Hij zonk al eens naar de zeebodem bij de landing van de geallieerden op Sicilië, en leek ook later menigmaal zijn langste tijd te hebben gehad. De bijzondere lemsteraak de Pijlstaart hield het toch meer dan een eeuw vol. Het einde is nu in zicht.

,,De boot heeft zóveel historie, er is gewoon een spannend boek over te schrijven.” Robert Adrichem was tot het voorjaar van 2020 eigenaar van de Pijlstaart. Na de berging uit de Langwarder Wielen twee weken geleden lijkt het schip nu op het terrein van Zijsling in Jutrijp zijn eindbestemming te hebben bereikt. ,,Ik volg het met pijn in mijn hart.”

De Pijlstaart werd gebouwd in 1919 op werf De Amstel in Amsterdam. Opdrachtgever J.M.C. Brugma wilde een uniek schip bouwen, schreef de Spiegel der Zeilvaart in 2009, een schip zo groot en degelijk, dat het een eeuwigheid mee zou gaan. Het tijdschrift wijdde twaalf jaar geleden een driedelige serie aan de Pijlstaart.

Het schip werd gemaakt van het robuuste teakhout, wat op zich al bijzonder is: geen enkele van de 452 andere stamboek-lemsteraken is van teakhout. Het oorspronkelijke interieur kwam van H.P. Mutters en Zoon uit Den Haag – het bedrijf dat ook luxe hutten had gemaakt voor de Titanic. Opdrachtgever Brugma heeft er niet van kunnen genieten. Hij stierf nog voor de oplevering in 1919, toen hij – nog herstellende van de Spaanse griep – een longontsteking had opgelopen.

Wedstrijden

Het schip werd na de bouw gekocht door de familie Pieters, die er geregeld mee voer en ook aan wedstrijden deelnam. In de jaren dertig ging het over naar een Engelsman, vertelt Adrichem, die het naar Monaco verscheepte. Uit de archieven van de SSRP bleek dat het in de Tweede Wereldoorlog was gevorderd door de bezetter en op Sicilië was beland, waar het bij de landing van de geallieerden tot zinken zou zijn gebracht. Het oorspronkelijke interieur is waarschijnlijk in die oorlogsjaren weggehaald.

De zeebodem op Sicilië bleek niet het laatste station. ,,Op een gegeven moment is hij toch weer van de zeebodem gelicht en naar een werf in Italië gebracht. Daar is hij compleet gerestaureerd.” Het schip zou daarna enkele jaren als smokkelschip zijn gebruikt, al is daarover verder weinig bekend.

Na enkele jaren dook de Pijlstaart weer op in Frankrijk. Adrichem refereert aan de doop van de Groene Draeck in 1957, de lemsteraak die toenmalig kroonprinses Beatrix cadeau had gekregen toen ze achttien jaar werd. De Pijlstaart lag destijds in het Zuid-Franse Juan-les-Pins. ,,Franse media schreven toen dat de Groene Draeck een kopie was van een boot die bij hen rondvoer.”

Verhalen

En zo doen nogal wat verhalen de ronde. Duidelijk is dat het schip in 1968 weer werd gekocht door een Nederlander en enige tijd later naar Nederland werd verscheept. Hier heeft het nog vier eigenaren gehad en is het ook verschillende keren gerestaureerd. In 1990 leek het er al op dat het einde naderde, toen er weer sprake was van achterstallig onderhoud. Na een posteroproep op watersportbeurs Hiswa (‘Wie redt de Pijlstaart?’) besloot Rob van Leyenhorst het schip over te nemen en op te knappen. Hij voer er veertien jaar mee.

Adrichem gebruikte het schip sinds 2004 naar volle tevredenheid. Het probleem is, zegt hij, dat het onderhoud erg duur is. ,,Er is minstens 5 tot 10.000 euro per jaar voor nodig. En als je het niet onderhoudt, gaat het schip snel achteruit.”

De laatste jaren was dat ook gebleken. Het schip lag eigenlijk ongebruikt bij Adrichems woning in Heeg. Het was al niet meer in goede staat en het was ook al twee keer gezonken en weer omhooggehaald. ,,Ik kwam er niet aan toe en had ook niet de financiële middelen om het op te knappen.”

Lek

Adrichem schat dat het een half miljoen euro zou kosten om het echt goed op te laten knappen. Het schip was lek, zegt hij, maar kon nog wel varen als tegelijkertijd water werd weggepompt.

Hij heeft naar eigen zeggen erg zijn best gedaan om een nieuwe eigenaar te vinden. Hij had gehoopt dat het als een soort werkervaringsproject zou kunnen worden opgeknapt. Er was begin vorig jaar interesse uit België, maar na de corona-uitbraak is dat er niet meer van gekomen. Vanwege een verhuizing kon hij het schip sowieso zelf niet meer houden.

Uiteindelijk verkocht hij het schip voor een symbolische euro aan een man die het zei te willen opknappen. ,,Ik heb hem tíén keer gewaarschuwd en gevraagd: durf je het aan en kún je het aan? Ik had echt stad en land afgezocht en niemand kunnen vinden. Na twee maanden heb ik gezegd: je wilt het zo graag, dan moet het maar gebeuren.”

Het bleek geen succes, al heeft Adrichem de laatste tijd geen contact meer gehad met de koper. ,,Maar wat ik begreep, is dat hij het heeft onderschat.”

De afgelopen maanden lag de Pijlstaart half gezonken in de Langwarder Wielen. De provincie Fryslân heeft het twee weken geleden laten weghalen. De eigenaar kreeg tot afgelopen donderdag om de bergingskosten (6500 euro) te betalen. Dat is niet gebeurd. Nu twee taxaties hebben uitgewezen dat het schip niets meer waard is, lijkt het er volgens provinciewoordvoerder Peter Van den Meerschaut op dat sloop de enige optie is.

De advocaat van de eigenaar laat via de provincie weten dat hij niet wil reageren.

Adrichem zegt te hebben ondervonden dat er tegenwoordig nog weinig liefhebbers zijn voor dergelijke boten. ,,De mensen die dat aandurven, zijn nu in de tachtig en te oud. De jeugd heeft niets met nostalgische schepen.”

Het lijkt er dus op dat de bodem van de Langwarder Wielen de laatste zal zijn van de vele waterbodems die de Pijlstaart in zijn geschiedenis heeft geraakt. Het gaat Adrichem aan het hart. ,,Je moet natuurlijk realistisch zijn: er is gewoon heel veel nodig om het schip op te knappen. Maar m’n hart zegt: wát zonde.”

loading

Je kunt deze onderwerpen volgen
Súdwest-Fryslân
Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct