Pieter Jan Tichelaar in 2004, het jaar waarin hij promoveerde op zijn onderzoek naar Makkumer aardewerk.

Aardewerkvorser Pieter Tichelaar (1928-2020) overleden

Pieter Jan Tichelaar in 2004, het jaar waarin hij promoveerde op zijn onderzoek naar Makkumer aardewerk. FOTO ARCHIEF LC/CATRINUS VAN DER VEEN

Pieter Jan Tichelaar (92), oud-directeur van de Makkumer aardewerkfabriek en kenner van de aardewerkgeschiedenis, is dinsdag 25 augustus overleden.

Tichelaar was van 1964 tot 1985 directeur van de befaamde aardewerkfabriek in Makkum die zijn achternaam draagt.

Die fabriek begon in 1572 als producent van bakstenen, ging geleidelijk over op gebruiksaardewerk en schakelde aan het eind van de negentiende eeuw helemaal over op sieraardewerk. In 1689 was het bedrijf gekocht door Freerk Jans Tichelaar, en sedertdien is het een familiebedrijf, met opeenvolgende Tichelaars aan het hoofd. Pieter Tichelaar, de negende generatie van directeuren, werd op 28 juni 1928 in Makkum geboren.

Maar Pieter Tichelaar was niet enkel directeur, ,,hij was ook geïnteresseerd in geschiedenis, wat bijzonder is voor een ondernemer’’, aldus Wiebe Jan Adema, voorzitter van de stichting Fries Aardewerk, een door Tichelaar aangejaagde organisatie.

Kiem voor de geschiedschrijving

In 1960 richtte Tichelaar, op uitnodiging van de toenmalige directeur van het Fries Museum, in Makkum een tentoonstelling in over Fries aardewerk, die dik 11.000 bezoekers trok en de basis werd voor een keramiekmuseum in die stad. De collectie ging in 2001 over naar het Princessehof.

De tentoonstelling heeft de kiem gelegd voor de geschiedschrijving over en het onderzoek naar Fries aardewerk. Hoewel er eeuwenlang aardewerk was gemaakt in Bolsward, Harlingen en Makkum, was daar weinig over bekend, laat staan over de onderlinge verschillen.

Door Tichelaars toedoen verschenen er bij bovengenoemde stichting zes kloeke boeken over, zelf schreef hij de twee delen over Makkumer aardewerk. Op basis van zijn onderzoek daarnaar promoveerde hij in 2004 aan de Radboud Universiteit in Nijmegen.

Protest tegen verhuizing Fries Museum

,,Toen Tichelaar met zijn werk begon, werd eigenlijk van al dat aardewerk gezegd: ‘O, dat is Delfts’. In de vijftig jaar dat hij zich met anderen met het onderzoek heeft beziggehouden is de kennis van Fries aardewerk van 0 procent op 100 gekomen’’, vat Adema samen. ,,Dat aardewerk nu te herleiden is tot de plaats waar het gemaakt is, de fabriek en soms zelfs tot wie het heeft geschilderd, is allemaal te danken aan zijn push.’’

Die push en Tichelaars strijdbare eigenzinnigheid liet hij ook op andere gebieden zien. Zo voerde hij zo’n zestien jaar geleden prominenten aan in hun protest tegen de voorgenomen verhuizing van het Fries Museum van de Turfmarkt naar nieuwbouw aan het Zaailand (hij noemde het ,,,een historische fout’’).

Ook verzette hij zich tegen de grote windmolenplannen voor het IJsselmeer.

Sterk historisch besef

Toen er vijf jaar terug een nieuwe directeur voor het Fries Museum gezocht werd, adviseerde hij om het gehalte Fries er omlaag te brengen en het museum zo aantrekkelijker te maken. ,,We zitten zo verrekte hard gebonden aan het Friese. Dat interesseert maar weinig mensen, behalve de Friezen.’’

Tichelaars sterke historisch besef leidde er ook toe, dat hij het voorvaderlijk woonhuis aan de Turfmarkt in Makkum, in de zeventiende eeuw gekocht door Freerk Jans, uitgebreid liet restaureren en in 1999 overdeed aan monumentenvereniging Hendrick de Keyser.

Tichelaar overleed woensdag en is in de kring van zijn familie gecremeerd. Bij zijn overlijdensadvertentie is de scherf van een aardewerken bord uit 1768 afgebeeld met de tekst: ‘Hoe Rijck, hoe Groot, het End de Doot’.

Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct