Kerstmenu's worden afgeleverd bij een voedselbank in Utrecht.

Veel mensen met minimuminkomen in Smallingerland mijden zorg uit vrees voor kosten

Kerstmenu's worden afgeleverd bij een voedselbank in Utrecht. Foto ANP

Bijna de helft van de mensen met een minimuminkomen in Smallingerland ziet soms of regelmatig af van zorg vanwege de rekening.

Dat zijn naar verhouding meer mensen dan in vergelijkbare gemeenten, blijkt uit een breed onderzoek naar armoede dat Smallingerland heeft laten doen. Het Groninger bureau Kwiz hield daarvoor onder meer een enquête onder 3200 minimumhuishoudens in de gemeente.

Van de ondervraagden geeft 47 procent aan dat ze wel eens of regelmatig afzien van medicijngebruik, een dokters- of ziekenhuisbezoek vanwege de hoge kosten. In andere gemeenten is dat 30 procent, aldus de onderzoekers. Twee derde van de respondenten zegt in (grotere) geldproblemen te komen zodra ze de medische kosten moeten voldoen.

Zorgverzekering

Relatief veel minima in Smallingerland maken gebruik van een collectieve zorgverzekering, waarvoor ze korting krijgen op de premie. Maar ook onder hen zitten zorgmijders. Kwiz raadt de gemeente aan om uit te zoeken of de aangeboden zorgverzekering wel aansluit op wat de inwoners nodig hebben.

Smallingerland wil komend jaar het verouderde minimabeleid op de schop nemen, zonder daarbij ingrijpend te bezuinigen. Daarom is in 2020 door Kwiz ook in kaart gebracht hoe de huishoudens met een minimuminkomen er precies uitzien en wat hun behoeftes zijn. Hieruit blijkt dat Smallingerland ten opzichte van vergelijkbare gemeenten niet alleen meer minimuminkomens heeft – een op de acht huishoudens – maar dat deze inwoners ook vaker dan elders meerdere jaren op dit niveau moeten rondkomen.

Kinderen in armoede

De meeste minima wonen in Drachten, waar tussen de wijken onderling grote verschillen bestaan. In de oudere buurten aan de noordkant van het centrum bestaat soms ruim een kwart van de huishoudens uit minima. Op een steenworp afstand, in De Folgeren en De Singels, is dat maar 3 tot 6 procent. Verder valt op dat in Smallingerland naar verhouding veel kinderen (12 procent) opgroeien in minimagezinnen en dat minima vaker dan elders een niet-westerse achtergrond hebben.

Veel bevindingen komen overeen met het armoede-onderzoek dat bureau Data-Fryslân gelijktijdig onder de drie grootste Friese gemeenten heeft uitgevoerd, en waar de LC eerder deze maand over schreef. Data-Fryslân concludeerde dat veel minima in Leeuwarden, Súdwest-Fryslân en Smallingerland geen gebruik maken van de speciale regelingen die voor hen zijn opgetuigd.

Volgens de Kwiz-onderzoekers valt dat in Smallingerland wel mee: de regelingen hebben een hoog bereik. Kwiz vroeg minima waarom ze er soms toch geen gebruik van maken. Inwoners blijken de regelingen in dat geval niet te kennen of weten niet hoe ze die moeten aanvragen.

Sportpotje

De gemeente kan eenvoudiger communiceren, zo beveelt Kwiz aan. Andere adviezen zijn om voor kort- en langdurige minima apart beleid te maken en te onderzoeken of er voor minima zonder kinderen nog een apart participatie-potje mogelijk is voor sport of cultuur.

Het college komt begin volgend jaar met een voorstel naar de gemeenteraad. Eén aanbeveling van Kwiz, om de minimagids zo vroeg mogelijk in het jaar te publiceren, wordt meteen al opgevolgd. Deze gids blijkt de belangrijkste informatiebron voor inwoners, maar komt nu uit op een moment dat het aanvragen van een regeling soms al niet meer lukt.

Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct