderen. En dus ga je harder oefenen als je kramp in je vingers krijgt en zoek je al helemaal geen specialistische hulp, want dan moet je erkennen dat er echt iets aan de hand is.’’

Voor al deze valkuilen, de risico’s op blessures bij muzikanten, is nog maar weinig aandacht op conservatoria en andere opleidingsinstituten. Heel langzaam wordt de bewustwording groter. Mede dankzij Woldendorp, vice-voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Dans- en Muziek Geneeskunde, die vijftien jaar geleden werd opgericht, en grondlegger van het expertisecentrum in Beetsterzwaag.

‘Samenspel van allerlei complexe problemen’

In het centrum werken revalidatieartsen, therapeuten en onderzoekers nauw samen. ,,Muziekblessures zijn vaak een samenspel van allerlei complexe problemen. Wij werken volgens het biopsychosociaal model. Er is aandacht voor biomedische aspecten als spierkracht, coördinatie en houding, maar ook voor de psychologische en sociale factoren .’’

De geblesseerde professionals vormen maar een deel van de patiënten. Iedereen die door lichamelijk of mentaal ongemak beperkt wordt in het bespelen van een instrument, kan in Beetsterzwaag terecht. ,,Stoppen met spelen hoeft niet. Je kunt een andere techniek aanleren, een hulpstuk op je instrument zetten. Soms krijgen mensen botox in de spieren gespoten, heel zelden is een operatie nodig.’’ Er wordt in het centrum in mogelijkheden gedacht, wil Woldendorp maar zeggen. ,,Muzikanten die hier komen, willen gewoon blijven spelen. Allemaal. Het is een eerste levensbehoefte. Nou, verzin een list. En die kan soms best heel simpel zijn.’’

Een voorbeeld. ,,Een 85-jarige vrouw uit het oosten van het land die op hoog niveau cello had gespeeld en nu bij een soort strijkkwartet voor oudjes zat, brak haar schouder en kreeg haar arm nog wel omlaag, maar niet meer omhoog. Nu speelt ze met haar arm door een post-elastiek om de krul. Een oplossing van amper 5 cent. ”

Ook kinderen die geboren zijn met een handicap en een instrument willen bespelen, worden geholpen door Woldendorp en zijn team. Wat aangepast musiceren betreft, kan Nederland volgens de revalidatiearts een voorbeeld nemen aan Engeland waar volgens de wet elk kind – beperking of niet – op elk niveau moet kunnen deelnemen aan sport, dans of muziek.

Binnen het expertisecentrum worden muziek en dans ook toegepast als behandeling. Mensen met afasie, een taalstoornis door een hersenbeschadiging, krijgen bijvoorbeeld een combinatie van logopedie en muziektherapie (Speech-Music Therapy for Aphasie – smta). Tijdens deze behandeling wordt een klank, een woord of een zin gekoppeld aan een melodie.

,,Als iemand met afasie bijvoorbeeld graag zijn vrouw wil kunnen roepen als de koffie klaar is, dan wordt daar met een smta-techniek een melodietje van gemaakt: Maaa-riiiee-tje-kofffff-fffiieee. Dat registreert het brein wel en door herhaling slijt het in. Muziek, een melodie, kan zo buitengewoon effectief zijn. Heel bijzonder.’’

Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 4,99 per maand. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct