Jeugdzorgrapport bittere pil voor Opsterland

Het gemeentehuis van Opsterland. FOTO JILMER POSTMA

Is het kritische rapport van de rekenkamer over de financiering van de jeugdzorg in Opsterland nu wel of niet achterhaald? De gemeenteraad kauwt er nog even op.

,,U krijgt niet die informatie die nodig is om aan de knoppen te draaien.’’ Voorzitter Tiny Ruiter van de rekenkamercommissie Opsterland was maandagavond helder aan het begin van de oriënterende raadsbijeenkomst. Die vond vanwege de coronavoorschriften en ruimtegebrek in de eigen raadszaal plaats in het gemeentehuis van Ooststellingwerf.

De rekenkamercommissie deed op verzoek van de gemeenteraad onderzoek naar de financiële sturing op de jeugdzorg in de periode 2015 tot en met 2019. De conclusies zijn hard. Het college liet in die periode steken vallen bij het bedwingen van de financiële tekorten. Gedegen analyses ontbraken, controle op resultaten schoot tekort en de raad werd matig geïnformeerd.

Sinds het rijk de zorg voor jeugd in 2015 overhevelde naar de gemeenten, heeft Opsterland het begrote budget gebaseerd op de uitkering uit Den Haag. Ook toen in 2018 en 2019 dit bedrag ruim tekortschoot. ,,Hoe komt het dat de kosten per cliënt zo hard stijgen. Dit type analyse is er niet’’, zegt onderzoeker Yorick van den Berg van adviesbureau B&A die de rekenkamer bijstond. ,,Zit de stijging van de kosten in het inkoopmodel? Zijn de problemen van de jeugd en de gezinnen in Opsterland groter geworden?’’

'Niemand heeft een glazen bol, maar er zijn meer trends dan alleen aantallen'

Het rapport is door de gemeenteraad verdeeld ontvangen, zo bleek. De oppositie zien handvatten voor verbetering. ,,Ik vraag niet om extra informatie of cijfertjes maar om een analyse’’, zegt Wanda Geertsma (VVD). ,,Niemand heeft een glazen bol, maar er zijn meer trends dan alleen aantallen’’, aldus Elske Beintema van GroenLinks-OpsterLanders.

Gerrit Weening van collegepartij ChristenUnie zegt juist: ,,Het beeld wat ik heb wijkt sterk af van wat voor ons ligt.’’ Hij voelt zich voldoende geïnformeerd en stelt dat de conclusies inmiddels achterhaald zijn. Joke Brouwer van de PvdA noemt het rapport mosterd na de maaltijd.

,,Wy wienen earst bêst wol pissich doe’t wy it rapport krigen’’, erkent wethouder Libbe de Vries (PvdA). Inmiddels ziet hij het als een bevestiging ,,dat we op de goeie wei binne.’’ Volgens hem houdt de gemeente houdt sinds kort per maand precies bij wat de uitgaven zijn. Of de raad ook vindt dat het college op de goede weg is, moet tijdens de raadsvergadering op 7 september blijken.