Het imago van walvisvaarders verslechterde de afgelopen decennia in rap tempo. Ooit helden van de naoorlogse wederopbouw, nu gezien als moordenaars van een natuursymbool. Een nieuwe expositie in het Fries Scheepvaartmuseum zoekt de nuance.

Het is nog maar een halve eeuw geleden dat we op walvissen joegen. Tussen 1946 en 1964 werden 27.712 van deze immense zoogdieren beschoten. De walvistraan, die overbleef van uitgekookt walvisspek, werd gebruikt voor margarine, iets waar na de Tweede Wereldoorlog een groot tekort aan was.

Imagoverslechtering

De walvisvaarders, vaak jonge mannen, werkten zich maanden achtereen in het zweet aan boord van de Willem Barendsz. Vaak tot aan hun enkels in het bloed, spek en traan van de dieren die ze verwerkten op het fabrieksschip. Pas toen deze met uitsterven werden bedreigd en de zeeën leeg raakten, verslechterde het imago van de walvisvaarders.

,,Maar de walvisvaart gaat over veel meer dan alleen de jacht op walvistraan’’, zegt gastcurator Anne-Goaitske Breteler (25), die eerder een boek schreef over het onderwerp. ,,Ik snap die snelle imagoverslechtering heel goed, maar vind het belangrijk om de nuance aan te geven. Ik wil het hele verhaal vertellen. Het was bijvoorbeeld vaak voor het eerst dat de mannen de provincie verlieten om de wereldzeeën over te varen.’’

Herinneringen van walvisvaarders

Voor de tentoonstelling kon ze putten uit dagboeken, fotoalbums en andere herinneringen van de naoorlogse walvisvaarders. Daaruit blijkt dat de jonge mannen vooral meevoeren voor het avontuur en het geld, maar dat sommigen van hen ook toen al de keerzijde zagen. Zo schreef Nutte Dijkstra in zijn dagboek: Vanmorgen heb ik het drama van de walvisvangst gezien. Ja noem het maar een drama hoe die arme beesten aan hun eind komen. [...] Nou het is moorden hoor.

Dat het uiteindelijk om brute jacht ging, is te zien aan bloederige foto’s, de harpoen en schilderijen die weinig aan de fantasie overlaten.

Breteler hoopt dat bezoekers, juist ook door dit soort expliciete beelden te tonen, door de tentoonstelling gestimuleerd worden om hun eigen mening te vormen. Om die reden is er een tunnel gebouwd waarin alle zintuigen gepikkeld worden. Er zijn walvisgeluiden te horen, filmbeelden te zien en je mag er aan potvistanden voelen.

Een feest der herkenning

De expositie is een feest der herkenning voor Rudy Reineman. De 78-jarige Sneker stapte als zeventienjarige voor het eerst aan boord van de Willem Barendsz, gelokt door het avontuur. ,,Ik kende iemand die ook op de walvisvaart zat. Toen hij vertelde over het buitenland, steden als Kaapstad en Trinidad, begon mijn hart wat sneller te kloppen.’’

Reineman maakte in totaal vier reizen van zeven maanden. ,,Het was avontuurlijk maar zwaar werk. We maakten werkweken van 84 uur. En niet iedereen overleefde de reis. Er gebeurden regelmatig ongelukken’’, vertelt de oud-walvisvaarder die later in de offshore ging werken.

Tentoonstelling

Voor het museum is het de eerste tentoonstelling na corona. ,,Qua protocol is er niet zoveel veranderd ten aanzien van de periode voor de sluiting. Alleen de mondkapjesplicht is erbij gekomen. Maar daar heeft niemand problemen mee. Men is er inmiddels aan gewend’’, zegt voorlichter Arjanne Nijp.

De expositie zou aanvankelijk van januari tot april te bezichtigen zijn. ,,Alles stond klaar, dus we hebben het gewoon laten staan. We moesten alleen de bruiklenen verlengen. Zo hebben we een paar objecten uit de permanente expositie van het Hannemahuis in Harlingen. Die mochten we gewoon houden en daar zijn we heel blij mee.’’

‘Bloed, zweet en walvistraan’ (inclusief interactieve familietentoonstelling) is tot en met 5 september te zien in het Fries Scheepvaartmuseum in Sneek. Online reserveren is verplicht.

Je kunt deze onderwerpen volgen
Súdwest-Fryslân
Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct