Marleen Jennissen uit Limburg heeft - aanvankelijk op verzoek van een neef in Canada - de belevenissen van de familie Jennissen-van Wegberg tijdens hun evacuatie in Friesland in 1945 nagespeurd. Een oproep in onder meer de Drachtster Courant bleef niet zonder resultaat, getuige haar verhaal.

Limburg was in 1944-1945 frontgebied, nadat operatie Market-Garden was mislukt en de geallieerden zuidelijk van de Rijn en westelijk van de Maas bleven steken. Het gezin Jennissen-van Wegberg bestaat in 1945 uit vader Hannes, moeder Til en vier kinderen. Hannes is 32 jaar, Til 30 jaar en de kinderen Wil 11 jaar, Toos 7 jaar, Sjaak 5 jaar en kleine Sjier (nu woonachtig in Canada als Charles) is bijna 3 jaar oud.

De Duitse bezetter verplicht de familie om in november 1944 hun huis in Slek/Echt te verlaten. Zij gaan dan waarschijnlijk naar Montfort en later naar St. Odiliënberg, dorpjes in de omgeving van Roermond. In januari 1945 moeten zij uiteindelijk Limburg verlaten om plaats te maken voor het naderende front. Zij vertrekken in overvolle goederen-en veewagons per trein naar Friesland. De reis gaat over Duitsland en veelal wordt er ’s nachts gereden om aanvallen van geallieerde jachtvliegtuigen te voorkomen; een onzekere, angstige en verdrietige reis naar het onbekende.

De exacte periode van hun verblijf is niet bekend. Zeker is echter dat zij, samen met ongeveer 30.000 andere Limburgers in Friesland of Groningen verbleven van januari t/m mei 1945.

Familie Hoekstra

Het gezin Jennissen-van Wegberg arriveert ’s avonds in Oudega, gemeente Smallingerland, waarschijnlijk met paard en wagen want auto’s zijn een zeldzaamheid in die tijd. Het gezin wordt verdeeld over drie adressen, dicht bij elkaar. Sjakie en zijn oudere broer Wil gaan wonen bij de familie Hoekstra, Mounehoek 9. Dit is een kleine verharde weg naast de Aldegaesterdijk. De familie Hoekstra bestaat uit vader Eelke 46 jaar, moeder Uilkje 43 jaar en hun twee dochters Gaatske van 14 en Eelkje van 18 jaar oud. Er wonen op dat moment nog vijf andere mensen in huis; drie onderduikers uit het dorp en twee jongens uit Rotterdam.

Het gezin Jennissen is bij aankomst vuil en heeft luizen, wat normaal is voor de meeste evacuees. Zij gaan zich direct wassen en worden hierbij geholpen door de families. Dat gaat niet zonder protest van de kinderen, want zij moeten wennen aan de hulp door vreemden. Kleine Sjakie huilt, maar fris gewassen en ontluisd zegt hij na afloop: ’ik lijk wel een koning’.

Griezelig

Sjakie en Wil slapen samen in een bedstee in de woonkamer. Sjakie moet wennen aan het toilethuisje (hûske), dat zich buiten achter de boerderij bevindt. Hij vindt het griezelig en daarom gaat Gaatske van 14 jaar met hem mee. Moeder Uilkje Hoekstra stuurt Wil naar de kapper met een briefje, want zij vindt zijn donkere haar te lang en het staat rechtop. Wil protesteert, maar gaat toch. Bij terugkomst is hij boos, want hij vindt dat de kapper hem kaal heeft gemaakt.

Wil gaat elke zondag naar de mis. Die mis wordt gehouden voor een groep evacuees in de buurt, in een gebouw naast de Gereformeerde kerk. Het was het vroegere verenigingsgebouw van de kerk dat ook in gebruik is geweest als consultatiebureau. Moeder Uilkje heeft medelijden met de hongerige Wil, die de mis moet volgen zonder te eten. (R.K. voorschrift) Zij geeft hem dan stiekem toch een boterham en Wil is daar blij mee.

Wil en Toos gaan in Oudega naar de christelijke lagere school, ook wel de school met de Bijbel genoemd. De familie Hoekstra vindt het gezellig in huis met de twee jongens. Het huis voelt leeg na hun vertrek naar huis. De mis voor de evacuees wordt gedaan door pater Theophilus Thöne uit Venlo. Hij heeft Rooms Katholieke parochies in Oudega, Nijega en tijdelijk ook in Garijp en Earnewoude.

Verzet

De pater woont bij meester Langhout en zijn gezin. Tijdens de evacuatieperiode van Limburgers en honger evacués uit de randstad, waren de hoofden der lagere scholen in de dorpen de evacuatie leiders, zo ook meester Langhout, hoofdonderwijzer van de Christelijke school in Oudega. Meester Langhout zit bovendien in het verzet en pater Thöne helpt hierbij af en toe een handje.

Pater Thöne heeft als dank voor zijn verblijf aan de familie Langhout, voor zijn vertrek naar Limburg, een schilderij cadeau gegeven. Het schilderij (met geraniums) is gemaakt door Gerk Kuipers, huis-en hobbyschilder. Het is waarschijnlijk nog in het bezit van de familie Langhout. Een foto kopie ervan bevindt zich in het museum ‘Stichting Hattum de Vries’ in Oudega samen met herinneringen van pater Thöne over de evacuatie periode.

Familie De Jong

Toos Jennissen gaat bij de familie Jacob en Meintje de Jong wonen, Aldegaesterdijk 1. Jacob de Jong is 62 jaar en Meintje de Jong is 56 jaar. Hun dochter Geertje is dan nog niet getrouwd, zij is 28 jaar en woont nog thuis bij haar ouders. Geertje is in die tijd al in het bezit van een fototoestel en maakt foto’s van iedereen. Naast Meintje en Jacob woont hun 30 jarige zoon Harmen met zijn 26 jarige vrouw Grietje en hun dochter Eelkje van 5 ½ jaar. Eelkje is altijd bij oma, haar grootouders zijn gezellige mensen.

Eelkje heeft veel gespeeld met Toos en dat was heel fijn. Zij hebben zelfs een keertje samen in de bedstee van de knechten in de stal geslapen, achter de koeien. Dat was spannend en leuk. Toos en Eelkje schrijven elkaar na de evacuatie periode vanaf 1949 tot 1951, het jaar waarin de familie Jennissen naar Canada emigreert. Eelkje heeft de brieven van Toos naar haar bewaard.

Familie Sannes

Vader Hannes Jennissen gaat met zijn vrouw Til en zoon Sjierke wonen bij het gezin Sannes, Aldegaesterdijk 2. Klaas Sannes en Jeltje Sannes zijn beiden 34 jaar oud en hebben geen kinderen. Hun dochter Wieke wordt geboren na de oorlog in 1947 en weet van haar moeder wat er destijds is gebeurd. Bij Klaas en Jeltje Sannes wonen meer mensen in huis: hongerevacuees uit Rotterdam en twee onderduikers. Een Joods meisje van ongeveer 15/16 jaar werd naar een ander onderduikadres gebracht omdat zij, ondanks het verbod, overdag toch naar buiten ging.

Tilly Jennissen was verdrietig en heel mager waarover Jeltje Sannes altijd zei: ‘die moet in de vetweide’. Jeltje Sannes had het er heel moeilijk mee dat het gezin Jennissen-van Wegberg niet bij elkaar kon wonen.

Contact

· Over het contact tussen Hannes en Til Jennissen en de gastgezinnen tijdens het verblijf in Oudega, is niets bekend. De getuigen hebben daaraan geen herinneringen.

· Het is niet bekend of er na de oorlog contact is geweest tussen het gezin Jennissen en de families Hoekstra.

· Het gezin Jennissen heeft waarschijnlijk na de oorlog nog contact gehad met de familie Sannes want die wisten dat het gezin naar Canada was geëmigreerd. Het kan echter ook zo zijn dat Jeltje Sannes dit in het dorp heeft gehoord van Meintje, Jacob of Harmen.

· Er is wel contact geweest met de familie de Jong; Geertje de Jong (dochter van Meintje en Jacob de Jong, waar Toos logeerde) heeft Margraten/ Limburg bezocht. Waarschijnlijk heeft zij toen ook het gezin Jennissen bezocht.

Toos schrijft over de wens en het plan om wederzijds op bezoek te komen in haar brieven naar Eelkje van 1949-1951.


Bronnen:

· Gaatske de Jong-Hoekstra : herinneringen als 14-jarige, gezinslid van het gastgezin Hoekstra, foto’s.

· Eelkje/Ieke Everts-de Jong: herinneringen als 5½ jarig kleinkind van het gastgezin de Jong, brieven van Toos Jennissen naar Eelkje van 1949/1951, foto’s.

· Wieke Meester-Sannes: geboren na WOII in 1947 ; herinneringen via haar moeder, foto’s.

· Sytze Bruinsma: informatie over de christelijke lagere school/school met de bijbel en meester Langhout hoofd der school, pater Theophilus Thöne; dankbetuiging voor familie Langhout en memoires over de evacuatie periode in 1945.

Je kunt deze onderwerpen volgen
Smallingerland
Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct