Archeologen zoeken in Rottevalle naar steentijdvondsten

Steentijdvondsten die een aantal jaren geleden werden gevonden bij Burgum. Foto Jilmer Postma. Foto: Jilmer Postma

Archeologen van bureau RAAP doen deze maand uitgebreid onderzoek naar sporen van jagers en verzamelaars in de bodem van Rottevalle.

De provincie wil een ovonde aanleggen op het kruispunt van de Litswei (N369) en de Houtigehaechsterwei. Bij vooronderzoek werd vorig jaar duidelijk dat deze locatie in de middensteentijd (mesolithicum) waarschijnlijk is gebruikt door rondreizende jagers. Die zochten ’s zomers zulke hooggelegen plekken op voor tijdelijke kampjes.

,,We denken aan sporen uit 6000 tot 8000 voor Christus’’, zegt Jeroen Mendelts van RAAP. Het onderzoek begon vorige week: ,,We werken op deze plek in ieder geval tot in september door.’’ Dit gebeurt in opdracht van de provincie.

Kleine bijltjes en messen

De archeologen onderzoeken een groot aantal vlakjes van 50 bij 50 centimeter. De grond wordt gezeefd, zodat kleine stukjes vuursteen er uitgefilterd kunnen worden. Zulke bewerkte steenfragmenten werden in het mesolithicum bijvoorbeeld gebruikt als weerhaakjes in pijlen. Ook kleine bijltjes en messen waren in die tijd gebruikelijk.

Er zullen waarschijnlijk ook scherven uit latere perioden opduiken, bijvoorbeeld uit de middeleeuwen. ,,Deze plek is namelijk heel lang gebruikt als weg’’, zegt Mendelts.

Herten en oerossen

De middensteentijd begon na de laatste ijstijd. Friesland raakte toen bedekt met riviertjes en bossen, waarin grote grazers, zoals herten en oerossen te vinden waren.

In Friesland zijn veel jagerskampjes uit de middensteentijd bekend. Vooral de omgeving van de Burgumer Mar heeft in het verleden veel vondsten opgeleverd. Die worden belicht op een expositie in het Observeum in Burgum.