Archivaris Jelle Koenen (rechts) van het Fries Scheepvaartmuseum krijgt het jubileumboek op de sneeuwschuiver aangereikt van schrijver Willem Altena (midden) en voorzitter Jacob Akkerman (links).

150 jaar IJsklub Sneek: 'We moeten zorgen dat kinderen blijven schaatsen'

Archivaris Jelle Koenen (rechts) van het Fries Scheepvaartmuseum krijgt het jubileumboek op de sneeuwschuiver aangereikt van schrijver Willem Altena (midden) en voorzitter Jacob Akkerman (links). FOTO NIELS DE VRIES

Opgericht voor de gewone man en na 150 jaar nog steeds een ijsclub met een sociaal hart. Bij IJsklub Sneek betaal je alleen entree als de lichten in de masten branden.

Met sneeuwschuivers werd afgelopen weken het jubileumboek We kenne skaatse! van IJsklub Sneek bij kopers aan de deur bezorgd. Een toepasselijk hulpmiddel om de anderhalve meter te waarborgen. Eigenlijk had de 150-jarige geschiedenis van de club, vastgelegd door Sneker Willem Altena, feestelijk gepresenteerd moeten worden op een bijeenkomst in het Fries Scheepvaartmuseum. Corona zette daar een streep door.

Maar door een idee van de schrijver, oud-journalist bij de Leeuwarder Courant, dringt er toch iets van de sfeer van een officiële presentatie in het boek door. De middenpagina’s zijn gereserveerd voor een grote foto van de bestuursleden in historische kledij. Met bolhoeden en hoge hoeden en voorzien van een ouderwetse prikstok kijken ze als regenten de camera in.

De nodige lol

Voorzitter Jacob Akkerman vertelt dat het niet meeviel om serieus te blijven. De heren hadden de nodige lol tijdens het verkleden in het Fries Scheepvaartmuseum. In dat museum was archivaris Jelle Koenen de helpende hand van Altena. Tot verbazing van Akkerman en Altena is er bij eerdere jubilea nooit een boek verschenen over de Sneker ijsclub. Altena moest alle informatie halen uit de notulenboeken in het museum.

,,De ene secretaris schreef het veel leuker op dan de andere en sommigen schreven duidelijk, anderen weer niet. Dan had ik de archivaris nodig om het te ontcijferen’’, legt Altena uit. Vaak pakte hij de schaatsboeken van Ron Kouwenhoven erbij om te controleren of data wel klopten.

En hij nam de vrijheid om een stuk couleur locale aan het boek toe te voegen door geregeld in het Snekers te citeren. Over een wedstrijd in 1911 waarvan de ,,deelname beneden de verwachting was’’ voegt Altena een opmerking van een lid toe: ,,De foarsitter bedoelt te sègen dat dur geen kip op af kwam.’’

Dooi of winters zonder ijs

Als een rode draad door de geschiedenis loopt het telkenmale moeten afgelasten van wedstrijden of activiteiten vanwege invallende dooi of winters zonder ijs. Zelfs na de oprichting in 1871 van Friso duurt het tot 1875 eer er geschaatst kan worden.

,,Wudt ut oait noch wat?’’, laat Altena de Friso-leden zeggen. ,,Noch even en we woane inne subtropen. Se kenne beter mar wear met dizze klup stoppe.’’ Maar Friso houdt vol en fuseert in 1969 met De Friesche Jeugd tot IJsklub Sneek.

'Helaas hebben veel Snekers niet in de gaten dat hier zo’n mooie ijsbaan is'

Akkerman, sinds 1995 voorzitter, schetst het eeuwige dilemma van zijn functie nu er begin februari twee nachtvorstjes zijn geweest. Natuurlijk zijn er kriebels en is er al gemeten, maar 2 centimeter is lang niet genoeg om de baan te openen, daar is 7 tot 8 centimeter voor nodig. ,,Kinderen mogen als eerste, maar je weet dat bij de jongsten de ouders meekomen. Dat levert te veel drukte op.’’

De Sneker ijsbaan kent na een paar nachten vorst concurrentie van buitenwater in de buurt waar de ijsvloer vrij snel begaanbaar is, zoals het natuurgebied De Brekken. ,,Helaas hebben veel Snekers niet in de gaten dat hier zo’n mooie ijsbaan is.’’

Naast ijs ook bijen

Zo mooi was het niet toen Akkerman in 1984 tot het bestuur toetrad. De ijsbaan aan de Leeuwarderweg was lek en kende een oud hok als onderkomen. ,,Daar moest je eerst met vergif spuiten om ongedierte eruit te krijgen voordat je erin kon.’’ Een legaat van wijlen de bekende Sneker Dicky van der Werf bracht daar verandering in en zorgde voor de moderne accommodatie die de club nu kent.

Akkerman hoopt dit jaar nog publiek te trekken, het liefst schaatsend en anders op een open dag. Dan kunnen bezoekers kennis maken met wat er nog meer op het terrein gebeurt, zoals de bijenkasten van Altena en twee andere imkers. Voor de toekomst voorziet hij meer samenwerking met de schaatstrainingsclub De IJsster. ,,We moeten zorgen dat kinderen blijven schaatsen.’’

Je kunt deze onderwerpen volgen
Súdwest-Fryslân
Schaatsen
Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct