Leven op een onbewoond eiland, hoe is dat? Op bezoek bij de enige twee bewoners van Rottumerplaat (die elke dag troep uit MSC Zoe opruimen)

Wonen op een onbewoond eiland. Aaldrik Pot en Nicolette Branderhorst uit Norg bewaken en onderzoeken het niet-toegankelijke eiland Rottumerplaat. Ze komen zichzelf (en de mensheid) tegen. Zeker door de een nieuwe taak: de troep opruimen die aanspoelt uit de containers van het schip MSC Zoe. „Hebben we al deze spullen echt nodig om gelukkig te zijn?”

Twee stipjes op een wit strand. Als we iets dichterbij varen zien we ze door een verrekijker naar ons turen. Aaldrik Pot (45) en Nicolette Branderhorst (44) wachten ons op. Al een tijd hebben ze niemand anders gezien dan elkaar. Op de vaste wal is Aaldrik boswachter voor Staatsbosbeheer. Nicolette is verkoopadviseur bij outdoorwinkel Bever. Sinds eind maart zijn ze voor ruim vier maanden de enige twee bewoners van Rottumerplaat, het eiland tussen Schiermonnikoog en het Duitse Borkum.

Een boot van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit brengt mij en videojournalist Matthijs op deze zonnige dag in de vroege zomer van de Eemshaven naar ‘Plaat’. We varen mee met de mannen van het ministerie die Aaldrik en Nicolette voorzien van eten, water en andere benodigdheden en het onderkomen onderhouden. We doen ruim anderhalf uur over de overtocht, wat zeer kort is, maar lang genoeg om zat te zijn van het deuntje dat al sinds het ochtendgloren in mijn hoofd zit: ‘Op een onbewoond ei-hei-laaaand’.

loading  

„Welkom!” De grijns van Aaldrik is breed als hij ons een hand geeft.

We zien een wit strand, glad als een onbeschreven blad. Geen voetstappen, geen zandkastelen, geen handdoekjes, vliegers, strandtenten of ijscokarren. Aaldrik gaat voorop. We lopen een kilometer of 2 over het strand en zien dat het strand toch niet zo gladjes is als eerder gedacht. Al komt hier nooit iemand, toch steken spullen omhoog uit het zand die moeder natuur niet gemaakt heeft.

Aaldrik knielt bij een fel zilverkleurig stuk folie en trekt het uit het zand. Er staat een figuurtje op, Tweety zo lijkt het. „Zo’n gallige ballon”, zegt Aaldrik. Vermoedelijk over komen waaien uit Borkum. „Vogels raken erin verstrikt”, aldus Aaldrik als hij het in een afvalzak stopt. We lopen verder, maar stoppen al snel weer. Een stuk visnet. Een paar meter ernaast steekt een plastic bloempot half uit het zand. „Daar hebben we er al zeker twintig van gevonden.” Aaldrik trapt het ding kapot en doet het in de zak.

Schoenen, kussentjes, fleecedekens, plantenpotten. Ze vinden van alles. De spullen komen zeer waarschijnlijk uit Azië. Ze waren onderweg naar Bremerhaven in Duitsland, maar op 1 januari liet het grootste containerschip ter wereld de lading in zee vallen: MSC Zoe.

loading

Plastic, plastic, plastic. Al snel is de rode zak vol. Aaldrik propt hem in zijn backpack en vertelt over de worsteling die in hem gaande is. Zet dit zoden aan de dijk? Hij wijst naar een van de paaltjes die vertellen dat Rottumerplaat verboden en beschermd gebied is. Er tegenaan ligt een kussentje met sierlijk motief.

We verlaten het strand. Als we de bocht omslaan bij een lage duinenrij ziet de wereld er ineens heel anders uit. Hier is het groen. We lopen langs de enige (aangelegde) dijk op het eiland en trekken naar het huis waarin de twee vogelwachters verblijven: een oud gebouw van Rijkswaterstaat waarin in de jaren vijftig de mannen verbleven die de stuifdijk aanlegden waar we nu langs lopen.

loading

Aaldrik kijkt een tikkeltje bezorgd naar de vogels die hun rondjes maken boven ons. „Beetje doorlopen”, zegt hij. Deze interne strijd heeft hij voortdurend. Want wat moet een mens hier? „Toen de meeuwenkolonies, scholeksters en de eiders aan het broeden waren voelde ik me echt een verstoorder. Dan moet ik heel goed bij mezelf nagaan dat we dit doen voor de goede zaak.”

Als we de dijk opgaan maken twee grote meeuwen duikvluchten richting ons hoofd. Op de vaste wal zijn de vogels gewend aan mensen, hier bijten ze van zich af. Nicolette vertelde net nog een flinke mep gekregen te hebben van de vleugel. ,,Logisch, ik kwam in hun gebied.”

Via een smal paadje langs dichte bosschages komen we na een kleine anderhalf uur aan bij het huis. Om me heen vliegen honderden distelvlinders. Nog nooit zag ik zoveel vlinders bij elkaar. De slechte insectenstand? Hier is er op het eerste oog nog weinig van te merken.

loading

Missen jullie iets van thuis?
Nicolette: „Mijn fiets. En het gevoel dat je ergens naar toe kan. Niet eens een specifieke plek, maar gewoon het vrije gevoel dat je op de trein kunt stappen als je dat zou willen.”
Aaldrik: „Familie en vrienden om iets leuks mee te doen. En mijn bibliotheek. Ik heb een grote collectie natuurboeken en af en toe wil ik wat opzoeken. Gelukkig hebben we vrij goed internet. We zijn niet helemaal verstoken van de buitenwereld.”

Al zat van elkaar?
Aaldrik, lachend: „Veel mensen denken dat we elkaar de hersens in zullen slaan. Maar nee – het klinkt vrij klef – we raken hier nog meer op elkaar ingespeeld.”

Hoe is het om in deze rust te zijn?
Nicolette: „Heerlijk. Het wad zo dichtbij is prachtig. Dat je het weer aan ziet komen. Thuis, in Norg, is het tij veel meer op afstand natuurlijk.”

loading

Hoe ziet een dag eruit hier?
Aaldrik: „We beginnen met monitoren van de broedvogels. Alle waarnemingen schrijven we op en per soort houden we andere zaken bij. Hoeveel jongen ze hebben en of die overleven bijvoorbeeld. Meestal duurt dat 3 tot 4 uur. Soms ruimen we daarna vuil. Daarna de boel uitwerken, toch ook een paar uur en ’s avonds gaan we vaak nog de toren op om de geringde scholeksters en noordse sterns te bekijken. Dan nog wat foto’s bekijken, een stukje op Twitter plaatsen en voor je het weet is het half 10.”

Zet jullie werk wat opruimen betreft wel zoden aan de dijk?
Aaldrik: „Soms voelt het alsof dat niet zo is. Maar we hopen dat het adagium ‘alle beetjes helpen’ hier ook opgaat. Wat wij hier verzamelen komt in ieder geval niet in zee, maar wordt netjes afgevoerd.”

Heb je de drang om te delen wat je hier doet?
Aaldrik: „Ja, dat zit enorm in mij en heb ik overal. De natuur is zo ontzettend gaaf en fascinerend. Ik wil wel tegen iedereen zeggen: ‘Kijk nou! Kijk nou hoe mooi het is!’ Het gaat erom dat iemand geraakt wordt, dat die vonk overslaat.” loading

De liefde voor natuur zit diep bij jullie. Wat doet het dan met je dat al die troep hier aanspoelt?
Nicolette: „Daar word ik heel erg misselijk van af en toe. Dan besef ik dat wat we doen een druppel op een gloeiende plaat is. Het blijft maar doorgaan met die rommel, hoeveel we ook opruimen.” De tranen wellen op. „Het maakt me verdrietig.”

Dat we dit als mensen zo doen?
Nicolette: „Ja.”
Aaldrik neemt het over. „Die spullen die aanspoelen. Ik denk ook: we hebben ze niet eens nodig om gelukkig te zijn. Laat duidelijk zijn: wij zijn niet heilig. We vinden het leuk om te reizen en met de auto ergens naartoe te gaan, maar hier is zo duidelijk hoe kwetsbaar alles is. Zo’n ballon: je hebt er zo kort vreugde van. Je laat hem per ongeluk los, hij spoelt aan en er komt een vogel in terecht of hij belandt in de maag van een zeehond of een walvis. We zijn ons eigen ‘huis’ aan het vervuilen.”

Jullie leven heel bewust, maar zelfs jullie ogen worden geopend.
Nicolette: „Absoluut. Ik wil nog bewuster worden in wat ik gebruik, verbruik, koop en hoe ik met spullen omga.”
Aaldrik: „We gebruiken hier water dat van de wal komt. Daar moeten we heel spaarzaam mee zijn. Het wordt opgevangen. Als je dat afzet tegen wat we thuis gebruiken… Dat zet je wel aan het denken.”

loading

Wat zullen jullie van hier missen al jullie weer in Norg zijn?
Aaldrik: „Heel veel. De massaliteit aan vogels. Het gevoel van heel veel buiten zijn.”
Nicolette: „Het altijd veranderende uitzicht dat echt nooit hetzelfde is. De weidsheid. En de zee.”

Wordt het wennen om weer terug te gaan naar de vaste wal?
Nicolette: „Waarschijnlijk wel. Laatst zijn we een weekend terug geweest voor een promotie-uitreiking. We waren meteen met heel veel mensen bij elkaar. Dat contrast was best wel heftig.”

Volgend jaar weer?
Aaldrik, lachend: „Onze bazen waren heel erg duidelijk: voor een keer willen we hier medewerking aan verlenen. Volgend jaar zijn er misschien wel andere gelukkigen.”
Nicolette: „En dat is eigenlijk wel goed. Wij doen het waarschijnlijk één seizoen, maar het zou goed zijn als je meerdere seizoenen kunt doen. Dan kom je er toch meer in.
Aaldrik: „Wij zullen onze methodes zo goed mogelijk opschrijven, zodat onze opvolgers een soort vliegende start hebben. Wij hebben daar ook dankbaar gebruik van gemaakt.”

Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct