Coffeeshophouder Drachten boos op burgemeester Smallingerland: 'Ik voel mij een beetje verraden'

Rechtbank Leeuwarden. FOTO LC/ARODI BUITENWERF

Bij de doorzoeking van een pand aan het Helmhout in Drachten stuitte de politie in januari 2018 op een behoorlijke hoeveelheid hennep. De eigenaar van de loods, een 65-jarige Drachtster, deed maandag zijn verhaal bij de politierechter.

De Drachtster is eigenaar van een aantal coffeeshops. De in de loods aangetroffen hoeveelheid softdrugs – ruim 25 kilo hennep en 23.150 joints – was bestemd om verkocht te worden in zijn shops. Maar technisch gezien was de Drachtster geen eigenaar van de drugs. „Ik betaal de wiet pas als het verkocht is”, zei hij. Officieel was er een brandpreventiecontrole van de gemeente in zijn pand.

De politie was er ook bij en wilde ook even in de afgesloten ruimte kijken, waar de softdrugs lagen opgeslagen. De Drachtster was er slecht over te spreken. Hij vond dat hij door de burgemeester van Smallingerland in een slecht daglicht was gesteld, nadat naar buiten was gebracht dat er niet alleen drugs, maar ook wapens waren aangetroffen bij de doorzoeking. Dat klopte niet volgens de verdachte.

Ten onrechte beschadigd

Hij voelde zich ten onrechte beschadigd en had om een rectificatie gevraagd. Tevergeefs. „Ik voel mij door dit hele geval een beetje verraden. Ik werk altijd mee en ik had altijd een goede relatie met de gemeente”, aldus de Drachtster. De inbeslagname van de drugs heeft hem een lieve duit gekost. Hij heeft 150.000 euro betaald aan degenen die de hennep hadden geleverd. Als bewijs toonde zijn advocaat een kopie van de bankopname.

Volgens officier van justitie Ger Strootker roken de politieagenten die bij de controle aanwezig waren een lichte hennepgeur. „Ze hadden het idee dat er iets niet in de haak was.” Of de drugs wel of niet van de Drachtster waren, was irrelevant. „Hij had de drugs wel aanwezig”, stelde de officier. Hij eiste een werkstraf van 80 uur. Advocaat Maurice Veldman opperde dat de politie „getriggerd” was door het feit dat zijn cliënt meerdere coffeeshops heeft.

Volgens Veldman was er sprake van misbruik van opsporingsbevoegdheid en had de politie niet in de ruimte met de hennep mogen kijken. Rechter Bunk was het daar niet mee eens. De brandpreventiecontrole en de opsporingsbevoegdheden van de politie waren door elkaar gaan lopen, maar daarmee had de politie geen misbruik gemaakt van haar bevoegdheid, vond Bunk. De rechter volgde het voorstel van de raadsman en verklaarde de Drachtster schuldig, zonder een straf op te leggen, het zogeheten rechterlijk pardon.