In 1997 lag er een potvis op het strand van Ameland. Voor de onderwaterpilot wordt ingezet op een kleinere soort.

Rond afgezonken walviskadaver bij Schiermonnikoog komt afzetting om publiek te keren

In 1997 lag er een potvis op het strand van Ameland. Voor de onderwaterpilot wordt ingezet op een kleinere soort. FOTO LC

Het walviskadaver dat mogelijk bij Schiermonnikoog afgezonken wordt, moet beslist geen publiekstrekker worden, zo werd maandagavond onderstreept.

Wat doet een dode walvis op de bodem van de Waddenzee met de omringende natuur? Die vraag wil Programma Naar een Rijke Waddenzee (PRW) graag beantwoorden. Daarom wordt er een pilot voorbereid, waarbij een walviskadaver naar een vooraf geselecteerde onderwaterplek wordt gebracht.

PRW bekeek locaties op de vijf Nederlandse Waddeneilanden en inmiddels spitst de zoektocht zich toe op drie plekken bij Schiermonnik-oog. Het gaat om het Brakzandstergat ten zuiden van het eiland, de Eilanderbalg aan de oostkant en de Zuid-Oost Lauwers, nog oostelijker, bij Rottumerplaat en Rottumeroog.

Bacteriën

Maandagavond was er een online informatiebijeenkomst voor eilanders. De eerste vraag, van Jan Pieter Dijkstra, ging over denkbare verstoring van de natuur op de Eilanderbalg als het walviskadaver nieuwsgierige toeristen op de been zou brengen.

Werkgroepleider Michiel Firet van PRW antwoordde daarop dat menselijk bezoek op geen enkele manier gewenst is. Het is namelijk de bedoeling dat de natuur zijn gang kan gaan. De plek waar het kadaver komt te liggen wordt afgesloten voor publiek. Het gaat om een gebied van maximaal enkele honderden meters rond de walvis.

De grootte van het oppervlak dat op slot gaat, hangt ook af van de bacteriën die door het ontbindende zeezoogdier in het water terechtkomen, zei Firet. Hij beantwoordde een vraag van Francine Venselaar, die informeerde naar eventuele gevaren van bacteriën voor zwemmers.

Dwergvinvis

Firet meldde dat bij de Universiteit Utrecht geïnformeerd was naar het risico op zoönose, het overdragen van ziektes van dieren op mensen. Het antwoord was dat er inderdaad bacteriën vrijkomen, maar dat die door het getij zo verdund worden, dat er buiten een straal van 100 meter weinig meer van te duchten zou zijn. Het risico is nihil, zei teamleider Geert Hoogerduijn van de Waddenunit.

Firet verwacht op zijn vroegst in maart duidelijkheid te krijgen of de proef kan doorgaan. Daarna kan het nog wel twee of drie jaar duren voordat zich een geschikte dode walvis aandient. Die moet niet te groot zijn, omdat hij anders niet te vervoeren is. Er wordt daarom niet gedacht aan een potvis van 30 tot 40 ton, zei Hoogerduijn. Een dwergvinvis tot ongeveer 10 ton zou wel kunnen. Naar verwachting levert een afgezonken walvis tien tot vijftien jaar onderzoeksgegevens op.

loading

Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct